Inleiding
We hebben zo juist een stuk uit de bijbel gelezen. Of nog iets preciezer: een stuk uit een brief die geschreven is door Paulus. Romeinen noemen we die brief. Het is een lange brief die bestaat uit zestien hoofdstukken en wij hebben wat gelezen uit hoofdstuk 6. Ik heb dit stukje uitgekozen, omdat het over dopen gaat.
Wat ik ga doen is jullie dat bijbelgedeelte uitleggen.
Nu is het natuurlijk lastig wanneer je de bijbel niet zo goed kent, dat ik halverwege een brief begin. Want wat is er voor allemaal geschreven? En wat er na? Ik ga het wel proberen. Ik ga jullie drie plaatjes presenteren. De eerste vertelt een deel van wat het christelijk geloof is. De tweede trekt daaruit de verkeerde consequentie. En de derde vult daarom het eerste plaatje aan.
Het heeft ook wel een voordeel dat ik zo halverwege een bijbelboek begin. Dan snappen jullie dat ik niet een compleet plaatje kan geven. Het zijn meer schetsen, een paar grote lijnen, dan dat alles ingekleurd is. Dat is niet erg, dat inkleuren, kan altijd later gebeuren. Ik wil je juist uitdagen met die grote lijnen om te gaan vragen en op zoek te gaan.
De vraag: betekent meer zonde meer genade?
Het stukje uit de bijbel wat we hebben gelezen begint met een vraag:
Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade toe te laten nemen?
In deze brief legt Paulus uit wie Jezus is en wat hij heeft gedaan. Tijdens die uitleg heeft hij deze conclusie getrokken:
Waar de zonde toenam, werd ook de genade steeds overvloediger.
Je kunt dat zinnetje in het vorige hoofdstuk lezen.
Waar de zonde toenam, werd ook de genade steeds overvloediger.
Het lijkt dus alsof er staat: als je meer zondigt, krijg je meer genade.
Dat is ook precies wat veel christenen denken. Als je ze vraagt wie Jezus is, zeggen ze: “Jezus is voor mijn zonden gestorven.” Als je verder vraagt, dan zouden ze het volgende voorbeeld kunnen vertellen.
Eerste schets: de rechtszaal waar Jezus alles betaalt
Stel je voor, dat je in de rechtszaal komt. God is de rechter. Hij gaat je leven beoordelen. Hij heeft een heel groot boek bij zich en in dat boek staat alles wat je hebt gedaan. Ook alles wat je verkeerd hebt gedaan. Dan gaat dus blijken dat je ontzettend schuldig ben. Maar, weet je wat er dan gebeurt? Als God zegt: “Je bent schuldig aan diefstal van een mobiel,” dan komt Jezus naar voren en zegt: “Ik heb die schuld al betaald.” Als God zegt: “Je bent schuldig aan ontrouw, want terwijl jou vriend op je wachtte, ging jij vreemd met die ander,” dan zegt Jezus: “Die schuld heb ik al betaald.” En zo gaat het de hele lijst lang door. Bij alles zegt Jezus: “Die schuld heb ik al betaald.”
“Dit is genade: al mijn schulden zijn al betaald door Jezus. Maar, als al mijn schulden al zijn betaald, dan ben ik vrij. Dan zal God zeggen: ‘Je bent vrij want al je schulden zijn betaald.’ ” “Da’s een mooi voorbeeld,” denk je.
Goed, dit is de eerste schets: een rechtszaal. een beeld wat veel christenen hebben bij genade.
Tweede schets: Jezus vult de schaal met genade aan
Dan denk je verder. “Is dat het hele verhaal?” Je vraagt: “Als Jezus voor jouw schulden heeft betaald, maakt het dan nog uit wat jij nu doet? Ik bedoel maar: Jezus betaalt toch wel, dus je kan gewoon je gang gaan.” De christen is even stil en dan zegt hij: “Ja, in de bijbel staat: ‘Waar de zonde toenam, werd ook de genade steeds overvloediger.’ ”
“Dus ja, ik denk,” zegt de christen: “Ik denk, dat het net een soort schalen zijn. Als er meer zonde in de ene schaal komt, dan doet Jezus meer genade in de andere schaal..” Dat is de tweede schets en die past bij de eerste, maar klopt -ie?
“Dan maakt het helemaal niet uit wat je doet” “Lastige vraag,” denkt de christen. “Aan de ene kant is dat natuurlijk zo, maar aan de andere kant kan dat niet waar zijn.” Hij is even stil en dan zegt hij: “Het maakt niet uit wat ik doe... Ja, da’s waar want Jezus betaalt voor al mijn zonden. Nee, want hij is gestorven om voor mijn zonden te betalen. Zoveel houdt hij van mij. Dus als ik besef hoe lief hij mij heeft, ga ik natuurlijk niet extra zondigen.”
Dit is de tweede schets: twee schalen, de een met je schulden, de ander vult Jezus met genade, net zoveel als je nodig hebt. En wie weet nog wel meer ook, want Jezus geeft overvloedig genade.
Het antwoord(1): wij zijn dood voor de zonde
Maar klopt die tweede schets wel ? Klopt dat wel met de bijbel? Paulus begint met dezelfde vraag:
Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade toe te laten nemen?
Wat is zijn antwoord?
Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven?
