Aanleiding: Bestaat God wel?
“Bestaat God wel? Is -ie er wel echt? We praten wel allemaal over Jezus die voor onze zonden is gestorven. En dat voelt soms ook wel goed, maar bestaat hij wel?”
Eigenlijk komt deze vraag op catechisatie elk jaar wel langs. Ik vind het geen gekke vraag. Het is juist een heel belangrijke vraag. Belangrijke vragen moet je stellen en mag je stellen. En, ik vind, dat je een goed antwoord mag verwachten.
Soms is de aanleiding voor die vraag dat er iets ergs is gebeurd; een ramp zoals de tsunami – deze kerst precies drie jaar geleden, of een ramp veel dichterbij, in je eigen leven, ziekte of sterven. Dan denk je opeens: “Is het allemaal wel waar? Bestaat God wel?” Soms is er niets ergs gebeurd, maar ontmoet je iemand die zegt, dat het christelijk geloof allemaal niet te bewijzen is.
Dinsdag vieren we Kerst, het feest dat Jezus is geboren. Dan is het vandaag niet vreemd om eens stil te staan bij deze vraag: “Heeft Jezus wel bestaan?” Ik ga vandaag dus niet terugvragen: “Waarom vraag je dat?” Dat is natuurlijk een goede wedervraag, maar die is voor een andere keer.

Opzet
Vandaag vertel ik eerst iets over bewijzen. De vraag “Bestaat God wel” klinkt namelijk als “Kun je bewijzen dat God bestaat.”
Daarna maak ik de vraag wat concreter. Wanneer iemand vraagt: “Bestaat God wel?” vraag ik: “Van welke God wil je het bestaan weten? Is het goed als ik vertel over Jezus. Daarmee is de vraag wat concreter en hebben we het er dan ook nog eens over welke God bestaat.”
En dan, en dat is de hoofdmoot, een stuk van het antwoord.
Hoe pak je de vraag aan?
>geloven is “je kunt het niet bewijzen”
“Bestaat God wel? Dat moet je geloven,” zeggen veel mensen: “Geloven betekent, dat je het niet kunt bewijzen.” Hoe minder bewijs hoe beter. Weet je waarom een olifant gele sokjes draagt? Dan valt -ie niet op wanneer hij omgekeerd in de gele vla drijft. Ooit een olifant omgekeerd in de gele vla zien drijven? Zie je wel, het werkt. Geloven betekent dat je het dus niet kan bewijzen. Nee.
>alleen natuurkundig bewijs telt
Andere mensen bedoelen met bewijzen, dat je het natuurkundig kunt bewijzen. Water kookt bij 100 graden Celsius. Kijk maar: je zet een pannetje water op het vuur, laat het koken, thermometer er in, 100 graden, bewezen. En elke keer als ik dat weer doe, is het weer 100 graden. Op die manier kun je niet laten zien dat God bestaat, dus je kunt het niet bewijzen.
God is inderdaad geen natuurkundig verschijnsel, dus je kunt hem niet op natuurkundige wijze bewijzen. De werkelijkheid is meer dan natuurkunde en dus kun je met de natuurkundige bewijzen maar een heel klein stukje van de werkelijkheid bewijzen.
>bewijzen is sporen vinden, volgen en uitleggen
Kijk eens naar het plaatje achter mij. Wat is hier gebeurd? Hoe weet je dat? Het zou toch ook kunnen dat de sneeuw op een heel bijzondere manier is gevallen, zodat precies die uitsparingen zijn ontstaan? Of misschien heeft iemand wel met stelten gelopen en aan de onderkant van die stelten heeft hij die vormpjes uitgesneden.
Waarschijnlijk heeft hier een hert gelopen. Dit zijn hertensporen in de sneeuw. Zie je, dat de afstand tussen de sporen precies overeenkomt met hoe een hert loopt? Dat zou knap lastig zijn voor een steltloper. Wanneer je de sporen verder volgt, kijk je goed om je heen. Je ontdekt nog meer: keutels, sporen van – waarschijnlijk – vraat aan takken. Je ziet een plukje haren aan een tak. Op een plek met veel sporen ruik je... wat ruik je? Herten ruiken net zo.
Wat is hier gebeurd? Wanneer ik alle sporen bij elkaar optel, is het heel waarschijnlijk dat hier een hert langs is gelopen en dan zijn dit hertensporen.
In de natuurkunde bewijs je door iets na te doen. In de rechtzaal en in de geschiedenis bewijs je door sporen te zoeken, te volgen en uit te leggen.
>geloven is vertrouwen op de uitleg
Wat is dan geloven? Geloven is: je ziet de sporen op een rij, je ruikt ze, je voelt ze. Dan hoor je een uitleg en dan zeg je: “Met alles wat ik gezien en gehoord en geroken heb vertrouw ik er op: hier is een hert geweest.”
Van welke God wil je dat weten?
