Opmerkelijke statistieken
Ik wil beginnen met drie opmerkelijke statistieken. Ze zijn het resultaat van onbehoorlijk onderzoek. Sterker nog: ik heb helemaal geen onderzoek gedaan. Toch zijn deze cijfers niet helemaal onzin.
Dit is het eerste resultaat: vijftig procent van de mensen identificeert zich met de verloren zoon.
Dan het tweede cijfer: negentig procent van de mensen herkent zich in het verloren muntje.
Dan het meest schokkende gegeven: negenennegentig van de honderd mensen zegt: “Ik ben het verloren schaap.” Voor de mensen die het niet begrijpen: hoeveel schapen waren er verloren in het verhaal van Jezus? Hoeveel schapen waren niet kwijt. En toch: negenennegentig van de honderd zeggen: “Ik ben het verloren schaap.”
Wat zou dat betekenen? Ik kom er straks nog even op terug. Ik kom er in een andere context ook nog wel eens op terug.
Aanleiding: het is moeilijk om vergeving eigen te maken
Ik wil vandaag ingaan op iets, wat bij veel mensen leeft.
Je bidt: “Heer God, wilt u mij vergeven …dat ik door mijn enthousiasme mijn collega’s niet heb gehoord. … dat de taal in mijn mond vandaag net zo smerig was als de raps van Eminem …dat ik toch weer pornografische sites heb bekeken, vandaag, gisteren, de hele week.” Noem maar op…
Vervolgens hoor je, of lees je: “Je bent vergeven.” Dus, dat zou dan gebeurd moeten zijn, maar ergens in je achterhoofd blijft de twijfel. Het blijft knagen: “Ben ik echt vergeven?” Het lukt je niet om het aan te pakken, eigen te maken. Schuldgevoel. Sommige mensen zeggen: “Ik kan het mezelf niet vergeven.”Of je beleeft het wel, maar het blijft een moment. Zou God later geen rancune hebben?
Herken je deze moeite? Daar wil ik je mee helpen. Voor veel mensen is het namelijk moeilijk om vergeving te ontvangen, van God, maar ook van mensen.
Een mogelijke reden: we zijn het feest vergeten
Waarom? Dit is een mogelijke reden: we zijn het feest vergeten. Dat klinkt nu nog wat geheimzinnig, ik hoop dat je snel ontdekt wat ik bedoel. We zijn het feest vergeten.
De opzet
Ik ga nu eerst kort teruggrijpen op eerdere preken om je even scherp te krijgen.
Daarna wil ik je laten zien, waarom Jezus deze gelijkenissen vertelde. Ja, ze gaan over verloren zonen, muntjes en schapen, maar dat is niet het enige. Dat is niet waarom Jezus deze gelijkenissen vertelde.
Ik wil eindigen met wat praktische vragen.
De steekwoorden nog even op een rijtje
Bij wijze van herhaling, eerst even terug naar vorige preken. In de loop van deze serie heb ik een aantal woorden geïntroduceerd. Bekende woorden, we hebben ze met de bijbelse betekenis gevuld. We hebben ze ook uit elkaar gehouden.
Als eerste: excuseren is radicaal anders dan vergeving vragen. Excuseren is jezelf verontschuldigen. Vergeving vragen begint met schuldig pleiten.
Als tweede: vergevingsgezindheid en vergeven. Vergevingsgezind zijn is je vijand liefhebben. Vergevingsgezind zijn is de ander doodknuffelen, totdat –ie zegt: “Ik heb je vreselijk pijn gedaan. Wat erg.” Dan kun je de ander vergeving schenken. Vergevingsgezindheid begint tussen jou en de Heer. Vergeven is een transactie tussen jou en die ander.
Nadat je vergeving hebt geschonken is niet alles bij het oude. Jullie relatie is nog niet bij het oude. De slagboom die de weg naar herstel afsloot is nu wel open gegaan. Na vergeven begint verzoenen.
Zie je trouwens de relatie met het probleem waarmee ik begon? Wanneer je niet zeker weet, dat je vergeven bent, blijf je voor de slagboom staan. God zegt: “Je bent vergeven.” Je twijfelt. Meent hij het wel? God doet de slagboom omhoog. De weg naar verzoening ligt open. Maar ja, als ik een stap zet… laat hij die slagboom op mijn nek knetteren. Of misschien heeft –ie een heel eng weggetje gekozen, stuurt hij mij het ravijn in.
