Luister live mee:
Op dit moment is er geen uitzending

Reguliere uitzendingen op zondag
van 9:30 tot 10:30 en
van 16:30 tot 17:30

Audio archief:
05/9 ochtend P. Kleingeld / D. Wolf
Beluister de preek
29/8 ochtend ds. P. kleingeld
Beluister de preek
Ga naar het volledige overzicht

Preken op thema:
1 Korintiers
Gebed
God heeft bevrijdend lief
Ik ga zelf met jullie mee
Jakobus
Jullie zijn mijn licht
Meer dan verwacht
Micha Campagne
Samen onderweg
Van kom-kerk naar ga-kerk
Vergeven op Gods manier

Preken op jaartal:
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003

Zoeken op woord:

Preken archief

Titel: Op hoeveel land heb jij recht
Thema: Micha Campagne
Datum: 03-09-2006 in de ochtenddienst
Liturgie: Lied: Ps 68:1,7 – God richt zich op, de vijand vlucht
Votum en groet
Lied: YfC 62 – Heer u bent mijn leven
Gebed
Leelah Manasseh
Lied: Ps 16:1,3,4 – Bewaar mij, want ik schuil bij U, o God
Tekst: Micha 2:1-5
Preek
Lied: Ps 146:1,3,5 – Zing mijn ziel voor God uw HERE
Gebed
Collecte en lied:
Opw 461 – Mijn Jezus, mijn redder
Opw 376 – Maak ons een leger
Zegen

Op hoeveel land heb jij recht

Twee vragen

Nadat ik Micha 2:1-5 had bestudeerd, had ik een eerste antwoord op deze vraag: Wat is Gods plan voor het land?

Toen ik dacht ik na. Wat betekent Gods plan voor de verdeling van land voor mij? Heeft het iets te maken met de Micha uitdaging? Dit misschien: op hoeveel land denk ik recht te hebben?

Feit 1:
Nederland: 15 miljoen inwoners, 382 per km2
Bangladesh: 150 miljoen inwoners, 1054 per km2

De opzet

Voor het vinden van de antwoorden volgen we het begin van Micha 2 op de voet en tussendoor maken we een uitstapje naar Leviticus 25.

De situatie in Jeruzalem

In de tijd van Micha wonen in Jeruzalem en Samaria zakenlieden. Zij vergroten hun bezittingen ten koste van anderen. Ze verzamelen huizen en landerijen. Nou, verzamelen, dat klinkt wat neutraal. Micha kwam zelf van het platteland. Hij zag de gevolgen van dichtbij. Hij beschrijft het zo:

1 Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden. Al in het ochtendgloren brengen ze die ten uitvoer, dat ligt in hun macht. 2 Willen ze een veld? Ze roven het! Willen ze een huis? Ze nemen het! Ze maken zich meester van huizen en hun bezitters, van mensen en hun eigendom.

Jesaja was een tijdgenoot. Hij woonde in de stad. Hij zegt bijna hetzelfde:

8 Wee degenen die zich huis na huis toe-eigenen,
die akker na akker samenvoegen,
tot er voor niemand meer ruimte is
en zij alleen het land bewonen.
9 Ik hoor de HEER van de hemelse machten zweren:
‘Al die huizen zullen tot puin vervallen,
zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond.

Mensen die willen wat van een ander is

Micha zegt: “Willen ze een veld? Dan roven ze het.” In de vorige vertaling stond: “Begeren ze akkers, zij roven die.” Dat woord “begeren” is het kernwoord van het tiende gebod. Daar staat: “En gij zult niet begeren uws naasten vrouw, gij zult uw zinnen niet zetten op uws naasten huis, noch op zijn akker, noch op zijn dienstknecht, zijn dienstmaagd, zijn rund, zijn ezel, noch op iets, dat van uw naaste is.” Dat is dus wat deze mensen wel doen.

…en in staat zijn dat te nemen

Deze mensen willen wat van een ander is en ze zijn in staat om dat te nemen. Vandaar, dat Micha dat ook roven noemt, landjepik.

Uitstapje: Gods plan voor landeigendom

Maar, er zit nog meer achter. Daarvoor maken we dat uitstapje. In dat uitstapje krijg je een idee wat Gods plan voor het land is.

1) Hij geeft iedere familie een stuk land om van te leven

Toen het volk Israël het land binnentrok moest het land verdeeld worden onder de stammen en families. Die verdeling moest evenredig zijn en volgens het lot. Je leest het in Numeri 26:53-56:

52 De HEER zei tegen Mozes: 53-54 ‘Het land moet onder deze stammen verdeeld worden overeenkomstig het aantal ingeschrevenen: geef een grote stam een groot gebied als erfelijk bezit, een kleine stam een klein gebied. [53–54] 54 55 Het lot zal beslissen hoe het land verdeeld moet worden en welk gebied elke stam, overeenkomstig het aantal ingeschrevenen, toegewezen krijgt; 56 het lot beslist over de toewijzing van zowel de grote als de kleine stamgebieden.’

