Luister live mee: Op dit moment is er geen uitzending
Reguliere uitzendingen op zondag
van 9:30 tot 10:30 en
van 16:30 tot 17:30 |
|
Preken archief
|
Titel: |
Geen uitleg, maar Gods aanwezigheid |
|
Thema: |
Ik ga zelf met jullie mee |
|
Liturgie: |
Lied: Ps 4
Votum en groet
Lied: Opw 281 – Als een hert dat verlangt naar water
Gebed
Wetlezing: Rom 12:9vv
Lied: Ps 22:1,2
Lezen: Markus 15:22-41 (tekst 33-39)
Lied: Gez 182:1-3
Preek
Lied: Opw 312 – Mildheid en majesteit
Gebed
Collectezang: Ps 139:1,6,7,8
Lied: Opw 411 – Geprezen zij de Here
Zegen |
|
Geen uitleg, maar Gods aanwezigheid Inleiding
Dan Haseltine van Jars of Clay vertelde dat hij in Zuid-Afrika een dorp met mensen bezocht, die allemaal AIDS hadden. Ze hadden bijna allemaal hetzelfde verhaal. Ze hadden zich ook allemaal bij hun situatie neergelegd. Ze hadden allemaal de hoop opgegeven.
Behalve een jongetje van elf. Toen ze naar hem vroegen, zei hij: “Ik wil later dokter worden.” Een jongetje van elf, AIDS-patiënt, maar hij kon niet vatten wat het precies voor hem betekende. Hij had hoop. “Ik wil later dokter worden.” Later vroeg Dan aan de artsen over dat jongetje. Hij had nog een half jaar te leven. “Ik wil later dokter worden.”
Waarom?
Wat ik zeg sluit aan, varieert vinden misschien sommigen, op wat ik eerder heb gezegd. Ik heb vorig jaar gezegd, dat er in de scherven van het leven drie vragen zijn: waarom, wat nu, en waar blijft u. Ik heb toen vijf preken gehouden over die laatste vraag: “God waar blijft u nu, u bent toch…” Je kunt ze terugvinden op onze Internetsite.
Vanochtend gaat het aan de hand van Marcus 15 over die eerste vraag, waarom.
Waarom werd het donker?
Waarom werd het donker?
Is het later verzonnen door Markus?
Laten we de vraag eerst van een afstandje bekijken. Eerst kritisch. Ja, waarom werd het eigenlijk donker?
Bij het sterven van bekende mensen van vroeger, gebeurden vaak bijzondere dingen. Zo staat het in de verhalen die ze er over vertelden. Toen Promotheus, een Griekse god, stierf, werd het donker. Toen Caesar stierf, de held van de Romeinen, werd het ook donker, zeggen ze.
Marcus schreef in 1e instantie aan mensen in Rome. Wat extra overtuiging om te laten zien dat Jezus belangrijk is, kan geen kwaad. Zou Marcus het gewoon verzonnen hebben?
Bij Caesar treurde de natuur na zijn dood vanwege het overlijden van een groot mens. Het werd donker. Maar bij Jezus is het volgens Marcus donker in de uren ervoor. Wanneer Jezus sterft is het juist licht. Wat zou dat dan betekenen volgens Marcus?
Wanneer je denkt, dat Marcus een mythe vertelt, moet jij uitleggen waarom zijn mythe afwijkt. Je moet ook vertellen wat voor signaal Marcus geeft met die duisternis. In een mythe hebben de dingen betekenis, duidelijk.
Bovendien: Marcus is niet de enige, die over de duisternis schrijft. Mattheüs en Lucas schrijven er ook over. Mattheüs schreef in 1e instantie voor de Joden. Die hadden helemaal niets met Caesar. Marcus kan het dus niet speciaal voor de Romeinen verzonnen hebben.
Heel duidelijke verwijzingen naar profetieën in het Oude Testament zijn er ook niet. Je kunt wel wat vinden, maar Matthëus, Marcus en Lucas helpen je niet in hun omschrijving.
Mattheüs, Marcus en Lucas geven geen signaal, ze vertellen wat er is gebeurd. Een mythe, een verzonnen verhaal ligt dus niet voor de hand. Het werd echt donker daar in de hele omgeving.
Het is echt gebeurd, maar de betekenis is niet eenduidig
Nu een stapje dichterbij. Het werd donker in het land. Waarom? Wat betekent het?
Zijn het de machten van chaos en dood? Net als in het begin bij Genesis. De aarde was leeg en woest. Chaos heerste er en het was donker. De macht van de dood als duisternis en nacht, waar psalm 139 het ook over heeft.
Of is het de duisternis van de macht van de duivel, terwijl God zich afzijdig houdt.
Of is het juist de duisternis van Gods boosheid? Net als toen de Israëlieten door de Schelfzee trokken. Gods wolk zat toen tussen de Egyptenaren en zijn volk. Aan de kant van de Egyptenaren was de wolk donker, aan de kant van Israël licht.
Of was het de duisternis van Gods afwezigheid? Zoals in Jesaja 60. Daar staat: Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de HERE opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.
Of…
Het is echt gebeurd, en voor de mogelijkheden die ik zojuist gaf, is allemaal iets te zeggen, maar we kunnen nog dichterbij komen.
Uitleg helpt niet, alleen Gods aanwezigheid
Het werd donker. Het was angstaanjagend. Waarom, hoe? Jezus wist: “Het heeft met mij te maken.” Na drie uur riep hij uit: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten.” Ja, waarom?
In ons leven gebeurt veel, waarvan we niet precies weten waarom en hoe. Zelfs op moeilijke momenten weten we het lang niet altijd. Integendeel soms. En dan?
Moest er iemand komen, die zei: “Jezus, dat heeft u toch allemaal van te voren gezegd. U wist toch wat er moest gebeuren. Ik zal het nog een keer herhalen. Misschien wist u de details niet, maar de grote lijn toch wel: overgeleverd worden, lijden, sterven, opstaan.”
Jezus krijgt dat antwoord niet. Hij vraagt ook niet om uitleg. Een antwoord had ook niet geholpen, alleen Gods aanwezigheid zelf.
Een kind ligt ziek in bed. Ze heeft koorts. Oma past op. “Waar is mama dan naar toe?” Zo’n kind wil niet horen, dat mama naar haar werk is en aan het einde van de dag terugkomt. Wat wil zo’n kind? De armen van haar moeder om haar heen, of haar stem horen. Geen uitleg, maar aanwezigheid. Zolang moeder weg is, kan oma het beste dit doen: niet uitleggen, maar er zijn, moeder representeren.
Denk aan de vrienden van Job. Job was zijn hele bezit kwijtgeraakt. Hij had zijn kinderen verloren. Jobs vrienden komen bij hem. Ze doen het goed, zolang ze hun mond houden. Het gaat best lang goed, want ze zwijgen zeven dagen.
Maar het kan ook actief. De non Theresa liep door de straten van Calcutta. In zo’n stad van armoede en gebrek, verspil je niet. Je stopt energie in mensen waar hoop voor is. Je bent efficiënt, zuinig. Je zoekt mensen op, die kunnen bijdragen. In die omgeving haalde zij stervende mensen van straat, zorgde voor ze, voedde ze als ze nog konden eten en liet merken en vertelde dat God van hen hield. Ze verspilde: ze gaf haar leven aan mensen voor wie geen hoop was en die geen hoop aan anderen konden geven. Theresa gaf geen antwoord, ze was er.
“Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten.” Geen vraag om uitleg, maar een noodkreet die vraagt om aanwezigheid. Bij Jezus waren er alleen vrouwen, die uit de verte toeschouwden.
Waarom? Niet beginnen met uitleggen, laat staan God verdedigen. Vaak weten we het antwoord niet eens. We kunnen hier beginnen: aanwezig zijn, luisteren.
Jezus is daar geweest, waar niemand van ons is geweest, maar waar velen van ons komen
Daarna kunnen we vragen, of Jezus in de duisternis van die ander komt. Want Jezus is daar geweest, waar bijna niemand van ons hier is geweest. Jezus is daar geweest waar velen van ons wel zullen komen.
Misschien pak je meteen op, wat ik bedoel. Maar, wanneer dat niet zo is, begin ik hier.
Jezus reinigt de melaatse. Hoe doet hij dat? Op een afstandje? “Wordt rein.” Nee, Jezus raakt de onreine aan, terwijl hij nog onrein is. Eerst is er de hand, de ander voelt Jezus hand op of zijn arm om zijn lichaam, dat onrein is. Jezus raakt eerst de baar aan, waarop de dode jongen ligt. Dan zegt hij: “Sta op.” Jezus pakt de hand van het meisje. Ze is overleden. Hij pakt eerst haar hand, dan zegt hij: “Meisje, ik zeg je: ‘Sta op.’ ”
Jezus komt daarmee veel dichterbij, dan wij vaak liefhebben. Wij kunnen een ander kwaad doen en daarna berouw hebben. Dan zeg je misschien bijna: “Wilt u die zonde, die van mij was, die zonde daar vergeven. Ik heb hem alvast buiten gezet.” We zijn hem eigenlijk al kwijt, denken we. We hopen alleen nog, dat Jezus hem oppakt en voor goed wegdoet, uit het zicht. Jezus als de vuilnisman. Herkent iemand dat?
Maar, Jezus komt veel dichterbij. Het is niet die zonde die daar al buiten staat. Het zit veel dieper. Niet “dat is fout”, maar “ik ben fout”. Jezus wil zijn handen op mij leggen. Voltrek de reiniging en raak mij aan; Psalm 51. Jezus maakt vuile handen.
Jezus gaat ons leven in, hij is mens. Jezus gaat ons leven in en ons sterven. Zo is Jezus daar geweest, waar bijna niemand van ons hier is geweest. Hij weet het, hij is er zelf geweest. Zo kan hij ons zelfs daar te hulp komen. Zo kan hij ook pleiten bij de Vader.
Jezus zegt: “Ik weet het. Ik ben verlaten geweest door God de Vader.”
In Jezus’ godsverlatenheid herkent de centurion Jezus’ Godheid
Het is drie uur donker, dan roept Jezus: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten.” Kort daarna sterft hij met een luide schreeuw.
Dan gebeurt er iets opmerkelijks. De centurion die er bij staat zegt: “Deze man was beslist een Zoon van God.” In Jezus’ godsverlatenheid herkent hij Jezus’ Godheid. Is je dat wel eens opgevallen: Jezus was verlaten van God, voelde zich verlaten door God, riep dat ook uit en was juist toen voor die ander zichtbaar Gods Zoon.
Let op: de centurion had niet gezien, dat het gordijn in de tempel was gescheurd. Let op, de duisternis was niet eenduidig. Was dat juist geen Godsoordeel? Werd het niet licht, vlak voordat Jezus stierf? Waren de woorden van Jezus juist niet de woorden van een gevloekte?
En toch: die centurion herkent iets van God in Jezus. Die hoofdman kwam niet tot geloof op dat moment. Hij gaf zijn hart niet aan de Heer. Maar hij herkent een glimp.
Marcus schrijft het op. Hier geeft Marcus wel een duidelijk signaal aan de mensen in Rome en aan ons.
Marcus begint zijn boek met deze woorden: “Het begin van het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.” (zie de NBV) In het hele evangelie is daarna niemand, die Jezus als Zoon van God herkent. Alleen zijn Vader, bij Jezus’ doop in de Jordaan, en zijn verheerlijking op de berg. Alleen, de demonen, maar die moeten zwijgen. Maar de mensen niet. Ja, Petrus. Hij belijdt, dat Jezus door God uitgekozen is. Maar, wanneer Jezus zegt, dat hij ook uitgekozen is om te lijden en te sterven, kan Petrus daar niet bij.
De centurion kan er wel bij. Jezus is door God verlaten, zichtbaar. Jezus lijdt. Hij sterft. Op dat moment zegt de centurion: “Dit was beslist een Zoon van God.”
Marcus kijkt op en zegt: “Zo ver gaat God ons leven in. Hij gaat onze verlatenheid en ons sterven in. Zijn handen worden niet alleen vuil, ze worden zelfs geboren in alle kwetsbaarheid en ze sterven zelfs. Jezus is gekomen om zondaren en zieken te redden. Hij doet dat, door ons leven in te gaan en ons te dragen.”
Samenvatting
Waarom? We kunnen de duisternis niet altijd uitleggen. Waarom is ook geen vraag om uitleg. Wanneer we die vraag horen, kunnen we alleen God representeren.
We kunnen vragen of Jezus de duisternis van die ander in gaat. Jezus is in ons leven gekomen en in ons sterven. Jezus is daar geweest, waar bijna niemand van ons is geweest, maar waar velen van ons komen. Hij komt verder dan ieder van ons hier.
In Jezus’ godsverlatenheid kun je daarom ook juist Jezus’ Godheid herkennen. Wie anders is God, dan hij die zo dichtbij wil komen en kan komen? Wie is God, dan hij die het lijden op zich neemt?
Jezus zegt: “Ik ben verlaten geweest door God de Vader. Ik ben met je, zelfs tot in je sterven en dood. Leg de duisternis van de ander niet uit, maar representeer mij.”
Amen Wanneer je deze tekst anders dan voor jezelf wilt gebruiken, stelt ds. Pieter Kleingeld een e-mail op prijs. |
Meer preken met het thema Ik ga zelf met jullie mee:
| |