Inleiding Micha Campagne
Dit is de tekst van de samenkomst van 27 augustus 2006. De liturgie vind je aan het einde van de tekst. Er is ook een bijbehorende powerpointpresentatie beschikbaar.
(Wanneer je deze tekst anders dan voor jezelf wilt gebruiken, stelt ds. Pieter Kleingeld een e-mail op prijs.)
Door de eeuwen hebben christenen aandacht besteed aan de armen
In de 3e eeuw was Laurentius aartsdiaken in Rome. Hij was de hoeder van de armen. Daarmee was hij ook schatbewaker: hij was verantwoordelijk voor de rijkdommen van de kerk en hij kon ermee doen wat hij goed vond.
Keizer Valerianus nam hem gevangen, maar bracht hem niet meteen ter dood. Laurentius moest eerst binnen drie dagen de keizer de kerkschatten laten zien.
Laurentius ging naar huis. Hij besteedde zijn tijd nuttig: alles wat er was deelde hij uit aan de armen. Toen ging hij terug. Maar niet alleen: in grote karren bracht hij de armen, de kreupelen, de lammen en de blinden van de stad mee naar de keizer. Hij wees naar ze: “Kijk, dat zijn de eeuwige schatten van de kerk.”
Laurentius laat zien: door de eeuwen heen hebben christenen aandacht besteed aan de armen. Nu heb je meteen een eerste argument te pakken, waarom we meedoen aan de Micha campagne.
Wat is de Micha campagne
De Micha campagne roept christenen in Nederland en wereldwijd op om net als Laurentius hun verantwoordelijkheid te nemen voor de armoede in de wereld, veraf en dichtbij, en aan de slag te gaan. Dit is ons jaarthema en we gaan vanaf vandaag die uitdaging concreet maken.
Over Laurentius nog even dit: de keizer was niet gecharmeerd van zijn aanpak. Hij martelde hem in het vuur op een gloeiend rooster. Volgens de legende zei Laurentius: “Draai me nu maar om, deze kant is gaar.”
De marteldood was voor Laurentius geen nachtmerrie. Het was voor hem een droom die uitkwam: hij volgde zijn Heer. Laurentius kon Micha 3:8 op zichzelf toepassen:
“Ik daarentegen ben vervuld van kracht, ik heb de geest van de HEER, ik ben rechtvaardig en ik heb de moed om aan Jakob zijn wandaden bekend te maken, en aan Israël zijn zonde.”
Waarom doen we mee met de Micha campagne?
1) Omdat armen christen dus altijd hebben bezig gehouden
Omdat armen christen dus altijd hebben bezig gehouden.
2) Om ons een nieuwe blik te geven bij het bijbellezen
Dat is niet het enige. Ook hierom: om ons een nieuwe blik te geven bij het bijbellezen.
We hebben allemaal de neiging om maar een deel van de bijbel te lezen. Iedereen heeft zijn favoriete stukken en gedeelten die hij liever niet leest.
Eigenlijk is het zonde dat die gedeelten die je niet leest op papier staan – je leest ze toch niet. Daarom is er een nieuwe bijbel uitgebracht. Alle teksten over geldbesteding, over rechtvaardigheid, over de rijke man en de arme Lazarus, die zijn er allemaal uitgeknipt. Kun je eindelijk bijbellezen zonder je schuldig te voelen. Kortom: de westerse bijbel is geknipt voor de 21e eeuwse consument.
Ik heb hem niet nodig, want we gaan dit jaar die geknipte teksten wel behandelen. Wie interesse heeft, kan hem na de dienst bekijken.
3) Recht, trouw liefhebben en persoonlijk en intiem wandelen met God raken Gods hart
Recht, trouw liefhebben en wandelen met God raken Gods hart. Die drie raken elkaar. We kunnen niet intiem zijn met God wanneer we geen recht doen of trouw haten.
4) Er is veel armoede en we weten er vaak weinig van
Er is nog een reden om mee te doen. Er is veel armoede in deze wereld en we weten er vaak maar weinig van.