God geeft iedere familie dus een stuk land. Hij schenkt een grote familie een groot stuk, een kleine familie een kleiner stuk.

2) Het is voldoende om onbezorgd van te kunnen leven

En het is voldoende om van te kunnen leven. Dat blijkt uit heel veel teksten. Vanochtend kijken we daarvoor naar Leviticus 25. Ook omdat dat hoofdstuk nog veel meer van Gods plan laat zien wil ik je vragen dat hoofdstuk op te zoeken. Het is het hoofdstuk over het jubeljaar.

God geeft iedere familie een stuk land. Dat zagen we in Numeri. Het is voldoende om onbezorgd van te kunnen leven. Dat lezen we in Leviticus 25:18:

18 Leef mijn bepalingen na, houd je aan mijn regels en handel ernaar, dan zul je onbezorgd in je land kunnen leven. 19 Het land zal vruchtbaar zijn en jullie zullen volop te eten hebben. Je zult er onbezorgd kunnen wonen.

3) Hij schenkt een gebruikerslicentie, hij blijft de eigenaar

Dat is niet het enige dat Leviticus 25 heeft te vertellen. Dat stuk land kon je nooit verkopen of kwijtraken. Want eigenlijk was dat land niet van jou. Een heel belangrijke regel, je leest hem in Leviticus 25:23:

23 Land mag nooit verkocht worden, alleen verpand, want het land behoort mij toe en jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn.

God schenkt dus een gebruikerslicentie maar hij blijft de eigenaar. Die gebruikerslicentie noemt de bijbel ook wel erfdeel.

4) Bij schulden kan een familie haar land uitlenen

Dan het vierde: je kon die gebruikerslicentie tijdelijk aan een ander geven. Wanneer je om de een of andere manier failliet ging of schulden had, kon je je land uitlenen. Dan verkoop je dus eigenlijk een aantal oogsten. De waarde van die oogsten is dan de waarde van je schuld.

Maar, had je ergens halverwege op een andere manier ook geld verzameld, dan kon je eerder terug naar je land. Daar had je recht op. Dat heet het lossingsrecht. Lees mee vanaf vers 24:

24 In heel jullie land moet voor grond altijd het lossingsrecht blijven gelden. 25 Wanneer een van jullie tot armoede vervalt en een deel van zijn grond moet verpanden, kan zijn losser, zijn naaste verwant, zich aanmelden om het pand voor hem in te lossen. 26 Gebeurt dat niet, maar beschikt hij na verloop van tijd zelf over voldoende middelen om het pand in te lossen, 27 dan moet hij nagaan hoeveel jaar het verpand is geweest en het resterende deel van het oorspronkelijke bedrag terugbetalen aan degene aan wie hij het verpand had. Dan kan hij naar zijn eigen grond terugkeren.

5) Een familie kan haar land nooit voorgoed kwijtraken

Nu zou het kunnen, dat iemand heel grote schulden had opgebouwd. Zeg maar schulden waar een normaal mens nooit meer vanaf komt. Daarvoor was het jubeljaar. Elke vijftig jaar moet er een jubeljaar zijn. Dat was een radicaal jaar, want wat staat er in vers 28:

28 Vindt hij niet voldoende middelen om het pand in te lossen, dan blijft het tot aan het jubeljaar in handen van de pandnemer. Maar in het jubeljaar valt het aan hem terug en kan hij naar zijn eigen grond terugkeren.

Voor het geval je niet door hebt wat dat betekent, lezen we even vers 10:

10 Elk vijftigste jaar zal voor jullie een heilig jaar zijn, waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land. Dit is het jubeljaar, waarin ieder naar zijn eigen grond en zijn eigen familie kan terugkeren.

Een familie kon haar land dus nooit voorgoed kwijtraken. Het erfdeel van een familie was dus onvervreemdbaar en keerde na maximaal 50 jaar altijd terug in handen van de familie. Kleinkinderen konden misschien nog lijden vanwege domme acties van hun grootvader, maar hun kinderen op hun beurt niet meer. Met het jubeljaar konden zij een nieuwe start maken.

Het jubeljaar laat zien hoe God is: Schulden zijn eindig, misschien tot in het derde en vierde geslacht, maar dan houdt het op. Recht op land is er voor altijd, dus tot in het duizendste geslacht.

6) Ik grijp in. Ik verdeel het land opnieuw onder mijn volk

Na dit uitstapje ontdekken we in Micha 2 stap zes van Gods plan voor het land.

De mensen over wie het hier gaat overtraden het tiende gebod; je mag je zinnen niet zetten op het bezit van je naaste. Deze mensen roofden het land. Hoe? Je kunt bijvoorbeeld denken aan Achab en Naboth. En dat is maar een manier. De consequentie is duidelijk: ze halen de mogelijkheid weg voor een familie om een nieuwe start te maken – want hun land is weg. Door hun verrijking verarmen anderen en er lijkt geen ontsnappen aan.

Tegen die mensen zegt de HEER: “Over dit volk zal ik onheil brengen, een onheil dat jullie niet kunnen afschudden. Ik ga ingrijpen. Er komt een dag waarop ik de zaken opnieuw ga verdelen. Dan zullen jullie achter blijven wanneer het volk van de HEER het land verdeelt. Niemand zal voor jullie het lot werpen wanneer het meetlint wordt gespannen.”

Als het goed is, hoor je nu heel veel woorden terug uit ons uitstapje. Woorden als erfdeel, het lot werpen, land verdelen.

Dit is stap zes: er zijn mensen die land toe-eigenen, roven. Die noemt God dit volk. Hij zegt: “Er komt een breuk. Ik grijp in. Ik breng een keer in de gang van jullie zaken. Dan verdeel ik het land opnieuw onder mijn volk en daar horen jullie dus niet bij.”

Micha 4: Gods plan voor Het Land

Tot nu toe lijkt dit misschien beperkt tot het land Israël en de tijd van het Oude Testament, dus tijd- en plaatsbeperkt. Dat is het misschien wat betreft de uitvoering.

Micha 4 is een visioen dat beschrijft hoe de wereld er na die herverdeling uitziet. Dat visioen grijpt vooruit, verder dan de tijd van Micha. Dat visioen wijst naar het einde. Micha ziet een nieuw Jeruzalem waar God rechtspreekt. Een stad waar recht en gerechtigheid heerst. Micha ziet ook het land en dan ziet hij dat

Ieder zal zitten onder zijn wijnrank
en onder zijn vijgenboom,
door niemand opgeschrikt,
want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken.

Dat plan van God gaat dus verder dan de tijd van Israël en ook de landgrenzen. Dit is dus Gods plan voor Het Land.

Op hoeveel land heb ik recht?

Nu gaan we terug naar het begin. Wat heeft dit plan van God ons te zeggen? Dit is mijn eerste poging. Misschien wel dit: op hoeveel land heb jij recht? Op hoeveel land meent u recht te hebben?

Bij land kun je denken aan huis en tuin. Dat is niet het enige. Er is ook land nodig voor het voedsel wat we eten, voor het voedsel van dieren, die wij weer eten. Land voor het papier wat we gebruiken, de productie van fietsen, auto’s, computers, noem maar op. De hoeveelheid land die iemand gebruikt, noemen we de mondiale voetafdruk. Op hoeveel land heeft u recht?

Een Nederlander gebruikt 4,7 hectare. Dat is 9 voetbalvelden. Is dat veel? Als we alle ruimte eerlijk zouden verdelen en zouden zorgen dat we de aarde niet uitputten, dan hebben we 1,7 hectare per persoon beschikbaar.

Feit 2: er is op aarde 1,8 hectare per persoon

Nederlanders gebruiken 4,7 hectare per persoon
Bangladeshis gebruiken 0,7 hectare per persoon

mondiale voetafdruk, zie bijvoorbeeld www.timetoturn.nl

De Micha campagne vraagt christenen zich hierop te bezinnen. En ook om in actie te komen, om op te komen voor duurzame ontwikkeling.

Hoe dan ook: God grijpt in

Gods plan voor het land. Misschien ben ik nog niet helemaal in focus wanneer het gaat om ons antwoord. Maar over het volgende ben ik een stuk zekerder.

Micha brengt goed nieuws voor de landlozen, lijfeigenen en ontheemden van Gods volk van alle tijden. Zij mogen stap vijf van Gods plan voor het land horen: “Dit zegt de HEER: ik sta op het punt in te grijpen. Er komt een dag waarop hij jullie een deel geeft van deze aarde om op te leven. Voldoende. Niemand zal het ooit van je afnemen.”

Amen

Wanneer je deze tekst anders dan voor jezelf wilt gebruiken, stelt ds. Pieter Kleingeld een e-mail op prijs.

Meer preken met het thema Micha Campagne: