Jezus vergoot zijn bloed tot een volkomen verzoening
“De drinkbeker van de dankzegging is de gemeenschap met het bloed van Christus. Neem deze, drinkt allen hiervan, en gedenkt en gelooft dat het kostbaar bloed van onze Heer Jezus Christus is vergoten tot een volkomen verzoening van al onze zonden.”
Dit zijn woorden uit het avondmaalsformulier.
Verzoenen: in de tempel en op het schoolplein
Wanneer je vanochtend in de dienst was, weet je, dat de bijbel twee verschillende groepen woorden heeft voor verzoenen.
In Leviticus, Hebreeën en ook Romeinen 3 betekent verzoenen vaak “met bloed bedekken.” Hier komen de woorden voor verzoenen uit de cultische, de religieuze sfeer. Zeg maar: verzoenen in de tempel.
Een tweede groep woorden voor verzoenen heeft niet met de tempel te maken, maar gebruik je in het dagelijks leven. Verzoenen betekent twee mensen, die hun relatie herstellen na een ruzie. Zeg maar: verzoenen op het schoolplein.
Thema: Jezus wil zich volkomen met jou verzoenen
Wanneer ik zeg: “Jezus heeft zijn bloed vergoten tot een volkomen verzoening van al onze zonden,” denk je aan verzoenen in de tempel. Dat klopt. Maar, Jezus heeft ons volkomen verzoend in de tempel (betekenis 1), omdat hij zijn relatie met ons volkomen wil herstellen (betekenis 2).
Jezus wil zich volkomen met jou verzoenen.
Uitwerking: het verhaal van Jezus en Petrus als voorbeeld
Hoe volledig hij dat wil doen, wil ik je laten zien met het verhaal van Jezus en Petrus. Ik vind, dat Jezus zijn relatie met Petrus bijna aanstootgevend herstelt.
We volgen dit verhaal op de voet. Ik ga er vanuit, dat je weet, dat Petrus Jezus driemaal heeft verloochend.
Ik eindig ermee, die verzoening ook aan jou aan te bieden.
Jezus roept bij Petrus herinneringen op aan een eerdere visvangst
Ons verhaal begint met Jezus die Simon Petrus vraagt: “Heb je mij lief.” Maar, er ging iets aan vooraf, wat doet denken aan een eerdere gebeurtenis.
Misschien drie jaar geleden, had Petrus ook gevist op datzelfde meer, het meer van Tiberias. Je leest het verhaal in Lukas 5. Lukas noemt het meer dan het meer van Gennesaret. Maar, het is precies dezelfde plas water. In die tijd was er geen nationale cartografische dienst die alle namen standaardiseerde.
Op hetzelfde meer lijkt hetzelfde te gebeuren. Ook toen had Petrus een hele nacht gevist en niets gevangen. Ook toen gaf Jezus een aanwijzing. Ook toen ving Petrus samen met zijn maten een enorme visvangst. Die keer dreigden de netten te scheuren, zo vol waren ze. Nu blijven ze op een wonderlijke manier wel heel. Maar, vol zitten ze zeker.
Toen eindigde het ook met een ontmoeting tussen Jezus en Petrus. Toen zei Jezus: “Jij gaat voortaan mensen vangen.” Nu zegt hij: “Jij gaat mijn schapen hoeden.”
Jezus roept bij Petrus herinneringen op, of ze nu bewust of onbewust bij hem opkomen. Herinneringen aan een eerdere visvangst.
Met het vuur roept Jezus bij Petrus nog een herinnering op
Jezus roept nog een herinnering op. Hij en Petrus zitten namelijk bij een vuurtje.
In de nacht voor Jezus’ dood had Petrus gezegd: “Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.” Hij had gezegd: “Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!” Een paar uur later maar, stond Petrus bij een vuur. En toen…
1e vraag
Jezus en Petrus zitten nu dus weer bij een vuur. Het ontbijt is afgelopen.
Een herinnering: “Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!” Jezus vraagt: “Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?”
Jezus geeft Petrus de gelegenheid om zijn trotse of te vlugge opmerking te corrigeren. Hij reikt Petrus positieve woorden aan. “Heb je mij lief?” Jezus vraagt niet aan Petrus om zijn uitspraak terug te nemen. Hij geeft Petrus de mogelijkheid om te zeggen hoe het echt met Petrus’ hart staat.
“Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?” “ Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.” “Weid mijn lammeren.”
2e vraag
Nog eens, een tweede keer, vraagt Jezus: “Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?”