Ooit gehoord van de Milleniumdoelstellingen? Hier zie je ze:
1. Extreme armoede en honger uitbannen
2. Alle kinderen in alle landen moeten naar school kunnen gaan
3. Gelijke behandeling van mannen en vrouwen bevorderen
4. Kindersterfte terugdringen
5. De gezondheid van moeders verbeteren
6. Een halt toeroepen aan de verspreiding van HIV/AIDS, malaria en andere ziekten
7. Actief werken aan duurzame ontwikkeling
8. Actief werken aan een wereldwijde samenwerking voor ontwikkeling
Alle 189 lidstaten van de VN hebben in 2000 beloofd deze 8 doelen te realiseren in 2015.
Ik vertel dit keer alleen wat over de eerste Millenniumdoelstelling: extreme honger en armoede uitbannen. Extreme armoede is een technische term. Iemand is extreem arm wanneer –ie minder dan 1 dollar per dag heeft om van te leven. Je bent al gemiddeld arm als je tussen de 1 en 2 dollar per dag hebt te besteden. Alle lidstaten van de VN hebben onderschreven: wij willen extreme armoede in 2015 met de helft te verminderen. Weet je hoeveel mensen er op dit moment ongeveer in extreme armoede leven? Ongeveer 1,1 miljard mensen.
Een groot aantal christelijke organisaties heeft in de Millenniumdoelstellingen iets van het verlangen van God gehoord. Zo ontstond de Micha campagne. In Nederland doen Tearfund, Dorcas, ZOA, De Verren Naasten, Mercy Ships, Time to Turn, World Servants, New Wine, Beweging en nog veel meer organisaties mee.
Wat willen we bereiken
Wat willen we bereiken?
1) Kennis
Als eerste dit: kennis. Dat we iets meer weten wat armoede betekent, hoeveel armoede er is en hoe ingewikkeld armoedebestrijding is.
Veel mensen denken bijvoorbeeld dat hun overheid erg gul is. De gemiddelde Amerikaan denkt zelfs, dat zijn overheid twintig tot vijftig keer zoveel uitgeeft aan ontwikkelingshulp dan in werkelijkheid gebeurt. Weet u hoeveel de Nederlandse overheid uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking? 4,2 miljard euro oftewel 260 euro per persoon.
Nog een voorbeeld: stel, dat eten 50% duurder wordt. Wanneer je 10% van je inkomen besteedt aan voedsel, heb je dus een gat van 5% in je begroting. Dat is zo’n beetje onze situatie. Maar iemand in Sri Lanka besteedt 64% van zijn inkomen aan voedsel. Wat gebeurt er dan, wanneer je eten 50% duurder wordt?
Zo zijn er veel dingen, die goed zijn om te weten.
2) Geen zoutvat maar zout
Wat willen we nog meer bereiken? Het tweede wat we willen bereiken kun je samenvatten met dit regeltje: geen zoutvat maar zout.
Ik kan het uitleggen met twee gesprekjes die ik had. Iemand was op een conferentie geweest en kwam terug met deze vraag: “Wat zou Maassluis er nu van merken, wanneer de Kern er niet was?” Moeilijke vraag. Maakt het uit voor de gemiddelde Maassluizer als wij de tent hier sluiten? Moeten we als Kern eigenlijk niet veel meer in de samenleving staan? Ik dacht: “Misschien moeten we vanuit de Kern allerlei nieuwe initiatieven opstarten voor de minstbedeelden in Maassluis.”
Een week erna sprak ik iemand anders. Hij vertelde me hoe hij bij de Kern terecht was gekomen. Dat kwam omdat hij allerlei mensen had ontmoet: christenen, actief in Maassluis, in de politiek, in een MR, op een school, tijdens een mannenontbijt, misschien AK of de Regenboog, dat weet ik niet. Hoe dan ook: ze waren allemaal lid van de Kern, en zo werd hij benieuwd.
