Luister live mee:
Op dit moment is er geen uitzending

Reguliere uitzendingen op zondag
van 9:30 tot 10:30 en
van 16:30 tot 17:30

Audio archief:
05/9 ochtend P. Kleingeld / D. Wolf
Beluister de preek
29/8 ochtend ds. P. kleingeld
Beluister de preek
Ga naar het volledige overzicht

Preken op thema:
1 Korintiers
Gebed
God heeft bevrijdend lief
Ik ga zelf met jullie mee
Jakobus
Jullie zijn mijn licht
Meer dan verwacht
Micha Campagne
Samen onderweg
Van kom-kerk naar ga-kerk
Vergeven op Gods manier

Preken op jaartal:
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003

Zoeken op woord:

Preken archief

Titel: Ik geef jou mijn reddingspijl
Thema: Ik ga zelf met jullie mee
Liturgie: Lied: Psalm 122:1,3 (Oude Berijming)
Votum en groet
Lied: Opw 281 – Als een hert dat verlangt naar water
Gebed
Wetlezing
Lied: Gewoon maar een knecht, zo wil ik zijn
Lezen: Exodus 12
Lied: Psalm 105:1,2,13,14,18
Preek
Lied: Opw 506 – Ik zing van het Lam
Gebed
Avondmaal
Voorbereiding: Gez 358:1,2,5
De liederen tijdens het Avondmaal:

Opwekking 315: Heer, uw bloed dat reinigt mij
Instrumentaal: Opwekking 502: Jezus, ik wil heel dicht bij U komen
Psalm 103:1 Zegen mijn ziel de grote naam des Heren
Opwekking 461: Mijn Jezus, mijn Redder
Instrumentaal: Overige liederen 27: Jezus Christus stierf voor mij
Gezang 182: vs 1 en 6 Jezus, leven van mijn leven
Opwekking 502: Uw liefde stralend als de zon
Instrumentaal: Psalm 150 (Melodie Wijnand)

Gebed
Collectezang: Opw 445 – Bron van levend water
Slotlied: Gez 259 – Halleluja, lof zij het Lam
Zegen

Ik geef jou mijn reddingspijl

Reddingspijl

“Alsjeblieft, voor jullie: een koffer reddingspijlen. Telkens als er iets is, kun je er een aansteken. Het is jullie signaal, een mooie rode lichtkogel, hoog in de lucht. Dan kom ik bij je. Ik kom je redden.”

Ze gingen weg. Het was een lange reis. En hoe gaat dat onderweg, je gaat overal over praten. Ze kregen zelfs ruzie over de bedoeling van die reddingspijlen.

De een zei: “Die vuurpijlen zijn eigenlijk voor ons bedoeld, niet voor de reddingswerker. Wanneer we er een aansteken, kijken we ernaar. Dan weten we: ‘Hij gaat ons redden.’ Dan vertrouwen we weer extra.” Had –ie gelijk?

“Nee”, zei een ander: “Het is precies andersom. Die vuurpijl is van de reddingswerker. We moeten het blaadje met aanwijzingen precies volgen en de pijl aansteken, dan is de reddingswerker bij ons.” Had de ander gelijk?

Ze verzonnen ook allerlei varianten. “De pijl herinnert je eraan, dat hij ons ooit heeft gered.” Of deze: “De pijl geeft je moed, hij zal je ooit gaan redden.” Ze kwamen er niet echt uit. Maar, de pijlen deden hun werk. En de twee reisden verder, op weg naar het beloofde land.

God heeft de macht van farao bijna gebroken

Ik denk, dat ze er zijn gekomen, maar in Exodus zijn we zover nog niet.

Vandaag gaat het over hoofdstuk 12. Exodus bestaat uit drie delen. Weet je nog welke? De HEER redt de Israëlieten uit Egypte. Hij sluit zijn verbond met hen. Hij komt zelf bij zijn volk wonen. Ons hoofdstuk staat in het eerste deel, de HEER redt de Israëlieten uit Egypte.

