Luister live mee: Op dit moment is er geen uitzending
Reguliere uitzendingen op zondag
van 9:30 tot 10:30 en
van 16:30 tot 17:30 |
|
Preken archief
|
Titel: |
Ontwapeningsmethode: de bijbel onschadelijk (**) |
|
Thema: |
Jullie zijn mijn licht |
|
Datum: |
11-09-2005 in de middagdienst |
|
Liturgie: |
Lied: Psalm 16 – Bewaar mij, want ik schuil bij U, o God
Votum en groet
Geloofsbelijdenis
Lied: Opw 268 – Hij kwam bij ons heel gewoon
Gebed
Lezen: Lukas 9:51-62 (tekst 57-62)
Lied: Ps 119:7-9 – Zegen uw knecht, die Gij uw wil gebiedt
Preek
Lied: Opw 544 – Meer dan rijkdom
Voorbereiding en lied: Gez 51 – Lieve Heer, gij zegt ‘kom’ en ik kom
Avondmaal en lied: Gez 70:1-3,6 – De laatsten worden de eersten
Collecte voor stichting Chris, tijdens de maaltijd
Gebed
Lied: YfC 62 – Heer u bent mijn leven
Zegen |
|
Ontwapeningsmethode: de bijbel onschadelijk (**) Ontwapeningsmethoden
Ontwapeningsmethoden, manieren om de Heilige Geest uit te doven. Je weet wat de Heer van je vraagt. Sterker nog, je weet dat de Heer in jou en met jou iets wil doen, maar je doet het niet, omdat… Dan komt je ontwapeningsmethode.
Ik heb er al een aantal genoemd.
Vanochtend ging het over ons oerwantrouwen. Vaak durven we onze Vader in de hemel niet te vertrouwen. We zij bang, dat hij al het mooie van ons afneemt, ons huis, onze hobby, onze vrienden. We zijn bang, dat hij ons een steen voor brood geeft, een slang als we een vis vragen.
Vanmiddag is een andere ontwapeningsmethode aan bod: sommige bijbelstudies en preken over ongemakkelijke bijbelteksten. Ze leggen de tekst op zo’n mooie manier uit… Je gaat naar huis en denkt: “Wauw, dat is echt mooi, echt goed gevonden. Gelukkig gaat de tekst niet over mij. Gelukkig wordt mij niets gevraagd.”
Vanmiddag wil ik u deze ongemakkelijke tekst voorhouden. Ik wil u hem laten begrijpen. Je hoeft daarna niet allemaal vreemde dingen te doen. Ik hoop wel dat u de tekst begrijpt en Jezus’ woorden ongemakkelijk kunt laten blijven.
De Mensenzoon is een vreemdeling...
“Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.” Jezus zei tegen hem: “De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.”
Jezus bedoelt niet, dat hij geen huis had of overnachtingsplaats. Jezus had waarschijnlijk zelfs een eigen huis in Kafarnaüm. Kijk maar in Markus 2:1 of Matteüs 9:1.
Jezus’ woorden zijn een understatement. De Mensenzoon is niet welkom in deze wereld. Niet bij zijn eigen mensen. Denk aan Nazareth. Niet bij Samaritanen. Dat blijkt uit het gedeelte wat we hebben gelezen. Niet in Jeruzalem. Hij gaat naar Jeruzalem omdat de tijd naderde dat hij van de aarde zou worden weggenomen. Het punt is niet, dat Jezus geen overnachtingsplaats kan vinden. Die plaats is er wel, maar wordt hem niet gegund. Zelfs het leven wordt hem niet gegund.
...Jij ook, wanneer je hem volgt
“De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen. Een knecht is niet meer is dan zijn meester.” Jezus volgen betekent vreemdelingschap. Denk aan Ps 119 vers 7. Dat couplet eindigt met de woorden: “ik ben een gast en vreemdeling op aarde.”
Jezus volgen betekent tegen de stroom in gaan, en dus stroom tegen hebben.
