Luister live mee:
Op dit moment is er geen uitzending

Reguliere uitzendingen op zondag
van 9:30 tot 10:30 en
van 16:30 tot 17:30

Audio archief:
05/9 ochtend P. Kleingeld / D. Wolf
Beluister de preek
29/8 ochtend ds. P. kleingeld
Beluister de preek
Ga naar het volledige overzicht

Preken op thema:
1 Korintiers
Gebed
God heeft bevrijdend lief
Ik ga zelf met jullie mee
Jakobus
Jullie zijn mijn licht
Meer dan verwacht
Micha Campagne
Samen onderweg
Van kom-kerk naar ga-kerk
Vergeven op Gods manier

Preken op jaartal:
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003

Zoeken op woord:

Preken archief

Titel: Begin: Jezus Christus onze Heer
Thema: 1 Korintiers
Datum: 19-02-2006 in de ochtenddienst
Liturgie: Lied: Ps 100 – Juicht Gode toe, bazuint en zingt
Votum en groet
Lied: Ps 75:1,2,4,7 – U alleen, U loven wij
Gebed
Lezen: 1 Korintiërs 13
Lied: Opw 378 – Ik wil jou van harte dienen
Lezen: 1 Korintiërs 1:1-9
Lied: Gez 303:1,2,5 – De ware kerk des Heren
Preek
Lied: Opw 419 – U bent God, en wij prijzen U
Gebed
Collecte voor Stichting De Hoop
Collecte en lied: Opw 546 – Nabij Gods hoog verheven troon
Lied: Opw 585 – Er is een dag
Zegen

Begin: Jezus Christus onze Heer

De aanleiding – Maassluis lijkt op Kenchreeën

Ik wil vanochtend beginnen met een nieuwe serie preken over de eerste brief die Paulus aan de gemeente in Korinte schreef.

Waarom? Vanwege alle overeenkomsten, het is echt opmerkelijk.

Op de kaart zie je, dat Korinte tussen twee grote wateren ligt. Korinte was een grote havenstad, dus net zoiets als Rotterdam. De eerste overeenkomst.

Dat lijkt nog toeval, maar nu dit: net als Rotterdam, lag Korinte niet direct aan het water. Korinte had twee havenwijken of –steden; Kenchreeën in het oosten en Lechaeum in het westen. Vanaf de zee kwam je dus eerst in Kenchreeën. Dus net zoiets als Maassluis; eerste stad aan de Nieuwe Waterweg.

En nu de meest opmerkelijke overeenkomst. Ik heb ooit iets verteld over kappers in Maassluis, weet je nog. Weet je wat er in Handelingen 18 staat? Voor zijn vertrek had Paulus in Kenchreeën zijn hoofd laten kaalscheren, omdat hij aan een gelofte gebonden was. Dus net als in Maassluis hadden ze in Kenchreeën ook kappers.

Lijkt mij reden genoeg…
 
De echte aanleiding – tucht en de Geest

De echte aanleiding ligt natuurlijk ergens anders. Misschien was je erbij toen ik preekte over 1 Samuël 3. Toen eindigde ik met dit plaatje en deze vragen:

  • Ken ik de Heer?
  • Blussen wij de Geest niet uit?
  • Doen wij het woord, persoonlijk, maar ook als kerkenraad? En hoe? 
  • De laatste. Willen we het wel: God doet het woord?

Twee vragen of onderwerpen vormen de aanleiding.

De eerste vraag is deze: doen wij het woord? Oftewel: hoe breng je mensen ook in hun dagelijkse leven op het spoor van Jezus? Wat mag je van mensen verwachten wat betreft hun levensstijl. En natuurlijk ook: wat mogen mensen van u verwachten? Wat moet je doen als je verwachtingen niet uitkomen. Het kerkelijke woord daarvoor is tucht.