We zijn het feest vergeten…
De schriftgeleerden mopperen over Jezus’ feestgedrag
Dan is het nu tijd om uit te leggen wat ik daar mee bedoel.
Toen ik veertien was, kreeg ik een uitnodiging voor een feestje. De aanleiding: “zomaar.” Zomaar een feestje. Viert Jezus ook zomaar feestjes?
De schriftgeleerden mopperen: “Jezus ontvangt zondaren en eet met hen. Hij is altijd op feestjes. ” Ze vinden het helemaal niets. Paulus schrijft: “het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.” Hebben die mopperende gasten dus geen gelijk?
Jezus vertelt drie gelijkenissen: “Waarom feest ik?” We hebben de eerste twee gelezen, de laatste is heel bekend, het is het verhaal van de verloren zoon.
Drie gelijkenissen met verschuivend perspectief
Drie gelijkenissen met een verschuivend perspectief.
Jezus begint zo: “Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt.” “Iemand van u,” dus hij laat zijn publiek zich identificeren met de hoofdrolspeler van zijn verhaal.
In het tweede verhaal is een vrouw de held. Met vrouwen hebben die mannen niet zoveel op. Jezus laat ze als het ware op een afstandje meekijken. Heel subtiel brengt Jezus ze dus in een andere positie.
Dan begint hij het derde verhaal: “Iemand had twee zonen.” Niet één van jullie en doordat ze in het vorige verhaal toeschouwer gemaakt zijn, blijven ze dat nu ook nog even. Tot het einde van het verhaal, want dan komt die oudste zoon opeens op de proppen. Die stelt precies dezelfde vraag als zij hebben: “Waar is die toestand allemaal voor nodig?”
Drie gelijkenissen, waarin Jezus het perspectief langzaam verschuift.
Twee tonen de zoektocht van de Heer voor wie verloren is
Wat wil Jezus nu duidelijk maken?
De man gaat op zoek naar dat ene schaap. Er blijven er negenennegentig achter. Hij laat ze niet in de steek. Dat is niet het punt. Het gaat om zijn intensieve zoektocht om die ene te vinden. Niet omdat die ene belangrijker is, maar omdat die ene verloren is. Totdat hij dat ene schaap niet gevonden is, blijft hij zoeken.
De vrouw doet net zo. Ze gaat door totdat ze die ene munt heeft gevonden. Sommige mensen denken, dat het om haar bruidschat gaat. Ze droeg dan tien muntjes als een sieraad op haar hoofd. Nu is ze er een kwijt. Hoe dan ook: alle aandacht voor wat verloren is. Vinden, dat is haar doel.
Deze twee mensen laten zien wie Jezus is. Hij zegt van zichzelf: “Ik ben gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.”
In drie gaat het om vinden – herstel van de relatie
Toch is zoeken niet het centrale in deze drie gelijkenissen. De vader van de verloren zoon gaat niet op zoek.
In alle drie gaat het wel om vinden van wat verloren was. Verloren klinkt vaag. Jezus maakt concreet. Verloren zijn is verkeerde dingen doen, zonde doen. Los van de herder opereren. Naar de hoeren gaan, zoals de oudste zoon het zegt.
Vinden is ook duidelijk: gevonden is vergeven. Jezus spreekt over een zondaar die tot inkeer komt. Zo hebben deze verhalen van Jezus dus alles te maken met vergeven en verzoenen. En met onze vraag dus: “Hoe ontvang je vergeving?”
Drie gelijkenissen, één oproep: deel in mijn vreugde
Maar, met vinden van wat verloren was, zijn we er nog niet. Hier, heb je de tekst van heel hoofdstuk 15 in één keer. Welk woord valt je direct op? Goed, ik help een handje: Vreugde.
Het zijn drie verhalen, ze eindigen met één oproep: “Deel in mijn vreugde, ik geef een feest. Deel in mijn vreugde. Ik heb het verloren schaap gevonden. Deel in mijn vreugde. Ik heb mijn verloren muntstuk gevonden. Deel in mijn vreugde. Ik heb mijn verloren zoon terug.”
Viert Jezus zomaar feestjes? Nee, hij is zo blij met de mensen die hij vindt. Let op: hij is blij. Het muntje weet niet wat hem overkomt, het schaap waarschijnlijk ook niet, de zoon ook maar half. Jezus is blij. Zijn oproep: “Deel in mijn vreugde.”
God is ook blij vanwege het vinden van de ene
Jezus is blij en zijn Vader ook.
Jezus zegt: “Er is in de hemel meer vreugde over één zondaar die tot inkeer komt, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.” “Er is in de hemel meer vreugde,” Joodse mensen waren voorzichtig om Gods naam te noemen. Ze gebruikten vaak een ander woord, bijvoorbeeld hemel. Dus Jezus zegt: “God is verheugd wanneer mensen zich bekeren.” De Vader is ontzettend blij wanneer iemand schuld belijdt en vergeving vraagt.
Zijn wij dat feest misschien vergeten?
Jezus doet geen mededeling maar nodigt uit voor een feest
De vrouw roept haar vriendinnen en buren. De man zijn kennissen en vrienden. Beiden zeggen: “Deel in mijn vreugde.”
Zij houden hun blije emotie niet onder de pet. Ze vertellen. Ze meten breed uit aan iedereen. Nogmaals: let op wie dat doet.
“Deel in mijn vreugde,” is niet “Krul je mondhoeken omhoog. Doe blij.” Het betekent: “Ik geef een feest met eten en drinken. Welkom op het feest,” dat hebben alle drie de gelijkenissen gemeen. De vader van de verloren zoon geeft ook een knalfeest.
Zo is het ook met Jezus. Jezus maakt zijn vreugde publiek. “Kijk eens: Zacheüs is gered. Iedereen mag, nee moet het horen. Hij is gered en dus feest. Daar ben ik voor gekomen, om mensen te redden. Mijn hart vult zich met vreugde. Ik kan niet anders dan feest vieren.” Dat is een voorbeeld, maar zo gaat het heel zijn leven door… tot vandaag aan toe. Ook bij jou.
Zijn wij Gods blijdschap vergeten?
Zijn wij Gods blijdschap vergeten? Vinden we het daarom moeilijk om Gods vergeving te ontvangen?
Gevonden mensen hebben die vreugde nodig
Wat doet een moeder, wanneer een kind ondeugend is geweest? Zeker na gesprek of straf … “Nee, ik ben niet boos meer. Ik houd juist van je. Ik ben zo blij dat het weer goed is. Kom hier, dan gaan we wat leuks doen.” Ze knuffelt haar kind als het weer goed is. Net zolang tot het kind weet: het is weer goed.
Vieren van herstel herstelt. Wanneer we niet vieren, blijven we voor de slagboom staan. We hebben het nodig om de vreugde van de ander te ervaren, om te beseffen dat het weer goed is.
We hebben het nodig om te zien dat die ander blij is met ons. Onze Heer is zo ontzettend blij wanneer wij hem om vergeving vragen. Hij viert feest, zijn engelen met hem.
Hoe geven wij vorm aan Gods feest?
Waarom viert Jezus zoveel feest? Vanwege zijn blijdschap. Omdat mensen dat nodig hebben.
Zo komen we bij het einde. Veel mensen vinden het moeilijk om vergeving te ontvangen. Het lukt wel in het hoofd, maar niet in het hart. Is het misschien, omdat we Gods feest zijn vergeten?
Als we dat op het spoor zijn, hoe geven we dat feest dan vorm? Eigenlijk hebben we hier in de kerk toch alle ingrediënten?
De maaltijd van de Heer. Dat is geen dodenherdenking. Het is een feestmaal, waar de opgestane Heer ons uitnodigt.
Dan zijn er de woorden, feestwoorden. Votum en groet, de zegen. Of zijn ze te afgestompt, of zijn wij dat?
Dan is er de bijbel, denk aan wat we lazen.
We zingen, ik hoop regelmatig feestliederen. Of moet het meer knallen? Zoveel, dat mensen ook in de kerk zeggen: “Is het niet een beetje overdreven?” Misschien moet dat wel, want dat is ook de reactie die Jezus kreeg.
Zijn we het feest misschien vergeten? En hoe dan wel? Dit is een heel belangrijke vraag, want het gaat om het hart van het evangelie: Gods blijdschap wanneer hij ons heeft gevonden.
Wanneer je hier zit, hoef je geen verloren schaap te blijven. Jij kunt bij de honderd gevonden schapen horen. Hij heeft je gevonden.
Dus: deel in de vreugde van de Heer.
Amen