De tweede uitspraak van Jezus is echt moeilijk
Nu de tweede uitspraak.
“Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.” Is zijn vader net overleden? Of bedoelt hij, dat hij voor zijn vader wil zorgen tot zijn sterfbed en dat het overlijden nog lang niet in zicht is? Die uitleg, heb ik wel gehoord. Maar ze haalt de angel uit het vervolg, ontwapent het Woord van God.
Zelfs als het waar is, prest Jezus het antwoord wel erg. Zijn uitspraak is echt moeilijk: “Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.”
Jezus is geen cynicus; wij verwachten met hem reanimatie van ons lichaam
Jezus geeft geen cynisch antwoord, alsof doden niets zijn, die er niet meer toe doen omdat dood nu eenmaal dood is. Alsof het dan hoogstens nog om de ziel gaat. Integendeel, met Jezus verwachten wij de lichamelijke opstanding van de doden.
Het Latijnse woord voor geest is anima. Zo kun je het heel kort zeggen: we zijn geen geïncarneerde zielen, maar geanimeerde lichamen. Wij verwachten dus reanimatie.
Zorg voor overledenen en hun lichaam is bij uitstek christelijk. Abraham koopt een graf voor Sara. De eerste christenen ontfermden zich over de lichamen van aangespoelde zeelieden, en van mensen gestorven aan de pest.
Jezus roept niet op het vijfde gebod te overtreden
Jezus roept niet op het vijfde gebod te overtreden. “Eer je vader en moeder? Lap maar aan je laars.” Jezus is niet gekomen om de wet en de profeten te ontbinden.
De Farizeeën, die leerden hoe je het vijfde gebod kon ontlopen. “Mogen je ouders hulp van je verwachten, omdat jij genoeg hebt? Wijd het aan de tempel. Dan ben je van ze af.” Meer hoefde je niet te doen. Je hoefde je bezit niet te verkopen. Je kon het gewoon gebruiken, maar je ouders konden er geen beroep meer op doen.
Op die traditie heeft Jezus serieus kritiek: “Dat is Gods gebod overtreden. Dat is voor eigen gebruik eigen regeltjes boven Gods wil stellen.”
Drie vergelijkbare, maar unieke situaties in het OT
Geen cynisme, geen oproep om je ouders te negeren. Wat dan wel? In het Oude Testament vind je op drie plaatsen gebeurtenissen of uitspraken, die aan de woorden van Jezus doen denken.
De eerste vind je in Leviticus 21:11. Wanneer de hogepriester dienst had, mocht hij niet bij een lijk komen, zelfs niet bij dat van zijn vader of moeder.
Dat is een algemeen voorschrift. Nu een concrete persoon. De HEER verbood Jeremia ook om te treuren, Je leest het in Jeremia 16. Jeremia mocht niet trouwen, geen kinderen krijgen en niet rouwen. Dat allemaal omdat het volk zich afkeerde van God en God het zou straffen.
Dan Ezechiël. In hoofdstuk 24 staat: de HEER richtte zich tot mij: ‘Door een plotselinge slag zal ik het liefste wat je hebt van je wegnemen. Je mag daar niet om rouwen of treuren, en je tranen niet laten vloeien. Klaag in stilte, rouw niet om de dode. Wikkel een tulband om en doe je sandalen aan; bedek je baard niet en eet niet van het brood dat de mensen je brengen.’ Die ochtend sprak ik nog tegen het volk, en ’s avonds stierf mijn vrouw. De volgende morgen deed ik wat mij was opgedragen.
Ik herinner me de eerste keer, dat ik Ezechiël 24 las. Ezechiël mocht niet in het openbaar rouwen om zijn overleden vrouw, want het volk moest niet in het openbaar rouwen om de val van Jeruzalem.
Het zijn drie unieke situaties. Er was op een moment maar een persoon hogepriester. Jeremia en Ezechiël leefden op een bijzonder moment van Israëls geschiedenis.
Het zijn alle drie unieke situaties. Je kunt en hoeft ze zo niet op jezelf toe te passen. Ze illustreren wel op een schokkende manier: de radicaliteit van het dienen van de Heer, stijgt uit boven andere verplichtingen.
Op weg naar zijn dood Jezus vraagt deze man hetzelfde
Nu terug naar Jezus. “Niet begraven, maar mij volgen.”
Jezus vraagt wat een gewone wijsheidsleraar of rabbi niet kan vragen. Jezus verbindt het verkondigen van Gods Koninkrijk met het volgen van hem. Wie denkt Jezus wel, dat hij is, dat hij iets dergelijks van mensen kan vragen… Eert uw vader en moeder, maar God boven alles.
Wie is deze?
Bij Lukas is Jezus de man op weg naar Jeruzalem, op weg naar zijn lijden en sterven. Hij weet het. Op dat moment vraagt hij deze man: “Volg mij. Laat de doden hun doden begraven. Ga met mij mee. Nu.”
Uniek, maar niet eenmalig
Deze verregaande uitspraak van Jezus moet je ook naast het onderwijs van Paulus zetten. Hij schrijft aan Timotheüs: “Wie niet voor de eigen familie zorgt, zelfs niet voor huisgenoten, heeft het geloof verloochend en is slechter dan een ongelovige.” Dat is de algemene regel.
En toch is daar de kous niet mee af. In Matteüs vind je deze uitspraak van Jezus ook. Op een andere plaats, vlak voor de storm op het meer. Matteüs 8 vers 21, aan het begin van Jezus’ optreden. “Volg mij. Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.”
Ook daar. Mij bekruipt het ongemakkelijke gevoel, dat Jezus’ oproep wel uniek is, maar niet helemaal eenmalig. Soms kan de Heer ons voor het blok zetten: “Nu moet je kiezen. Nu.”
Ik weet niet wanneer die momenten zijn. Ik weet niet of ze er voor jou zijn. Ik en anderen kunnen wel helpen en vertellen: “Nu kun je kiezen. Dit is een goed moment.” Maar de Heer kan ons voor het blok zetten: “Nu moet je kiezen.”
Ontwapen niet bij voorbaat, dat die gelegenheden niet bestaan.
Ga recht op je doel af
Dan de laatste uitspraak. Ik zal er kort over zijn.
Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’
Het verhaal lijkt sterk op het verhaal van de roeping van Elisa. Jezus draait de dingen wat. Elisa was aan het ploegen en moest de ploeg in de steek laten. Jezus vergelijkt het werken in Gods Koninkrijk juist met dat ploegen.
Ging Elisa nog naar zijn ouders? Het staat er niet. Hij volgde ze niet op in de boerderij. Elisa slacht zijn runderen, kookt het vlees en geeft de mensen te eten. Hij gaat met Elia mee. Elisa blijft Elia volgen, tot zijn opname in de hemel. Elisa kijkt niet achterom, maar gaat vooruit.
Paulus ook. Hij schrijft in Filippenzen 3:14 ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept. Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten.
Dat betekent ook: de liefde voor de Heer gaat indien nodig boven de liefde voor de familie. Wanneer je nog een portie ongemakkelijke teksten van Jezus zoekt: Lukas 12:51 en verder en 14:26.
Laat de woorden van Jezus blijven kriebelen
Zo begrijp je hopelijk wat Jezus bedoelt, en blijft de urgentie in Jezus’ woorden kriebelen. Is Jezus volgen zo dringend, zo acuut, dat je daar zelfs een begrafenis voor moet laten lopen?
Jezus’ woorden kunnen bij ons wel eens ongemakkelijk zijn. Want we beseffen, dat er een moment zou kunnen komen, dat hij die woorden tot ons richt. Dan moeten we zijn woorden niet ontwapenen.
Amen
Wanneer je deze tekst anders dan voor jezelf wilt gebruiken, stelt ds. Pieter Kleingeld een e-mail op prijs. |
Meer preken met het thema Jullie zijn mijn licht:
| |