Doen wij het woord en hoe? Vroeger, niet eens zo lang geleden, was onze gemeente een stuk statischer. Bijna iedereen groeide op in de kerk en had dezelfde levensstijl, in ieder geval aan de buitenkant. Nu zien we mensen tot geloof komen of hun geloof opnieuw ontdekken. Geloof en gedrag hebben natuurlijk alles met elkaar te maken, maar wat mag je verwachten?

Dan de tweede vraag: blussen wij de Geest niet uit. Het werk van de Heilige Geest staat kerkelijk in het brandpunt van de belangstelling. Iedereen heeft er wel een idee over of juist geen. Wat mogen we nu verwachten van Gods aanwezigheid?
 
Waarom deze brief

Die twee vragen met deze brief. Waarom deze? Omdat deze twee vragen er een belangrijke rol in spelen.

Het gaat in deze brief over oude en nieuwe gelovigen, relaties, ruzie, seksualiteit, eten en drinken. En hoe je samen met verschillen omgaat.

Paulus besteedt ook een aantal hoofdstukken aan het werk van de Heilige Geest. Wie hij is. Wat hij doet en waartoe.

Bovendien zijn er behalve de kapper belangrijkere overeenkomsten tussen Maassluis en Kenchreeën. Daar zal ik in de loop van de tijd wel meer over vertellen.

De opzet

Ik wil samen met jullie op zoek naar antwoorden op deze twee vragen aan de hand van deze brief van Paulus. Ik heb natuurlijk meer tijd dan jullie. Maar, ik wil jullie wel vragen om mee te lezen. Vertel of mail me ook maar je vragen of je reacties.

Paulus gebruikt de standaardvorm voor de aanhef

Vanochtend is het begin van de brief aan de beurt.

Wanneer mensen in die tijd brieven schreven hadden ze net als wij hun eigen gewoonten. Ze hadden hun eigen template:

  • Eerste schreef je van wie de brief was. Dus hier: van Paulus en Sostenes.
  • Dan aan wie je de brief richtte. Hier: aan de gemeente van God in Korinte.
  • Dan deed je de groeten. Hier ook: genade en vrede.
  • Dan volgde als je echt op je schrijfstoel zat nog een gebed. Dat doet Paulus hier dus ook. Zijn gebed begint met de woorden: “Ik dank mijn God altijd voor jullie…”

Dit is dus echt een brief, die je ook zo moet lezen. Wanneer je je bijbel doorbladert, zul je zien dat allerlei boeken van het NT geen boeken maar brieven zijn en net zo beginnen. Kijk maar naar het begin van Romeinen, 2 Korintiërs, 1 en 2 Thessalonicenzen, enzovoorts. Echt brieven.

Weten dat je een brief leest, helpt je al bij het begrijpen van het geheel.
 
Wat valt dan op?

Maar er is meer. Paulus gebruikt vaak de standaard vorm voor het begin van zijn brieven, hij schrijft niet altijd hetzelfde. Met de woorden die hij gebruikt of juist niet, geeft hij soms al kleine hintjes naar wat gaat komen.

Ik geef twee voorbeelden. Eerst een woord wat Paulus wel gebruikt en dan een woord wat hij juist niet gebruikt.

Paulus dankt God wel voor de genadegaven

Paulus dankt God, dat hij hen zoveel genade heeft geschonken. Het ontbreekt de mensen in Korinte aan geen enkele gave van de Geest. De Heilige Geest heeft ontzettend veel cadeautjes uitgedeeld.

Het Griekse woord voor genadegave klinkt ons bekend in de oren: charisma. Zonder meteen al te diep op het woord charisma in te gaan, is dat een woord wat opvalt. Alleen Petrus gebruikt het verder nog, één keer. Paulus gebruikt het 16 keer. Het is echt een woord van Paulus.

Het valt ook op, omdat Paulus het vooral in twee brieven gebruikt, deze brief en de brief aan de Romeinen. Het opmerkelijke is, dat Paulus de brief aan de Romeinen vanuit Korinte heeft geschreven. Misschien was het dus ook een woord wat echt bij de gemeente van Korinte paste.