Wanneer de HEER ze niet zou redden, zouden ze ten onder gaan. Wanneer je Exodus leest, krijg je dat beeld: een paranoïde dictator, dwangarbeid, slavernij, mishandeling, kindermoord.

We hebben nog geen geschriften van de Egyptenaren uit die tijd, die dit bevestigen. Het zegt niet zoveel. De geschiedenisboeken van Noord-Korea en Soedan vertellen ook niet over concentratiekampen, de moord op duizenden onschuldige mensen en de hongersnood.

Het eerste deel van Exodus gaat ook over farao die in opstand komt tegen God. “Ik ben sterker dan jou, God. Ik doe wat ik wil.” God laat aan farao laten zien, dat het anders is. Hij heeft hemel en aarde in zijn macht. Negen plagen zijn er geweest. Hij heeft de macht van de farao bijna gebroken.

Mozes heeft net de tiende aangekondigd. God staat op het punt om de eerstgeborenen in het hele land Egypte te doden. Het zal de laatste plaag zijn.

De Israëlieten beginnen bijna een nieuw leven

Nadat Mozes het aan farao heeft verteld, gaat hij naar de Israëlieten. De HEER zegt tot Mozes: “Ik heb jullie bijna bevrijd uit de macht van de dood, nog maar één plaag en jullie zijn vrij. Jullie staan op het punt een nieuw leven te beginnen. Jullie gaan van de dood in Egypte over naar het leven met mij.

Dat is zo’n radicale verandering, begin maar een nieuwe jaartelling. Hiervoor was alleen dood, nu begint de eerste maand van jullie leven.

Halverwege de maand moeten jullie de bevrijding vieren.”

De Israëlieten hadden een maankalender. Een maand duurde dus ook echt een maan. Van nieuwe maan – helemaal donker, naar volle maan – helemaal verlicht, tot weer helemaal donker. 28 dagen. Regelmatig voegden de Israëlieten daarom een schrikkelmaand in. Met 28 dagen loop je natuurlijk sneller achter.

De Israëlieten moeten het Pascha op de veertiende vieren, met volle maan. Ze moesten het’s nachts eten, en met volle maan heb je veel licht.

Tot nu toe streed de HEER alleen tegen farao

“Ik sta op het punt om farao mijn laatste slag toe te dienen,” zei de HEER.

Er is iets bijzonders met die laatste plaag.

De eerste plagen, het water in bloed, de kikkers en de muggen troffen iedereen, ook de Israëlieten. Daarna veranderde er iets. God maakte een onderscheiding. Er waren wel steekvliegen in Egypte, niet in het land Gosen. Gosen was het gebied waar de Israëlieten woonden. Wel veepest in Egypte, niet in Gosen. Enzovoorts.

De HEER streed tegen farao. De Israëlieten hoefden niets te doen. Ze bleven gewoon in Gosen. God toonde negen plagen lang zijn macht aan farao.

Nu biedt hij de Israëlieten bevrijding aan

Bij de tiende plaag komt er iets bij. De HEER strijd nu niet alleen tegen farao. Door die laatste slag kan hij ook zijn volk bevrijden. Het eerste moet hij doen. Er is maar één God, hij is de machtigste. Het tweede wil hij: redden. Om te redden, moet God ook strijden tegen. God breekt de farao, de macht van de duisternis, en zo bevrijdt hij ook Israël.

Ze moeten daarvoor zijn teken van gebruiken

“Ik zal aan farao laten zien, dat ik de HEER ben, sterk en machtig. Zo kunnen jullie ontkomen aan zijn onderdrukking. Ik wil jullie niet verderven, maar dan moet je wel mijn reddingspijl aannemen.”

De HEER wil scheiding maken tussen de Egyptenaren – de verdrukkers en de Israëlieten. Nu moeten de Israëlieten dus ook iets doen. “Ik ga mijn macht tonen aan Egypte. Willen jullie ontsnappen?”

Mozes moet uitleggen, wat ze doen moeten. Kort gezegd is dit de reddingspijl: ze moeten per familie een gaaf lam in zijn geheel braden en opeten. Ze moeten het zo eten, dat ze klaar staan om te vertrekken. Ze moeten het eten met ongegist brood en bittere kruiden. Ze moeten wat bloed op de deurposten en de dorpels strijken.

Het verband tussen teken en bevrijding is niet eenduidig

Het is nog niet zo makkelijk om het verband te zien tussen die maaltijd en de plaag, de dood van de eerstgeborene en de bevrijding uit Egypte.

Dat ongegiste brood wijst op de haast om te vertrekken. Geen tijd om het brood te laten rijzen. Maar gist betekent ook vaak onzuiverheid. En een klein beetje gist laat een heel brood rijzen. Dus ongegist brood is zuiver brood. De HEER wil ook dat we zuiver zijn, zonder zonde.

De bittere kruiden laten je proeven hoe bitter de tijd in Egypte was. Bittere kruiden zijn ook de kruiden die je onderweg vind, woestijnkruiden.

En dat lam? De eerste keren, dat Mozes bij farao kwam vroeg hij, of de Israëlieten een offerfeest mochten houden in de woestijn. Misschien verwijst het daar naar terug.

Misschien zie jij de schaduw van de Heer Jezus op dat paaslam vallen. Zijn bloed bevrijd je uit de macht van occultisme, de macht van de dood. Zijn bloed beschermt je ook wanneer God uiteindelijk zijn macht zal laten zien aan iedereen die tegen hem opstaat. Maar, die mensen van toen wisten dat nog niet.

Exodus 12 doet je dus verlangen om verder te lezen. Er moet nog meer komen. Precies. Op dat moment was het nog niet duidelijk, het wees vooruit.

Het bloed beschermt niet tegen de tegenpartij

Dan hebben we het brood gehad, de kruiden en het lam. Nu het bloed nog aan de deurposten. Wat betekent dat?

De verderfengel was niet bang van het bloed. Dat bloed aan de deurpost was niet een soort amulet, dat bescherming geeft. Want bij een amulet zijn er twee partijen. Degene die jou bedreigt, en een ander die jou door dat amulet beschermt. Hier is er maar één: de HEER God.

Hij zegt: “Ik ga zo direct mijn macht tonen. Maar, ik houd van jou. Ik heb me verbonden aan jou. Hier is mijn teken. Wanneer jij dat bloed op je deur smeert, weet ik, dat jij bij mij hoort. Wanneer jij morgen wakker wordt, heb ik die ander weggevaagd. Dan heb ik hem laten merken, dat ik sterker ben. Maar, dan is zijn macht over jou ook gebroken. Dan heb ik jou bevrijd.”

Het is wel een teken, maar er gebeurt ontzettend veel

Het paaslam en het bloed aan de deurposten waren een teken. Maar, niemand zei: “Alleen maar symbolisch. Het gaat alleen om de betekenis. Je hoeft het niet te doen, als je het snapt. ” Nee, het was een teken, maar er gebeurde tegelijkertijd ontzettend veel.

Dat Paaslam wees vooruit naar de Heer Jezus. Ons Avondmaal wijst weer terug, ook naar de Heer Jezus.

Jezus zegt: “Telkens wanneer mensen brood eten en wijn drinken, doen ze hetzelfde als mijn mensen in Egypte. Ze zeggen: ‘Red me. Bevrijd me. Ik kan het niet.’ Ze steken de reddingspijl aan, die ik ze gegeven heb. Ik zie die pijl. Ik heb ze beloofd: ‘Ik ga met je mee.’ ”

Amen

Wanneer je deze tekst anders dan voor jezelf wilt gebruiken, stelt een e-mail op prijs.

Meer preken met het thema Ik ga zelf met jullie mee: