Wij denken aan kerkelijke conflicten
Wanneer je 1 Korinte 6 leest, denk je misschien aan kerken die naar de rechter stappen vanwege gebouwen. Of je denkt aan de strijd om de naam van de Nederlands Hervormde Kerk. Kerken die voor de rechter staan. Hoe kan het?
Paulus schrijft: Hoe durft u onderlinge rechtsgeschillen voor ongelovigen te brengen in plaats van voor de gelovigen!
Toch is het goed om te kijken, of je die tekst meteen kunt toepassen. Er is namelijk meteen al een verschil. In Korinte waren het twee mensen, twee individuen binnen één gemeente met een conflict. Het is de vraag of je die uitspraak van Paulus zomaar mag doortrekken naar twee organisaties. Misschien is er een toepassing die dichter bij de tekst ligt.
Laten we daarom iets nauwkeuriger lezen.
Twee mensen met een zakelijk conflict
In de gemeente zijn twee mensen met een geschil. Waar
gaat het over?
Paulus stond ook ooit in Korinte voor de rechter. De Joden hadden hem voor Gallio gesleept. Die zei toen: “Ik ga niet over ruzies binnen jullie godsdienst. Daar verspil ik mijn tijd niet aan.” Dus deze twee mannen in Korinte hebben geen ruzie over iets geestelijks. Dat zou niet ontvankelijk zijn.
De een heeft ook geen misdaad gepleegd tegen de ander, een moord gepleegd of mishandeling of overspel gepleegd. Dan zou Paulus het geen kleinigheidje noemen, maar dat doet –ie wel.
Waarschijnlijk hebben deze twee dus ruzie over een bouwcontract of over een stuk grond of een gebouw, een zakelijk conflict.
Een van hen is een proces begonnen
Een van de twee is een proces begonnen.
Het civiel recht was toegankelijk voor aanzienlijken
Zo’n proces was in die tijd op zijn best een strijd tussen twee gelijken. Een strijd tussen twee mensen met macht en invloed. Gewone mensen konden zich geen proces veroorloven.
Nu had Paulus al verteld, dat er niet zoveel invloedrijke gemeenteleden waren. Dus als twee van hen gaan knokken, kun je je voorstellen dat dat nogal invloed heeft op de gemeente. Ze waren toch al hopeloos verdeeld.
Het civiel recht was vaak corrupt
Maar, dat is niet het enigste. Ik zei: “Het is op zijn best
een strijd tussen twee gelijken.” Op zijn slechts…
De rechter of de jury werden gekozen uit de heersende klasse. Alleen als je voldoende belasting betaalde kon je in de jury komen. Ze waren corrupt: vaak aanvaardden ze steekpenningen. Rechters en jury keken welke uitslag goed was voor hun positie. “Wat levert het meest op aan geld of invloed?” Dus als je minder bedeeld of weinig invloed had.
Toen Paulus gevangen zat in Caesarea, hoopte Felix, dat Paulus hem geld zou aanbieden, daarom liet hij hem telkens op gesprek komen. Daarom bleef Paulus al die tijd gevangen.
Vandaar dat Paulus in vers 1 zegt, dat ze hun conflict voor onrechtvaardigen brengen. De NBV vertaalt met ongelovigen. Maar, er staat onrechtvaardigen en dat kun je ook nog lezen in de vorige vertaling.
De procesgang was een wedstrijd vuilspuiten
Zo’n proces was ook geen koele opsomming van feiten. Het was meer een wedstrijd: probeer de ander zo zwart mogelijk af te schilderen. Dan heb je de meeste kans om te winnen. “Het is ons gebleken dat deze man een ware pest is en wereldwijd onrust veroorzaakt.” Dat is waar de Joodse leiders Paulus van beschuldigen. Zo ging het dus.
Twee gemeenteleden die elkaar publiek zwart gaan maken, waarschijnlijk steekpenningen uitdelen en hun invloed gebruiken om hun recht te halen.
Vandaar dat Paulus verbolgen is
Stel je voor, dat X en Y (twee bekende gemeenteleden) elkaar publiekelijk voor rotte vis gaan uitmaken. Dat zou er mooi uitzien.
Vandaar dat Paulus ook zegt: hoe durf je je daaraan over te leveren. Zo je recht halen betekende dus doelbewust een corrupt systeem in stappen.
Nog even terug naar de knokkende kerken uit het begin
Nog even terug naar die knokkende kerken uit het begin. Het verschil is dus niet alleen dat het in Korinte om individuen gaat. Een tweede verschil is de rechtsspraak zelf. Nederland staat niet bekend om zijn corrupte rechtsspraak.
Ik moest denken Amerikaanse televisieseries, waar advocaten en aanklagers elkaar en hun cliënten en getuigen zwartmaken of afschilderen als onbetrouwbaar. Daar wil je als christenen met een onderlinge ruzie toch niet staan.
Paulus ziet bovendien het perspectief
Daar wil je zeker niet staan als je het volgende weet. Het perspectief waaruit Paulus dit allemaal bekijkt: Gods heiligen oordelen over de wereld oordelen. Gelovigen oordelen zelfs over engelen oordelen.
Jezus oordeelt over de wereld en over de engelen
Waar haalt Paulus dat nu weer vandaan? Daniël 7. Daniël 7 is een hoofdstuk wat je telkens terug hoort in het Nieuwe Testament. Daniël 7 is het hoofdstuk van de Mensenzoon. Lees maar mee, vanaf vers 13:
13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14 Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.
Wanneer we zingen, dat elke knie zich buigt. Dat komt uit Daniël 7. Wanneer we belijden, dat het rijk van Jezus geen einde kent: Daniël 7.
Wanneer Jezus koning is, is hij ook rechter. Zoals je weet sprak koning Salomo ook recht. Koningen spraken ook recht in de tijd van Daniël. En in de tijd van Paulus? Paulus beriep zich uiteindelijk ook op de keizer, als de hoogste rechter.
Daniël 7 vertelt dus dat Jezus rechter is over de wereld en over alle machten en dus ook over de engelen.
Wij oordelen over de wereld en over de engelen
Maar dat is niet het enige. Wanneer Daniël uitleg krijgt wie die Mensenzoon is, krijgt hij dit te horen, vers 18:
Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden – voor eeuwig en altijd.
Je kan dus zeggen: wij zullen met Jezus voor altijd regeren. Wanneer wij met Jezus regeren, zullen wij dus ook met hem oordelen, over de wereld en over alles wat er is. Vandaar dat Paulus zegt: Gods heiligen in vers 2. Hij citeert uit Daniël 7.
Wat betreft die engelen. Ik denk, dat Paulus dat als voorbeeldje gebruikt. Hij zegt zoveel als: “Jullie maken ruzie om zoiets kleins in vergelijking met de grote rechtspraak komt. En voor dat kleine ga je dan naar mensen die je niet kunt vertrouwen. Hoe kun je dat nu doen?”
Dat is leven in het perspectief van het Koninkrijk. Dat perspectief van Daniël 7, dat is ons waarschijnlijk wat vreemd of het is ons op zijn minst niet eigen.
Is dat niet waar voor ons de pijn zit?
Gebruik deze woorden van Paulus niet om je hoofd te schudden over mensen die ruziën over een kerkgebouw. Ik denk, dat Paulus meewarig zijn hoofd schud over ons: “Jullie hebben het nog niet echt door hè.”
“Jullie bedrijf wordt overgenomen. Je manager die totaal niet deugt staat binnenkort op straat. Je weet dat. Maar nu ga je bij hem verhaal halen, terwijl je weet hij niet deugt. Samen met je collega maak je bij hem ruzie over werkplek die verdwijnt. Je maakt er ruzie om, terwijl jullie allebei promotie gaan maken en in een nieuw gebouw terechtkomen.”
Paulus schudt zijn hoofd. Want, dit is het argument, waarom hij vindt dat het niet kan wat die twee mannen doen. Zolang dat argument ons niet eigen is, snappen wij dit hoofdstuk nog niet.
Wat ook bijzonder is, is dat het voor ons theoretisch klinkt “over de wereld en engelen oordelen.” Maar dat het voor Paulus heel praktisch is: “daarom ga je nu je recht bij een broeder niet voor een corrupte rechtbank halen.”
Paulus ontploft bijna
Paulus is trouwens niet meewarig. Hij ontploft bijna. Dat zie je vooral in vers 5. “Schaam je. Is er geen wijs man bij jullie die dit zaakje kan oplossen. Jullie zijn toch zo wijs, daar gaan jullie toch zo stuk op, op die wijsheid van jullie. Nou hier, om te oefenen voor later, een kleinigheidje.”
Hij is ook ontploft, omdat waar ze moesten optreden, ze dat niet deden. Die man die samenwoonde met zijn stiefmoeder, die lieten ze gaan. En waar het niet hoeft, treden ze wel op, maar dan buiten de gemeente om.
Tot slot spreekt hij de twee bijna persoonlijk toe
Tot slot spreekt Paulus de twee bijna persoonlijk toe. In
vers 7 tot en met vers 11. Hij begint met degene die het proces aanspande: “Waarom lijd je niet liever onrecht? Waarom laat je je niet liever benadelen?” Dan de aangeklaagde: “Waar ben jij mee bezig? Waarom doe jij onrecht? Je weet toch wel dat mensen die onrecht plegen geen deel hebben aan Gods koninkrijk?”
Dan somt Paulus op en spoort hij aan: “Je bent gereinigd. Je bent geheiligd. Je bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God. Word wie je bent.”
Samenvatting
Samenvattend. Paulus roept hier niet op om over je heen
te laten lopen. Later beroept Paulus zelf zich op de keizer. En meermalen op zijn Romeins burgerschap. Het gaat hier ook niet om de zwakken, maar om mensen die financieel wel een stootje konden hebben.
Hoe kunnen twee gemeenteleden elkaar via een corrupt rechtssysteem bestrijden? Straks oordelen wij met Christus over wereld en engelen!
Misschien kun je nog steeds denken aan christelijke organisaties die elkaar voor de rechter slepen. Maar, onthoud het verschil: individuen en groepen en ook goede en slechte rechtsspraak. Veeg dat niet onder het tapijt.
Ik moest zelf ook denken aan christenen die elkaar kapotmaken op de radio of in tijdschriften. Voor hen is 1 Korinte 6 ook bedoeld. Het gaat de media ook lang niet altijd om de waarheid, maar om geld en aanzien.
En dan: Daniël 7. We kunnen de redenering van Paulus wel volgen, maar zijn emotie denk ik niet. Snappen we het dan wel? Leven we wel echt in het perspectief waarin God ons leven wil hebben?
Amen