Charisma, nu daar gaat Paulus over schrijven in hoofdstuk 12 van deze brief.

Paulus dankt niet voor hun liefde

Dan is er nog een woord wat opvalt, omdat Paulus het niet gebruikt. Paulus dankt God voor van alles en nog wat. Hij dankt niet voor hun liefde. Kijk je in andere brieven, dan dankt Paulus bijna altijd voor de liefde die hij vindt in een gemeente. Hier niet.

Je zou kunnen denken: toeval, iedereen vergeet wel eens een woordje. Het lijkt hier geen ongelukje. Er is veel in deze gemeente maar het woord liefdevol is niet het eerste is, dat bij je opkomt. Ze zijn onderling verdeeld. Ze maken elkaar het leven zuur voor de rechtbank. Velen zijn erg blij met zichzelf, vanwege de cadeautjes die God aan hen heeft gegeven. “Kijk mee eens.”

Paulus dankt niet voor hun liefde. In het middelpunt van zijn aanwijzingen voor de samenkomst en het gebruik van Gods gaven zet Paulus de liefde: 1 Korintiërs 13. Een heel hoofdstuk over de liefde, de hoogste weg, Gods doel.

Dit zijn zomaar twee voorbeelden, maar er zijn er nog meer te geven.

Namen vallen ook op

Wat valt nog meer op? Namen. Welke namen vallen je op? Goed, Paulus, maar wat dacht je van Sostenenes. Wat is dat voor iemand?

Bijvoorbeeld die van Sostenenes

Lukas vertelt in Handelingen hoe Paulus in Korinte terechtkomt. Hij vertelt ook over een Sostenes. Die Sostenes wordt in elkaar geslagen. Die Sostenenes is leider van de synagoge. Wanneer het dezelfde is, dan is –ie dus later tot geloof gekomen.

Wanneer het dezelfde is, is er dus minimaal één belangrijk iemand lid van de gemeente in Korinte. Iemand met een opleiding. Iemand die ook onder de Joden een vooraanstaande positie had.

Zo kunnen namen van mensen je iets vertellen hoe die gemeente in elkaar zat. Dit is natuurlijk maar één naam, dat is wat mager, maar er is over meer mensen wat te vertellen. Daarover een andere keer meer.
 
Maar bovenal deze naam: Jezus Christus is onze Heer

Voor vanochtend wil ik je wijzen op nog een naam: Jezus Christus onze Heer. In dit stukje noemt Paulus hem negenmaal. Een keer kort: Christus. Drie keer al uitgebreider: Christus Jezus. Vijf keer voluit: Jezus Christus onze Heer.

Ik pik er een paar zinnetjes uit, om te laten zien, dat hij het middelpunt is.

Paulus begint hiermee: “God heeft mij uitgekozen als apostel van Christus Jezus. Hij heeft jullie geroepen om heiligen te zijn van Christus Jezus.” Dat geldt net zo voor ons. We zijn hier niet op eigen initiatief. God zelf roept ons. Hij roept ons om zijn heiligen te zijn.

Paulus schrijft: “We roepen de naam van onze Heer Jezus Christus aan, samen met alle christenen wereldwijd.” We roepen zijn naam aan, want ieder die de naam van de Heer aanroept zal worden gered. Jezus is onze Redder. Je mag trouwens vooruit denken aan hoofdstuk 12. Daar zegt Paulus: “Niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is Heer’ behalve door toedoen van de Heilige Geest.”

Jezus Christus is onze Heer. In de Romeinse samenleving had iedereen iemand boven hem met meer macht of aanzien. Jij was cliënt, die je patroon. Dat ging heel de samenleving door. Onderaan had een slaaf zijn eigenaar, maar daar bleef het niet bij. Zo waren stadhouders patroon van veel burgers. Maar, op hun beurt waren die stadhouders ook weer cliënt, bijvoorbeeld van een provinciehoofd. Enzovoorts. De allerhoogste heer was de keizer. Je leven, je bezit, alles was afhankelijk van je relatie met je patroon, je heer.

En dus, schrijft Paulus in vers 5: “Julie zijn inderdaad rijk. God schenkt jullie vanwege Jezus Christus die overvloed aan cadeautjes.”

Dan vers 8 en 9. Jezus Christus is onze Heer en dus is het vanwege hem, dat ons niets kan gebeuren op de dag dat hij terugkomt. Want God is trouw en hij verbindt ons met zijn Zoon, Jezus Christus onze Heer.

Jezus Christus is onze Heer. Hij roept ons. Hij redt ons. Hij maakt ons gaaf. We zijn geen hobbyclubje. Jezus is niet onze voorzitter. Hij is onze Heer.
 
Dank de Vader voor alles wat hij jullie door hem schenkt

Tot slot nog iets over het dankgebed van Paulus.

Er zijn mensen, die denken dat Paulus een cynisch ondertoontje in zijn gebed stopt. Zo van: “Nou ik dank God voor die gaven van de Geest, maar het is wel een zootje bij jullie.”

Het lijkt me niet. God cynisch danken is ongepast. Paulus is echt blij voor alles wat God heeft gegeven. Hij kan niet anders dan roepen: “Wat heeft de Vader jullie veel cadeautjes gegeven. Wat is het duidelijk dat hij jullie heeft uitgekozen. Wat heeft hij mijn woorden over Jezus bij jullie met kracht van zijn Heilige Geest bevestigd.”

Zeker, Paulus gaat zo direct richtlijnen geven voor gebruik. Heb je dat wel eens bedacht: wij kunnen Gods cadeautjes blijkbaar misbruiken. Maar, dan nog blijven het Gods gaven. Misbruik en onbruik betekenen niet, dat we God niet oprecht mogen danken voor alles wat hij ons geeft. En daarom: dankt Paulus de Vader voor alles wat hij zijn mensen door Jezus schenkt.
 
Jezus Christus is onze Heer. Dank de Vader voor alles

Wanneer we nadenken over hoe we kerk kunnen zijn in Maassluis, beginnen we hier, telkens opnieuw: Jezus Christus is onze Heer. Hij roept ons. Hij redt ons.

Hij bepaalt onze agenda – niet onze voorkeuren, niet onze gewoonten, niet onze emoties of verlangens. Hij eerst. Niet dat wat wij willen altijd 100% botst met wat de Heer wil. Ik hoop het niet. Het gaat er om dat we onszelf in het goede perspectief zien.

Onze Heer, dus laten we luisteren wat hij wil en even onze eigen agenda opzij schuiven.

Onze Heer, dus laten we samen luisteren en elkaar liefhebben.

En dan danken we God de Vader, want hij heeft ook ons veel gegeven.

Niet dat alles perfect loopt. Er zijn vast mensen die terecht mopperen. “Heb je hem weer met zijn Alpha, Bewegen en Ontmoeten, structuur, veranderingen, jeugd, ouderen,…” Het gekke is, dat op het moment dat je ontevreden bent over mensen, je al snel het zicht verliest op Gods aanwezigheid.

Begin er eens mee om te kijken of dat enthousiasme en die inzet voor muziek, AK en Anker door de Heer is ingegeven. Of hij soms een cadeautje aan die ander heeft gegeven. Dat die ander daar nog niet helemaal goed mee om kan gaan of domme dingen doet, dat is tot daar aan toe. Maar de eerste vraag is een andere: is het van de Heer?

Jezus Christus is onze Heer. Hij is echt alles: hij roept ons. Hij maakt ons gaaf. Hij geeft ons cadeaus. Hij bewaart ons tot het einde. Hij is ons doel. Dank God de Vader voor alles wat wij in hem hebben gekregen.

Amen

Wanneer je deze tekst anders dan voor jezelf wilt gebruiken, stelt ds. Pieter Kleingeld een e-mail op prijs.

Meer preken met het thema 1 Korintiers: