Het was een dienst waarin vijf mensen belijdenis deden van hun geloof.
Weest daders van het woord
Weest daders van het woord, niet alleen hoorders, dan zou je jezelf misleiden.
Practice what you preach. Je moet niet alleen zeggen wat je gelooft, je moet het doen. Geloven is een werkwoord.
Wat geloven ze dan?
Wat geloven Gerty, Liana, Ansje, Laurens en Marten dan? Wil je het echt weten? Ik hoop, dat wanneer je het niet weet, je het zou willen weten. Dat je op zoek gaat. Dan kun je het vanmiddag al vinden.
Luister naar wat we zingen. Beter nog: zing mee. Want als je de woorden zelf uitspreekt, kom je er opeens achter wat je zingt. God die deze wereld heeft gemaakt. God vol zorg en toewijding jou heeft gemaakt. Jezus, die er alles voor over heeft om jou te leren kennen, zichzelf aan jou te geven.
Je kunt het vanmiddag al vinden. Zoals ik al zei: “Vraag maar. Er zijn geen domme vragen, wel moeilijke.” Begin met luisteren, dan zingen, en dan vragen. Aan mij, aan één van die vijf. Geen slimme vragen, maar echte vragen. Hier zitten geen slimme mensen, hier zitten echte mensen.
Weest daders van het woord: twee kanten
Gerty, Liana, Ansje, Laurens en Marten weten genoeg. Ze weten genoeg om hiermee uitgedaagd te worden: “Weest daders van het woord, niet alleen hoorders, dan zou je jezelf misleiden.”
Wanneer je de brief van Jakobus doorleest, vind je daarvan telkens voorbeelden. Die voorbeelden vallen in twee groepen. Twee kanten, je hebt ze beiden nodig.
De eerste kant is dit: handel voor anderen alsof God er niet is.
De andere kant is: handel voor jezelf alsof God er wel is.
Dat is waarmee de Heer jullie vanmiddag wil aansporen. Handel voor anderen alsof ik er niet ben. Handel voor jezelf alsof ik er wel ben.
De eerste kant: Handel voor anderen alsof God er niet is
Handel voor anderen alsof God er niet is.
Soms wordt God gebruikt als doekje voor het bloeden. Die mensen zijn nu wel arm, maar straks in de hemel zijn ze rijk. Een excuus om jezelf te verrijken. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. Een smoes om niet te luisteren, waar die ander bang of verdrietig over is. Kortom ik hoef niets te doen. God knapt het wel op.
“Nee”, zegt Jakobus: “Zo is het mooi niet. Stel een broeder of zuster heeft onvoldoende kleding. Je komt hem tegen en zegt: ‘Houd je lekker warm en kleed je voldoende. Alle goeds.’ En je loopt gewoon verder. Daar heb je dus helemaal niks aan. Dat is geen geloof.”
Je moet niet denken, God zal wel voor die ander zorgen. Dat is zonde. De zonde van de nalatigheid. De zonde van niet doen. Die valt niet zo op. Toch, wie ziet het nu, als je iets niet hebt gedaan.
“Nee”, zegt Jakobus: “Jij moet voor die ander zorgen. Handel voor anderen alsof God er niet is. Wees actief. Handel voor anderen, alsof jij alles voor hen moet doen.”
Op de begrafenis van broeder Rinkel zongen we Gezang 446. Het is geschreven door John Newton, slavenhandelaar van beroep. Todat hij christen werd, toen veranderde hij radicaal. Samen met William Wilberforce – christen en politicus – ijverde hij juist voor de afschaffing van de slavernij. Uiteindelijk met succes.
Newton heeft zeker verteld, waarom hij voor die afschaffing zo in de weer was. Hij was vol van zijn geloof. Maar, voor die slaven handelde hij alsof God er niet was. Hij zette zich helemaal voor hen in.
Zo mag het ook voor jullie gelden. Ik hoop, dat je enthousiast bent over de Heer. Ik hoop, dat je op de juiste tijd de juiste woorden weet te vinden, om te vertellen wat je drijft, wie je drijft. Maar ik hoop ook, dat je voor de mensen die je tegen komt, zorgt, geeft, liefhebt, alsof dat het enige is, wat ze kunnen verwachten.
Wees daders van het woord, niet alleen hoorders. Handel voor anderen alsof God er niet is en jij de enige bent.
Niet alleen dit doen, dan eindig je met moraal
Dit is één kant van de zaak. Als dat het enige is, zou je misschien niet alleen doen, maar ook gaan denken, dat God niet bestaat. Als dat het enige is, waarom zou je hier nog komen? Als dat het enige is, houd je alleen maar moraal over. Als dat het enige is, is er dan wel hoop?
Je moet wel handelen alsof hij er niet is, maar niet denken dat –ie er niet is. Daarom heb je meer nodig.
De tweede kant: Handel voor jezelf alsof God er wel is
Er is nog een andere kant: handel voor jezelf alsof God er wel is. Die kant is vaak moeilijker. Die eerste kant vraagt inzet en ijver. Deze kant vraagt om vertrouwen en lef.
Wat is dat dan? Ik zal maar beginnen met een voorbeeld uit Jakobus, je kunt er zo nog een paar vinden. Ik geef er maar één.
“Ik ga bidden, en dan stopt het met regenen, totdat ik opnieuw bid”, zei Elia tegen de koning. Als verhaal vinden we dat helemaal prima. Maar, stel je voor, jij gaat dat soort dingen doen. Dan wordt het wel even anders. “Stel het gaat wel regenen? Stel God bestaat toch niet?”
George Verwer keek op de kaart en opeens zag hij het. Het grootste gedeelte van de wereldbevolking woont aan de kust. Dus als je zoveel mogelijk mensen wilt bereiken met het evangelie, dan zouden schepen super zijn. George Verwer was 26 jaar oud toen hij dat idee kreeg. Hij had net zoveel verstand van schepen als ik. Maar, het idee liet hem niet los. “Hoeveel kost een boot?”
Een paar jaar later was het eerste schip er. Dat was jaren zestig. Nu, bijna veertig jaar later varen die schepen nog steeds. Joh, de bemanning komt zelfs in Maassluis.
Moet het altijd drie jaar zonder regen zijn? Moet het altijd een schip zijn voor de Heer? Nee, natuurlijk niet, maar handel voor jezelf alsof God er wel is. Ook voor kleinere dingen is vertrouwen en lef nodig.
Hoe doe je dat: handelen voor jezelf alsof God er wel is?
We hebben het daar samen ook over gehad. “Geef ons dan voorbeelden, hoe we God kunnen leren vertrouwen.” Want, daar gaat het over.
Misschien helpt dit je. Begin met je passie. Bij Elia was dat zijn woede over een koning die zich aan God noch gebod stoorde. Bij George Verwer zijn dat mensen die nog nooit hebben gehoord dat God van hen houdt. Bij jou zijn het misschien je vrienden die de Heer niet kennen. Of mensen op straat, of…
Begin met je passie. Ga daar voor leven, niet half, maar helemaal, alsof God er niet is. Geef je. Zet je in. Wees niet nalatig.
Ik verzeker je, er komt een punt waarop je denkt: nu heb ik God nodig, want anders… ziet die koning nooit wat voor rotzooi hij uithaalt. Bereik ik nooit al die mensen. Anders komt het nooit goed met mijn vriendin. Anders blijven die mensen denken, dat ze door iedereen uitgekotst zijn. En blijven ze op straat.
Wanneer je op dat punt gekomen bent. Handel dan voor jezelf, alsof God er wel is. Dan moet je vertrouwen. Dan moet je handelen alsof God er wel is.
William Carey vat het zo samen: “Doe grote dingen voor God, vraag grote dingen voor God.”
Een belofte van God bij die houding
Wanneer je God op die manier begint te vertrouwen, gaat er iets bijzonders gebeuren. Jezus zegt: “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.” Door jouw liefde ga je God leren kennen, en hij jou. Nog niet helemaal, maar het begin is er. En ook dat begin is overweldigend.
Jij zegt, dat Jezus voor jouw fouten en nalatigheid gestorven is. Ik beloof je, dat wanneer je op hem gaat vertrouwen, dat besef alleen maar dieper zal worden.
Jij zegt, dat God jou leven voor altijd geeft. Ik beloof je, dat wanneer je gaat handelen voor jezelf alsof God er is, je dat zeker zult weten.
Jij zegt, dat de Heer je nooit los zal laten. Ik verzeker je, er zullen dagen komen, waar hij de enige zal zijn die je vast kan houden. En hij zal je niet laten gaan. En je zult het weten.
Een opdracht en een belofte
Zo wil ik jullie een opdracht mee geven en een belofte.
De opdracht is dit:
Begin te handelen voor anderen alsof God er niet is.
Doe grote dingen voor God.
Heb lief en houd vol.
Volhard tot het einde.
En wanneer de tijd daar is:
Handel voor jezelf alsof de Heer er is.
Vraag grote dingen van God.
Vertrouw, heb lef.
De belofte is dit:
Niet jij hebt hem, hij heeft jou uitgekozen en liefgehad. Hij heeft je lief, hij kent je, hij gaat met je mee, tot het einde toe.
Amen