Mag Jakobus wel schelden?
Jakobus is wel een mooie. Vind je niet?
Hij heeft eerst verteld, wat je met je mond allemaal kunt. God loven en met een paar woorden een vergadering manipuleren. Lekker zingen, iets later met drie zinnetjes iemand kapot maken. Hoe zit het met jouw expliciet taalgebruik? We kunnen allerlei beesten temmen, maar wie houdt zijn tong in toom? Wie temt de echte tijger?
Daarna zegt Jakobus niet: “Ik geef jullie wat tips. Trek je circuspakje aan, stap in de kooi. Ik zal leren hoe jullie de tijger door de brandende hoepel krijgen. Het is eigenlijk simpel om je mond in bedwang te houden.”
Jakobus zegt juist: “Doe maar een beetje rustig. Wees maar bescheiden. Gaaf worden gaat alleen samen met God. Je mond laat zien, dat je er nog niet bent.”
Jakobus heeft gelijk. Uit je woorden blijkt vaak, dat je er niet bent. Gaaf worden gaat alleen samen met God.
Maar, dan vind ik Jakobus wel een mooie. Dat stukje wat we gelezen hebben is toch ook niet bepaald gaaf. Hij maakt de mensen aan wie hij schrijft uit voor moordenaars. Hij zegt, dat ze vijanden van God zijn. Hij noemt ze zelfs overspeligen. Hoe zit het met het expliciet taalgebruik van Jakobus? Mag Jakobus wel schelden?
Houd je bijbel erbij
Misschien is het handig, om je bijbel erbij te houden. Dan gaan we samen nog eens goed kijken, wat Jakobus zegt.
Laten we hiermee beginnen: Jakobus 4:4: “Overspeligen, weten jullie niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is.” Overspeligen. Is Jakobus aan het schelden, en slaat het helemaal nergens op? Of is er iets anders aan de hand?
Gekrenkte liefde
Gekrenkte liefde. Ze vraagt nooit hoe jij je voelt.
Gekrenkte liefde. Het gaat haar alleen om de cadeautjes.
Gekrenkte liefde. Ze maakt een ander zwart, om bij jou op de eerste plaats te komen.
Gekrenkte liefde. Je draait je om en ziet, dat ze een ander een hak zet, afsnijdt, misschien wel letterlijk van de fiets aftrapt.
Gekrenkte liefde. Je ontdekt, dat ze niet van jou houdt, maar alleen op zoek is naar haar eigen eer en positie.
Nee, ze heeft nog net geen ander. Maar, als het in haar kraam te pas komt.
Hoe voel je je?
Wat voor meisje is dat?
Wat moet je tegen haar zeggen, wanneer ze echt te ver gaat?
Wanneer Jakobus het woord overspelige gebruikt, is dat geen scheldwoord. Het heeft te maken, met wat ik net zei.
God zegt: Jullie gebruiken niet alleen mij, maar ook anderen. …
Ik kom er zo op terug. Laten we nu eerst naar het begin het vierde hoofdstuk gaan. Heb je de bijbel er nog bij?
Jacobus 4:1. Daar staat: “Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit: uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten?”
Strijden en vechten in je leden. Jakobus heeft het hier niet over tegenstrijdige gevoelens in jezelf, die het je moeilijk maken. Hij schrijft aan mensen die met elkaar botsen. De leden zijn niet letterlijk lichaamsdelen, het zijn de leden van de kerk of meerdere kerken.
Ik heb ook een stukje voorgelezen uit hoofdstuk 3. Daar ging het over de tong, dat een klein lid was. Dat betekende daar ook eerst de leider of leiders van de gemeente, die alleen met hun mond alle andere leden sturen. Hier net zo. Leden staat niet voor lichaamsdelen, maar voor de leden van een kerk. Jakobus schrijft aan mensen die ruzie hebben en elkaar het leven zuur maken.
Zo lijken ze op dat meisje waar ik over vertelde.
Dat meisje zette anderen een hak om er zelf beter van te worden. Deze mensen doen hetzelfde. Ze gaan heel ver.“Jullie vechten niet voor God, maar voor je eigen eer”, schrijft Jakobus: “Jullie zijn moorddadig en jaloers”
Misschien bedoelt hij het wel letterlijk. Stefanus was toch ook vermoord? Dreigden de priesters de gemeente ook niet met moord en doodslag? Werd Paulus’ leven ook niet regelmatig bedreigd. We weten, dat Jakobus gestenigd is.
God zegt met de woorden van Jakobus: “Wanneer je mij gebruikt voor jouw eer, gebruik je ook anderen. Het gaat niet alleen ten koste van mij, maar ook ten koste van anderen.”
Het gaat jullie alleen om de cadeautjes. …
Het ging dat meisje alleen maar om de cadeautjes. En niet zomaar cadeautjes. Ze had heel wat eisen. Het moet wel dit zijn, dat andere is niet goed.
Bidden kan ook vragen om cadeautjes worden. Presentjes, zodat jij er beter van wordt. Presentjes, vooral zodat jij beter voor de dag komt dan die ander. Daar heeft Jakobus het over. Kijk maar mee in vers 3. Jullie krijgen niet, omdat jullie het met de verkeerde intentie vragen. Als u Hem alleen iets voor uw eigen genoegen vraagt, geeft Hij het niet.
Maar, het gaat mij om jullie. …
Zo zijn we weer aangekomen met de zin waarmee we begonnen: Jacobus 4:4 Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God.
Overspeligen. Het is geen scheldwoord.
Denk nog eens aan dat meisje en haar vriend. Wanneer die jongen haar de waarheid zegt, vertelt dat niet alleen wat over dat meisje. Het zegt ook wat over de jongen.
Heel de bijbel door laat God zien, hoe hij met mensen om wil gaan.
God is de Schepper van hemel en aarde. Hij heeft alles gemaakt. Ook jou. In de moederschoot ben je door hem geweven.
Maar, God komt dichterbij. Hij wil ook je leven leiden. Hij is de Heer, de Leider.
Hij wil nog dichterbij. Wij mogen hem onze Vader noemen.
En zelfs dat is nog niet dichtbij genoeg. God zegt: “Mijn relatie met jullie is net zo persoonlijk als die tussen een man en een vrouw. Ik ben de man, jullie zijn samen de vrouw.”
“En nu voel ik me bedrogen. Jullie gebruiken niet alleen mij. Jullie schrikken er zelfs niet voor terug om andere mensen te gebruiken, het leven zuur te maken, misschien zelfs te vermoorden. Het gaat jullie niet om mij, maar om mijn cadeautjes. Allemaal zodat jullie er maar goed uitkomen.”
“Overspelers”, schrijft Jakobus. Daarmee is hij net een profeet uit het Oude Testament. Zij wezen er heel vaak op, dat Gods relatie met zijn mensen zo intiem was. Denk maar aan Hosea, of Ezechiël of Jeremia.
De mensen waar Jakobus aan schrijft, hebben God ingeruild voor de dingen die hij geeft. Ze vechten elkaar de pan uit. Misschien wel vanwege allerlei ketterij. Maar het diepste motief was iets anders: eigen eer, eigen ik. Het gaat God ten diepste om ons zelf. “Ik wil jullie.”
Tussendoor volgt nu een moeilijk vers
Nu denk je misschien: “Zo snap ik het vervolg ook. God is jaloers, positief jaloers, want hij wil zich zo aan ons geven. Hij is jaloers, wanneer wij de andere kant op gaan. Dat schrijft Jakobus, wanneer hij zegt: ‘God wil de geest die Hij in ons liet wonen, helemaal voor Zich alleen hebben.’ ”
Weet je wat lastig is? Jakobus doet of hij uit de bijbel citeert. Maar deze woorden vinden we nergens zo precies terug. Je kunt denken aan de Tien Geboden. Daar staat ook, dat God jaloers is. Maar, het woord jaloers wat hier staat, is helemaal niet positief jaloers, het is eerder afgunstig, het een ander niet gunnen.
Eigenlijk weten we niet zo goed, wat er staat. Er zou ook kunnen staan: de geest, die in ons woont, begeert met afgunst. Dus niet God begeert, maar juist de geest van de mens, de mens begeert.
Hebben we nu een probleem? We weten niet waaruit Jakobus citeert. We weten niet wat het zinnetje betekent.
Nou, het is jammer, maar we kunnen er wel overheen komen. We konden het volgen tot deze regel en de rest is ook duidelijk.
Dus, kom bij mij, en besef wat je hebt gedaan.
“Wat hebben jullie gedaan? Jullie hebben mij niet alleen gebruikt, maar ook anderen. Jullie vroegen mij misschien wel, maar het ging jullie om je eigen eer, om je eigen cadeautjes. Maar, het gaat mij om jullie.”
“Weet wie ik ben. Ik ben God. Je zult geen standhouden, wanneer je tegen mij ingaat. Maar, mensen die zich onderwerpen aan mij, aan hen geef ik mijn genade.”
De vloek van de HEER is in het huis van de goddeloze – en de goddeloze is dus niet iemand die niet in God gelooft. De vloek van de HEER is in het huis van de goddeloze, maar het huis van de rechtvaardige, iemand die zich erop zet om gaaf te worden, die zegent de HEER.
Jakobus had de toon al gezet als profeet uit het Oude Testament. In dit gedeelte wat nu volgt gaat hij zo door. Reinig je handen, zuiver je hart, echt woorden die passen bij een profeet uit het Oude Testament.
Jakobus zegt meer:
1. onderwerp je aan God
2. bied weerstand aan de duivel
3. nader tot God
4. reinig je handen
5. zuiver je harten
6. besef je ellende
7. treur
8. huil
9. laat je lachen maar vergaan
10. verneder je voor God
Hij geeft wel tien opdrachten. Het is een hele lijst.
Het aantal alleen al geeft aan, dat het een ernstige zaak is. Want, waar dat meisje misschien nog een ander vriendje zou kunnen vinden… Er is maar één God. En, hij is wel God.
Het goede nieuws is: hij wil niets liever dan een heel nauwe relatie met ons. In die relatie wil hij ons alles geven. Ten diepste gaat het hem om onszelf. Maar, er is maar één God, en hij laat zich niet gebruiken. Wanneer we dat wel doen, lopen we een groot risico.
Samenvatting
God wil dat je gaaf wordt. Daar geeft hij wijsheid voor, niet om de ander te slim af te zijn.
God wil dat je hem representeert, doet als hij, niet dat je alles aan hem overlaat. “God zal je wel helpen, ik heb nu iets belangrijkers te doen.”
God geeft zijn gaven, zijn cadeautjes om de ander te helpen, niet om te laten zien hoe belangrijk hij jou wel niet vindt in zijn Koninkrijk.
God wil jou. Maak er geen misbruik van. Hoe serieus ben jij? Of moet jij ook aan die lijst van Jakobus beginnen? Hij geeft die lijst niet om indruk op je te maken, hij wil je bij God brengen. Dus wanneer je aangesproken bent, ga er dan mee aan de slag.
Geef je aan hem, want hij heeft zichzelf aan jou gegeven. Nader tot God en hij zal tot jou naderen.
Amen