Onze zoon Jonatan werd gedoopt in deze dienst.
De liturgie vind je aan het einde van de tekst. Zie ook www.jonatanvermeulen.nl of www.wikipedia.nl
Twee dingen
Ik wil vanmiddag twee dingen vertellen. Als eerste waarom Jonatan Jonatan heet. Als tweede wil ik vertellen over de gevaren van de woestijn.
Na afloop begrijpt u ook deze woorden uit 1 Korinte 10:
1 Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken, 2 dat ze zich allemaal in de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee. 3 En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel 4 en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus.
1) Waarom heet Jonatan Jonatan
Waarom heet Jonatan Jonatan?
Jonatan betekent “Geschenk van God.” Jonatan is in de bijbel ook een bijzondere man. Hij heeft David lief als zijn eigen leven maar sterft omdat –ie loyaal is aan zijn vader. Jonatan is een man die God liefheeft met hart en ziel, vertrouwt op hem en zijn leven durft te geven in de strijd. Want zijn God is een God van levenden.
Maar, dat is niet waarom Jonatan Jonatan heet. Dat heeft namelijk te maken met het volk Israël.
Wanneer je pas in de kerk komt, snap je er misschien niets van. “Wat hebben die mensen met Israël – al die liedjes over Jeruzalem, al die verhalen over dat volk? Waar komt dat vandaan?” Wat hebben wij met Israël?
Paulus gaat er vanuit, dat de Korintiërs het verhaal kennen
Nu, heel veel. Paulus begint zo: “Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken…”.
Paulus schrijft het bijna achteloos. Hij heeft het over de wolk, de zee. Hij gaat er vanuit, dat de Korintiërs weten waar hij over vertelt. Mensen waarvan de meerderheid nooit in het land Israël is geweest. Mensen, die nog maar pas christen zijn. En toch Paulus gaat ervan uit: “Ze weten waar ik het over heb.”
God bevrijdt een volk van slaven, het volk Israël uit de macht van de Farao van Egypte. En wanneer de Farao hen achtervolgt, beschermt God hen. Hij staat tussen de Egyptenaren en hen in een wolk van vuur en duisternis; dat is de wolk. God baant met een geweldige stormwind een weg door het water van de Rietzee; dat is de zee. De mensen vluchten er door heen terwijl de Egyptenaren die hen achtervolgen verdrinken in de golven.
De Exodus is de geschiedenis van onze God
De God van het Oude Testament vertelt niet over een vreemde God, maar over onze God. Wanneer we het Oude Testament niet kennen, dan wordt God voor ons een vreemde God. Jezus is de belichaming van de God van het Oude Testament. Wanneer je dat deel van de bijbel niet kent, hoe weet je dan wie Jezus belichaamt?
De Exodus is de geschiedenis van onze voorouders
Paulus zegt nog meer. Hij zegt tegen mensen, waarvan de meerderheid niet Joods was: “Dat verhaal over Israël aan de oever van de Rietzee is de geschiedenis van onze God en van onze voorouders. Het volk Israël, dat zijn jullie voorouders.” En ook de onze.
Want hoewel wij ooit zonder hoop en God waren...
Dat is maar goed ook, want alles waar wij bij God aanspraak op maken; zijn liefde en genade, zijn geduld, zijn nabijheid en zegen, dat zijn beloften die hij aan Israël heeft gegeven, niet aan ons. Het zijn de beloften aan de vaderen, zoals de bijbel dat noemt. Dus wanneer wij op die beloften aanspraak maken, kunnen zij maar beter onze voorvaderen zijn.
Van nature loopt er een grote scheiding tussen Gods beloften en ons, tussen het volk van God en ons. Paulus zegt het zelfs zo: “Jullie – dat zijn wij dus – leefden in een wereld zonder hoop en zonder God.”
...Zijn wij nu dichtbij door Christus Jezus
“Maar,” zo gaat hij verder: “Nu zijn jullie, eens ver weg, dichtbij in de Christus Jezus door zijn bloed. Hij is onze vrede. Hij heeft met zijn dood de twee werelden één gemaakt. Hij brengt vrede aan ons die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.”
Wanneer wij mogen delen in Gods beloften, mogen wij ook delen met hun voorouders. Zo zijn christenen dus op een bijzondere manier verbonden met het volk Israël.
De verbondenheid met Israël werkt uit in de praktijk
Op de een of andere manier werkt die verbondenheid ook altijd in de praktijk uit. Paulus vraagt de eerste niet Joodse christenen om de Joodse christenen financieel te steunen. Hij zegt: “Jullie hebben geestelijke zaken van hen gekregen, staan jullie hen nu bij in materiële zin.”
Dat was toen, maar je ziet die verbondenheid nog steeds. Die gaat soms ook veel verder gaan dan geld. Liefde kent ook andere prijzen.
De naam van Jonatan heeft alles met die liefde en verbondenheid te maken.
Twee ooms van mij hebben jaren in Israël gewoond, beiden aanvankelijk in een christelijke kibboets Nes Ammim. Een van hen – oom Chiel – vertrok later naar Nahariya om daar een timmerbedrijf te beginnen.
In 1990, toen zijn vrienden in dienst gingen, vertrok Jonatan, de oudste zoon van mijn oom, naar Nederland. Hij voelde zich er niet thuis. Toen Israël in 1991 onder het vuur van de Iraakse scuds kwam te liggen, keerde Jonatan terug om in dienst te gaan. Door de moeilijke economische situatie was zijn familie echter in 1992 genoodzaakt terug te gaan naar Nederland. Jonatan zat eerst bij een anti-terreurcommando, later bij de explosievenopruimingsdienst. Op 28 december 2000 moest hij samen met een collega Gad Marasha een bom aan de Israëlische kant van de Gazastrook onschadelijk maken. Maar daarnaast was nog een bom verstopt. Toen hij bezig was met de ene bom, werd de ander bom tot ontploffing gebracht. Hij en Gad Marasha stierven. Jonatan was 29 jaar.
Onze Jonatan is vernoemd naar die Jonatan. Allereerst: omdat het goed is om hem niet te vergeten en verder te vertellen wie hij was. Elke keer als mensen vragen, kunnen wij vertellen. Jonatan is naar hem vernoemd, en zo zijn wij verbonden met onze familie, in het bijzonder met zijn vader en moeder. Uiteindelijk is hij ook vernoemd om ons te herinneren, dat wij op een bijzondere manier verbonden zijn Israël. Alleen liefde kent verdriet en alleen liefde kent een prijs.
Dus nu weten jullie waarom Jonatan Jonatan heet.
2) Het gevaar in de woestijn
Dan nu het tweede: gevaren in de woestijn.
Exodus: de HEER bevrijdt van de dood
Daar staan ze: onze vaderen voor de Rietzee. Het gevaar is duidelijk – farao wil hen de dood in jagen. Ze kunnen geen kant op. Ze staan voor de zee: de dood. Daar zal farao ze in jagen.
Dan grijpt God in. Hij maakt een pad door de zee. Hij baant een weg door de dood.
Ze vluchten, halsoverkop, over de bodem van de zee. Water links en rechts van hen. De storm loeit boven hun hoofd. Duister achter hen en vuur voor hen. De vijand achtervolgt ze, duikt de zee in en jaagt ze achterna.
Wanneer de eersten de overkant bereiken, neemt de wind af, terwijl het duister in de verte alleen nog maar intenser wordt. De golven rollen terug, eerst langzaam, dan steeds sneller, steeds hoger. Terwijl de zee de Egyptenaren verzwelgt, slaan er golven over de laatste Israëlieten heen. Ze worden nat, gaan misschien kopje onder maar, zijn gered. Bij anderen vliegen de spetters om de oren. God heeft ze gered uit de dood. Sommigen kunnen het aan hun kleren zien.
Niet alles is hetzelfde is, maar wel vergelijkbaar en echt
Eigenlijk begint het nu pas: nu gaan ze samen met God reizen. Ze gaan op weg naar het land dat God hen heeft beloofd dwars door de wildernis en de woestijn.
Zoals God de Israëlieten bevrijdde door de Rietzee van de Egyptenaren, zo bevrijdt hij ons door Jezus van een levenlang ploeteren zonder echt perspectief. Hij bevrijdt ons van de dood. Zoals hun doop een startpunt was, is onze doop dat ook. Een startpunt op weg naar een nieuwe toekomst van vrijheid, rust en leven.
Daarmee bedoel ik niet, dat alles hetzelfde is, wel vergelijkbaar en net zo echt. Ik loop even een paar woorden van de tekst na, dus kijk even in je bijbel of naar de tekst van de beamer.
Onze voorouders waren allemaal onder de wolk en trokken door de zee. In die wolk was God aanwezig, nu is hij bij ons door de Heilige Geest.
Zij lieten zich dopen tot Mozes, oftewel zij legden hun leven in zijn handen, zoals wij ons leven in handen van Jezus moeten leggen. Alleen wanneer ze Mozes vertrouwden en door de zee gingen zouden ze overleven. Alleen wanneer wij Jezus vertrouwen zullen wij ook leven.
Ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel en ze aten allemaal dezelfde geestelijke drank. Jullie weten denk ik wel, dat God zelf zorgde voor eten en drinken in de wildernis. Denk aan het manna en het water uit de rots.
Dat was geestelijk voedsel. Het was voedsel dat God aan bevrijdde slaven gaf. Voedsel bedoeld voor mensen die opgestaan waren uit de dood. Geen voedsel uitgedeeld door de heersers van deze tijd, maar voedsel uitgedeeld door de koning van het Koninkrijk van de hemel.
Dat voedsel wijst vooruit: naar de maaltijd van de Heer. Het verwijst naar eten en drinken dat echt eeuwig leven geeft: dat is Jezus zelf.
Paulus zegt: “Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus.”Misschien dacht –ie aan een legende: toen het volk door de woestijn reisde, zou die rots waar water uitkwam de hele tocht door de woestijn hebben meegereisd. Maar, ik denk, dat –ie aan iets anders dacht, dat vertel ik straks.
Het grootste gevaar in de woestijn, dat ben je zelf
Dus daar staan ze. De reis ligt voor hen. De woestijn ligt voor hen. Heet en zinderend. Kaal en hier een daar een struikje. Rotsen en kiezels. Geen schaduw. Wat is het grootste gevaar op reis? Wat is het grootste gevaar in de woestijn?
Het grootste gevaar in de woestijn, dat ben je zelf. Drie dagen geen eten. Een dag geen drinken. Die God kun je niet vertrouwen. Je zoekt je eigen weg.
Het grootste gevaar in de woestijn, dat ben je zelf. “Het was toch eigenlijk hartstikke prima in Egypte. Goed eten en drinken. Misschien wat hard werken. Waarom gaan we niet terug.” Je bent vergeten, dat die Farao je dus de dood in wilde jagen, door je af te beulen of door je rechtstreeks de zee in te jagen.
Het grootste gevaar komt niet van buiten, maar van binnen. Er staat niet voor niets: “Je hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn.”
Het grootste gevaar in de woestijn, dat ben je zelf. Geldt voor ons niet hetzelfde? “Maakt het uit, christen of niet?” En je gaat twijfelen. Wat is het verschil eigenlijk?
Het grootste gevaar in de woestijn, dat zijn wij zelf. Wij zijn ook bevrijd. Wij zijn vrij. En dan draven we door: “Vrij om relaties te kiezen. Vrij om ze in te vullen. Liefde, daar gaat het om. Vrij om te eten, te drinken, te roken, wat en hoeveel we willen.” Daarom zong Keith Green: “So you wanna go back to Egypt.”
Wij zijn vrij, maar moeten onze vrijheid niet gebruiken om ons zelf of anderen in gevaar te brengen. Zo serieus als het toen in de woestijn was, is het nu ook.
Onze God is door Jezus een God van levenden
Dan pakken we nu die twee dingen samen.
Jonatan durfde zijn leven te geven, omdat zijn God een God van levenden was. Jonatan was verbonden met zijn voorvaderen en dus ook met de belofte.
Je komt de uitdrukking “de belofte aan de vaderen” een paar keer tegen in het Nieuwe Testament. Het is de belofte, dat God een God van levenden is. Jezus heeft die belofte vervuld: hij stond op uit de doden, als eerste.
Deze Jezus reisde met onze voorvaderen mee. Hij reist ook met ons mee. Hij is onze rots.
Wat hebben wij nog meer nodig? Ga eens na voor jezelf: “Wat zijn mijn dromen? Ben ik een slaaf van mijn verlangens of ben ik vrij? Kijk ik naar Egypte of naar het Beloofde land? Ben ik gericht op wat ik eet, of met wie ik eet. Gaat het er mij om wat ik drink of wie mij te drinken geeft?”
Jezus zegt: “Er is maar een gevaar in de woestijn, dat ben jezelf. Alles wat je nodig hebt. Alles wat je tekort komt. Ik schenk het overvloedig. Mijn Vader is de God van levenden. Leg je hand in mijn hand. Zet je voet bij mijn voet. Je wilt toch niet terug naar Egypte?”
Amen