Hoe zouden wij die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? Dat is een lastig zinnetje, maar wel een belangrijk zinnetje. Toen ik voor zonde een ander woord invulde werd het mij al een stuk duidelijker. Als je gestorven bent in Engeland, kun je niet meer in Engeland leven. Als je bent doodverklaard voor de Engelse wet, kun je niet meer in Engeland leven. Als je dood bent voor de zonde, kun je niet meer in de zonde leven.
De overvloed van de genade is niet dat je er steeds meer van krijgt als je meer nodig hebt. De overvloed van de genade is dat God je uit de zonde haalt – daar blijf je niet meer – en God plaatst je in een nieuwe situatie plaatst, het leven.
Schets: nieuw leven na dodelijke epidemie
Dus die schets met die schalen klopt niet. Je moet op zoek naar een andere. Ik heb er heel veel in mijn hoofd, maar ik geef er een.
Stel je eens een ernstige ziekte voor die je lichaam afbreekt en je geest. Bij de een gaat dat sneller dan bij de ander, maar laten we eerlijk zijn: we sterven allemaal. Je kunt proberen die ziekte te onderdrukken. Sommige mensen denken dat genade dan een soort infuus is, wat er voor zorgt dat de ziekte geen kans krijg.
Waar we natuurlijk naar zoeken is iets anders. We willen de ziekte niet onderdrukken, we willen de ziekte bestrijden. We willen dat mensen bevrijd worden van de ziekte.
Stel je een land voor waar die ziekte als een besmettelijke epidemie heerst. Hoe red je de mensen? Als er dus geen geneesmiddel is? Als de ziekte dodelijk is? Hoe red je de mensen? Door ze uit dat land weg te halen en in een nieuw land te brengen, waar die ziekte niet heerst. Je brengt ze, zeg maar, van Engeland waar de ziekte heerst, naar Frankrijk wat vrij is.
Maar wat als mensen al besmet zijn? Dan moet de ziekte in ze eerst helemaal weg zijn, helemaal dood zijn. Ja, maar dan zijn de mensen zelf ook dood. Nu, dan moeten ze dus...
Dit is de derde schets: Jezus bevrijdt ons van een dodelijke epidemie en geeft ons nieuw leven.
Het antwoord(2): wij delen in het leven van Christus
Ergens houdt de vergelijking natuurlijk op. Het is nu net zo handig om gewoon te lezen in de bijbel: <tekst>
Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven. Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.
Dit is wat christenen geloven.
Ze geloven, dat Jezus onze dood is gestorven.
Ze geloven, dat God Jezus uit de dood heeft laten opstaan en nieuw lichaam heeft gegeven. Ze geloven, dat God ook hen eens uit de dood zal laten opstaan. Dan is die ziekte – zonde – dus wel in je weg.
Ze geloven dat ze tot die tijd ook al een nieuw leven kunnen leiden. Hoewel ze nog in Engeland zijn, leven ze al alsof ze al in Frankrijk zijn. Want hun paspoort hebben ze al gekregen.
Het antwoord(3): door de doop verbindt God ons aan Jezus
Paspoort, ja dat is het laatste wat ik moet vertellen. Ik had dit bijbelgedeelte tenslotte uitgekozen vanwege de doop.
Kijk nog een keer naar die zinnen en dan valt denk ik alles wel op zijn plek.
God nodigt ons uit om deel te worden van het verhaal van Jezus. Het is het verhaal van nieuw leven. Het is het verhaal van bevrijding. Het is het verhaal waar leven betekenis heeft, jouw leven. Het is het verhaal waar dingen die afgebroken worden tot bloei komen. Het is het verhaal waar wanhoop verandert in vertrouwen.
Het is het verhaal waar dood en kwaad en ziekte niet het laatste woord hebben. Want die heeft God op een zijspoor gezet. Die blijven in dat oude verhaal wat dood loopt.
God nodigt ons uit om deel te worden van een nieuw verhaal, het verhaal van Jezus. Door de doop verbindt God mensen met dat verhaal.
Samenvatting
We zijn bijna aan het einde gekomen.
Ik hoop dat je het verschil snapt tussen die drie schetsen. Is genade als een rechstzaal, ja – maar dat is niet het hele verhaal.
Is genade twee schalen in balans? Nee, niks ervan. Genade is veel meer. Genade is veel overvloediger.
Genade is dat God mij een nieuw leven heeft gegeven. Genade is dat God mij opstanding geeft in een land waar Jezus Koning is.
Oproep
We zijn bijna aan het einde gekomen.
De laatste tijd besef ik dat die tweede schets veel beter bij onze wereld past. Onze wereld heeft geen infuus nodig maar bevrijding.
De laatste tijd besef ik meer en meer: wanneer God bestaat moet alles uiteindelijk om hem gaan. Dat is ook wat Paulus ook zegt in dit hoofdstuk:
Jezus is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu hij leeft, leeft hij voor God. Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.
Dat is wat ik wil doen.
Ik besef, dat ik jullie een stukje theorie heb verteld. Is het waar? In ieder geval weet je wat beter wat het christelijk geloof betekent.
Is het waar? Luister maar naar Wouter, Christa en Sanne. Zij vertellen wat Jezus voor hen heeft gedaan.
Is het waar? Ik merk van wel. Is er meer te vertellen? Ja zeker, over Jezus, over zijn leven, zijn sterven en opstaan en dat dat allemaal echt is. Dat is juist zo mooi, want uiteindelijk is het geen theorie, maar gaat het over het echte leven. Het leven van Jezus, de levende Jezus.