Die eerste benadering noem ik de zoutvatbenadering. Je organiseert activiteiten, stopt die vol met kerkleden en zet daar heel vet “De Kern” op. We kunnen het ook anders doen. We kunnen jullie ook toerusten. We kunnen vertellen wie God is en wat hij wil. We kunnen een groep mensen zijn die samenkomt en de Heer vraagt om hen te vullen met zijn Geest. Dan zegt de Heer: “Ga. Uit het zoutvat en wees zout.” Dat is de tweede benadering: de zoutbenadering.
Het doel van de Kern is niet om een zoutvat te worden. Het doel is dat jullie zout worden in de wereld.
3) Michamorfose
Wat we ten diepste willen is geen uiterlijke drukte, maar dat er iets van binnen verandert. Noem het maar Michamorfose: een inwendige verandering die een nieuwe mens schept die van nature handelt en ontwikkelt met als doel armoede en onrechtvaardigheid in deze wereld te beëindigen.
Vervuld van kracht, met de Geest van de Heer, rechtvaardig en de moed om te zeggen waar het niet goed zit; Micha 3:8.
Hoe gaan we het doen
Hoe gaan we dat doen? Heel kort, om je een indruk te geven:
- We besteden extra aandacht in diensten voor diaconale doelen.
- We zorgen voor materiaal voor bijbelklas, catechisatie en kringen.
- Er komt een boekentafel met folders, boeken en films
- Er komt een speciale Micha cursus met praktijk.
- Ik ga er over preken.
- En er zit nog meer in het vat, maar dat is nog niet rijp.
Micha – een overzicht
Toen je dit allemaal weet, hoop ik, dat je denkt: “Nu wil ik ook weten, wat God er over zegt.” Dat is het begin van Michamorfose. Dit is wat we in de diensten gaan doen.
Pak Micha er maar bij.
Luther zei: “Die profeten hebben een aparte manier van spreken, er zit vaak geen kop of staart aan, zodat je niet begrijpt waar ze naar toe willen.” Vanochtend vertel ik genoeg om Micha in een ruk te lezen: acht bladzijden. Niet dat je dan alles begrijpt, maar wel de grote lijn. Voldoende om tegen Luther te zeggen: “Ik snap wel waar Micha naar toe wil.”
Een theofanie – God verschijnt en redt zijn volk
Na het opschrift begint hoofdstuk 1 als volgt:
2 Luister, volken, allemaal,
hoor, aarde en wie haar bewonen,
hoe God, de HEER,
tegen jullie getuigen zal
vanuit zijn heilige tempel.
3 Zie hoe de HEER zijn verblijf verlaat, afdaalt,
en over de hoogten van de aarde schrijdt.
4 Onder hem smelten de bergen
en splijten de dalen
als was dat smelt voor vuur,
als water dat van een helling stort.
God daalt af uit de hemel als rechter. We noemen zo’n beschrijving een theofanie – een verschijning van God.
Dit soort beschrijvingen kom je vaker tegen in de bijbel. God daalt af om te strijden voor zijn volk, om ze te beschermen om ze te redden. Mensen baden: “Daal af, red ons.” Mensen zagen uit naar de dag van de HEER, de dag dat hij zou verschijnen om hen te redden. Misschien herken je een Opwekkingslied: “De Heer regeert” – “Het vuur dat voor hem uitgaat verteert zijn sterkste vijanden, de bergen zijn als was voor ’t verschijnen van de Heer.” Dat is een theofanie, een beschrijving hoe God er aan komt en strijdt.
Maar nu strijdt de HEER tegen zijn volk
Hier is het anders. Ja, God verschijnt en hij strijdt, maar… het gebeurt vanwege Jakobs misdaad en om de zonden van Israël. God verschijnt, hij strijdt, maar niet voor maar tegen zijn volk. Daarom had Amos, een andere profeet, een tijd eerder al gezegd: “Kijk maar niet uit naar de dag van de HEER.”
De mensen verrijken zich en hebben geen oog voor armen
Waarom strijd God tegen zijn eigen volk? Wat hebben ze fout gedaan?
Wanneer je bijbelvast ben zeg je: “Ze dienden de afgoden.” Zo hoor je het op de bijbelklas of op school. Israël ging in ballingschap omdat ze andere goden dienden en niet de Levende God. Dat staat ook in hoofdstuk 1:7 “Al die godenbeelden worden verbrijzeld.”
Toch is dat de halve waarheid. Kijk eens in hoofdstuk 2:
1 Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden. Al in het ochtendgloren brengen ze die ten uitvoer, dat ligt in hun macht. 2 Willen ze een veld? Ze roven het! Willen ze een huis? Ze nemen het! Ze maken zich meester van huizen en hun bezitters, van mensen en hun eigendom. 3 Daarom – dit zegt de HEER: Over dit volk zal ik onheil brengen, een onheil dat jullie niet kunnen afschudden en waaronder jullie gebukt zullen gaan.
Hebben we die andere helft misschien uit onze bijbels geknipt? Amos, Hosea, Micha en Jesaja maken een ding duidelijk: God strijdt tegen mensen die zichzelf verrijken en geen oog hebben voor armen. Jezus doet hetzelfde.
Micha is ook het boek van twee steden
De Israëlieten waren eeuwenlang voornamelijk boeren geweest, maar dat veranderde. De stad werd steeds belangrijker. Micha leefde in een tijd waarin grote verschillen ontstonden tussen arm en rijk. In onze tijd zijn er grote verschillen tussen Noord en Zuid, in zijn tijd tussen stad en platteland.
Micha heeft dan ook speciale aandacht voor de stad. Kijk maar in hoofdstuk 6:9:
9 Hoor, de HEER roept tot de stad – wie wijs is heeft ontzag voor uw naam. Hoor het striemen van de roede: wie zou er dan nog voor haar getuigen? 10 Zou ik geen aandacht schenken aan de schatten in het huis van een gewetenloos mens, schatten door onrecht verkregen, of aan die ondermaatse efa, die om vergelding schreeuwt? 11 Zou ik een onzuivere weegschaal, een buidel met valse gewichten door de vingers zien? 12 De rijken van de stad zijn een en al geweld, haar inwoners zijn bedriegers, ze hebben een leugenachtige tong.
Denk niet, dat Micha conservatief is: “Vroeger in de boerentijd was alles beter.” Micha hoopt namelijk ook op een stad. Daar gaat hoofdstuk 4 over. Een stad waar God rechtspreekt over grote en verre naties. Een stad waar de mensen naar toe trekken, hun zwaarden omsmelten in ploegscharen. Een stad waar God kreupelen verzamelt.
Zo is Micha het boek van de twee steden: een aards en een hemels Jeruzalem.
Daar tussen door reacties van mensen
Tussen de beschrijvingen van die twee steden en de beschrijving van wat er gaat gebeuren, lees je ook hoe de mensen reageerden op wat Micha zei. Kijk maar in hoofdstuk 2 vers 6:
“Houd toch op,” zeggen ze, “houd toch op met dat geprofeteer! Komt er nooit een eind aan die beschuldigingen – dat wij aan landjepik doen en dat onze handel niet eerlijk is? Verliest de HEER zo snel zijn geduld? Hij is toch liefde. Hij is toch onze suikeroom?”
We moeten nog dieper in Micha gaan graven, maar zo’n reactie klinkt herkenbaar. Of niet “God is toch liefde…”
En de reactie van Micha
Je leest ook reacties van Micha. Micha vertelde, dat God tegen zijn eigen volk gaat strijden, die theofanie. Hij vond het vreselijk. Hij zegt in hoofdstuk 1 vers 8:
8 Laat mij dan klagen, laat me schreeuwen,
laat mij naakt en blootsvoets gaan,
laat mij huilen als een jakhals,
laat mij roepen als een struisvogel.
Een andere reactie lees je in hoofdstuk 7.
Vandaag spreekt mij hoofdstuk 3:8 aan. Het is de reactie van Laurentius op de hebzucht van de keizer en op de armoede om hem heen. Het is de reactie, waarvan ik hoop dat –ie mij eigen wordt en jullie ook:
Ik daarentegen ben vervuld van kracht, ik heb de geest van de HEER, ik ben rechtvaardig en ik heb de moed om aan Jakob zijn wandaden bekend te maken, en aan Israël zijn zonde.
Amen