Jezus zegt: “Simon, zoon van Johannes.” Hij was toch Petrus? Toen Jezus Petrus voor het eerst ontmoette, had hij hem aangekeken en gezegd: “Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Petrus heten.” Vanaf dat moment vertelt het boek Johannes altijd over Simon Petrus. Petrus, dat is rots. Is hij dat nog wel?
“Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?” De grootspraak is al uit de weggeruimd, maar dat is pas het begin. Dit is het doel: Jezus gaat de relatie tussen hem en Petrus herstellen. Jezus gaat daarom benoemen wat tussen hen beiden in staat. Hij gebruikt liefdevolle woorden, maar hij benoemt het wel. Hoe weet Petrus dat verzoend is, wanneer dat niet benoemd is?
“Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.” Jezus antwoordde: “Hoed mijn schapen.”
3e vraag
Dan, voor de derde maal, vraagt Jezus: “Simon, zoon van Johannes, houd je van mij.” Petrus wordt bedroefd, omdat Jezus hem driemaal vraagt of hij van hem houdt.
Het gaat niet om het onderscheid tussen agapein en filein
Wanneer je Grieks kunt lezen, zie je, dat Jezus en Petrus verschillende woorden gebruiken voor liefhebben: agapein en filein. Sommige mensen denken, dat Jezus Petrus vraagt of hij hem liefheeft op de manier waarop God liefheeft. Dat zou dan agapein zijn. Petrus durft dat niet aan en zegt, dan dat hij hem alleen op menselijke manier liefheeft, dat zou filein dan betekenen
Maar, daar gaat het niet om. Het boek Johannes gebruikt deze twee werkwoorden agapein en filein gewoon door elkaar, net zoals wij liefhebben en houden van door elkaar gebruiken. In Johannes 5:20 staat bijvoorbeeld: “De Vader heeft de Zoon lief.” Dat gaat dan over God de Vader. Voor liefhebben staat daar filein.
Jezus laat Petrus zien, dat Petrus lege handen heeft
Petrus wordt bedroefd, omdat Jezus hem driemaal vraagt. Mocht hij het al gedacht hebben, nu weet hij het zeker. Drie keer had hij ontkend, dat hij bij Jezus hoorde. Hardop. De laatste keer had hij gevloekt, gezworen: “Ik ken die man niet.” Nu vraagt Jezus voor de derde keer: “Houd je van mij?”
Jezus vraagt het driemaal. Ook al noemt Jezus nergens wat Petrus gedaan heeft, daar gaat het dus om. Het komt aan de dag. De werkelijkheid is pijnlijk genoeg. Jezus heeft geen confrontatietechniek nodig. Zijn doel is ook niet confronteren, maar heel maken.
Petrus kan niets anders zeggen dan: “U weet alle dingen.” Hij staat niet meer vooraan; “meer dan alle anderen.” Hij is geen rots meer, maar Simon zoon van Johannes. Hij weet wie hij is. Hij weet dat nu nog beter, want Jezus laat het hem zien.
Het heeft op dit moment natuurlijk ook geen enkele zin meer om te zeggen: “Ik zal het goedmaken. Ik zal wat doen, om uw liefde weer te verdienen.” Zo vaak, willen wij graag bewijzen, dat wij God liefhebben. Al hebben we maar een strohalm, dan houden we ons daar aan vast. Al heb je maar een cent, dan ben je in ieder geval niet failliet.
Jezus laat Petrus zien, dat zijn handen leeg zijn. Petrus heeft niets, behalve verlangen. Hij kan niet anders dan zijn hart uitspreken: “U weet toch dat ik van u houd.”
Vanochtend zei ik: “Vergeving is het wapen van de dapperen.” Voor vergeving ontvangen geldt dat ook.
En dan schenkt Jezus Petrus toch volkomen verzoening
Wanneer je onder ogen durft te zien, dat jouw handen leeg zijn, laat Jezus je meteen iets anders zien: zijn hart, zijn liefde.
Jezus zegt: “Weid mijn schapen.” Jezus heeft driemaal gevraagd, maar ook driemaal geantwoord. Jezus weet alle dingen; Petrus weet ook: “Jezus heeft zich volledig met mij verzoend.” Daarom noemt Jezus het ook drie keer. Petrus weet zeker, dat er nu niets meer tussen hem en Jezus in staat. Jezus schenkt hem volkomen verzoening en Petrus is in staat om het aan te pakken.
Jezus verzoent zich bijna aanstootgevend met Petrus
Wanneer je erover gaat nadenken, hoe volledig Jezus zijn relatie met Petrus herstelt, stuit het je bijna tegen de borst.
Kun je je voorstellen, dat toen de verhalen over Petrus’ verloochening bekend werden, de eerste christenen vragen stelden? “Sommigen van ons zijn voor de leeuwen gegooid, anderen gemarteld. Onze mensen hebben hun leven gegeven, hoewel zij Jezus niet hebben gezien. Petrus verloochende Jezus, terwijl hij oogcontact had met Jezus. Kan die Petrus apostel heten? Kan die Simon “Petrus” heten – de rots zijn waarop Jezus gemeente bouwt?”
Kijk, dat Jezus Petrus niet afwijst, dat kan misschien nog. Maar, Jezus herstelt Petrus volkomen. Hoe kon Jezus deze Simon de zoon van Johannes leider maken van zijn kerk?
Ik denk, als je nog nooit iets van aanstoot hebt gevoeld, je Jezus nog niet hebt begrepen.
De Farizeeën beseften de aanstoot, Jezus bedoelde het ook
De Farizeeën hadden het wel door. Ze zeiden: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Toen vertelde Jezus drie verhalen: over het verloren schaap, over het verloren muntje en over de verloren zoon. Is het redelijk om aan één schaap net zoveel aandacht te besteden als aan negenennegentig? Heeft de broer van de verloren zoon, de oudste zoon geen punt? Verdient die jongste zoon om weer volledig opgenomen te worden door zijn vader?
Nee, het is niet redelijk. Nee, die jongste zoon verdient het absoluut niet. Maar, dat is nu genade, dat is nu Gods liefde. Dat hij het toch doet. Sterker nog, dat Jezus zelfs zijn leven geeft, om de ander die dat niet verdient, het leven te geven.
Jezus doet geen moeite om dat te verstoppen. Hij benadrukt het zelfs: “Ik ben gekomen om wat verloren is op te zoeken.” Wanneer een vrouw Jezus voeten wast en daarna droogt met haar haren, weet hij heel goed wat voor soort vrouw dat is. Maar, hij zegt: “Wie veel vergeven is, toont veel liefde.”
Jezus verdiept zijn relatie met Petrus zelfs
Jezus is zelfs nog niet klaar met Petrus. Hij zegt: “Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.”
Inderdaad, rond het jaar 60, strekte iemand Petrus’ armen uit. Hij bond ze vast aan het patibulum, de dwarsbalk van een kruis en bracht Petrus op een plaats waar hij niet wilde. Petrus is ook gekruisigd. Met deze woorden duidde Jezus dus aan hoe Petrus zou sterven.
Daarna zegt Jezus: “Volg mij.” Ook deze woorden roepen een herinnering.
In de nacht voor Jezus’ sterven, zat Jezus met zijn leerlingen aan tafel. Ze hadden lange gesprekken. Toen zei Petrus – het staat aan het einde van hoofdstuk 13 – : “Waar gaat u naartoe, Heer?” Jezus antwoordde: “Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen.” “Waarom kan ik u nu niet volgen, Heer? Ik wil mijn leven voor u geven!” zei Petrus. Maar Jezus zei: “Jij je leven voor mij geven? Waarachtig, ik verzeker je: nog voor de haan kraait zul jij mij driemaal verloochenen.”
Nu, op het moment, dat Petrus zijn onvermogen heeft herkend, roept Jezus hem op om dat te doen, wat hij eerst wilde, maar niet kon: Jezus volgen tot in de dood. Jezus brengt Petrus dus nog verder. Jezus verdiept zijn relatie dus met Petrus. Niet langer Petrus, maar Jezus zelf leeft in hem.
Bij de tijd van het schrijven van het evangelie, weten de christenen waar Johannes aan schrijft, dat Petrus is gekruisigd. Zo laat Johannes de mensen zien: Jezus zelf heeft Petrus daar gezet. Zo krijgt God ook inderdaad de eer.
Jezus kan zich volkomen met jou verzoenen
Gedenk en geloof dat het kostbaar bloed van onze Heer Jezus Christus is vergoten tot een volkomen verzoening van al jouw zonden.
Is jouw zonde groter dan die van Petrus? Stond jij oog in oog met Jezus en verloochende je hem toen?
Zijn jouw handen leger, dan die van Petrus? Of zoek je zenuwachtig naar wat laatste muntjes in je zakken?
Denk je, dat Jezus het pas goed vindt, wanneer jij hier op het podium al je geheime zonden publiekelijk vertelt? Dat je dan pas zijn genade en liefde verdient?
Genade verdien je niet. Genade is onredelijk, stuit tegen de borst, maar hij wil het geven. Jezus heeft jou onredelijk lief. Hij houdt van je. Ik zeg je, in de naam van de Heer: “God wil zich met jou volkomen verzoenen.”
Amen