Bestaat God? Van welke God wil je dat weten? Dat is een heel belangrijke vraag. Wanneer mensen over God praten bedoelen ze heel verschillende dingen. Wanneer jij het woord god gebruikt denk je waarschijnlijk aan iets heel anders dan wanneer Ibrahim dat woord gebruikt, of je buurman die nog nooit een kerk heeft gezien of je buurvrouw die ontzettend teleurgesteld is in god. En teleurgesteld in welke god?
Wanneer je mag vertellen over God, is dat ook altijd een gelegenheid om te vragen naar je eigen beeld en het beeld van de ander over God en eventueel dat beeld bij te stellen.
Bestaat God? Bedoel je de God van de bijbel? Johannes zegt: Niemand heeft ooit God gezien. Dus die God heeft geen spoor achtergelaten? Nee. Geloven is niet dat de God van de bijbel al zijn sporen uitwist. Die God wijst juist op zijn sporen. Johannes schrijft nog verder: Niemand heeft ooit God gezien, maar de Eniggeboren Zoon die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, die heeft hem doen kennen. Het is Kerst geweest: God is mens geworden. Jezus laat Gods spoor achter in de sneeuw van Kerst.
Wanneer je dit spoor volgt, zijn drie vragen belangrijk:
1.Heeft Jezus bestaan?
2.Is Jezus gekruisigd?
3.Is Jezus opgestaan?
Bestaat God? We kunnen het spoor van Jezus vinden, volgen en uitleggen. Geloven is dan vertrouwen op de uitleg: wat we hier zien, ruiken en voelen is inderdaad God. Vandaag de eerste twee van deze drie vragen.
Heeft Jezus bestaan?
Heeft Jezus bestaan?
>Historici uit de 1e eeuw schrijven over hem
Stel, je bent op zoek naar herten en je komt iemand tegen in het bos. Diegene is op zoek naar vossen. Hij vertelt honderduit over vossen, maar tussen de regels door merk je, dat hij hertensporen is tegengekomen. Zo iemand vertelt niet zoveel over hertensporen, daar is hij niet in geïnteresseerd. Aan de andere kant, hij zuigt dat van die hertensporen niet uit zijn duim. Waarom zou -ie?
Op zoek naar sporen van Jezus, kom je andere speurders tegen. Ze zijn niet op zoek naar Jezus, maar vertellen wel over hem. Ik noem er twee.
- Josephus, een Joodse historicus. Hij leefde tussen het jaar 37 en 100 van onze jaartelling. Hij vertelt in zijn boek Oudheden over de Joodse geschiedenis. In dat boek schrijft hij over Johannes de Doper, over Jakobus en ook over Jezus.
- Tacitus, een Romeinse historicus van rond het jaar 100. Hij speurt naar de sporen van de geschiedenis van Rome. In die zoektocht vertelt hij over de brand van Rome rond het jaar 60, die zou volgens keizer Nero zijn aangestoken door christenen. Tussen neus en lippen door vertelt hij dan over Jezus uit Galilea, die door Pontius Pilatus is gekruisigd.
>27 boeken en verhalen over Jezus
Ik heb hier een kaftje met 27 sporen. Het zijn vertalingen van 27 boeken die geschreven zijn ongeveer tussen het jaar 45 en 90 van onze jaartelling. Alle 27 hebben ze het over Jezus. Van die 27 zijn er 4 redelijk uitgebreide levensverhalen. Die boeken zijn door ongeveer 10 verschillende mensen geschreven, bijna allemaal Joden, maar in ieder geval een Griek. Vijf van hen kwamen uit Galilea, een van hen uit wat nu Turkije is.
Natuurlijk soms denk je dat je hertensporen ziet, blijkt er iemand op stelten langs te zijn gelopen. Maar het gebeurt niet zo vaak. Natuurlijk kan het dat 10 verschillende mensen 27 verhalen, brieven en opstellen schrijven over dezelfde verzonnen persoon. Maar, is het waarschijnlijk? En in het licht van het vorige spoor?
>Lukas: Jezus is geschiedenis
Die levensverhalen zijn interessant, want die geven nog meer sporen. Lukas begint zijn verhaal zo:
1 Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, 2 en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, 3 leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, 4 om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.
In mijn woorden: “Beste Theofilus, ik vertel je niet het sprookje van “er was eens een elf die door de sneeuw heen liep.” Ik vertel over iemand die net als jij geboren is toen keizer Augustus nog aan de macht was. Iemand die bekend werd toen keizer Tiberius regeerde. Iemand die optrad in het Galilea wat toen geregeerd werd door Herodus en het Judea waar Pontius Pilatus Rome vertegenwoordigde.
>Matteus: Jezus past in zijn omgeving
Je vindt sporen in de sneeuw. Je kijkt in een boekje met afdrukken en denkt: “Die zijn van een giraf. Hier heeft een giraf gelopen door de sneeuw.” Niet erg waarschijnlijk, tenzij er net een ontsnapt is uit de dierentuin. Giraffen horen niet in de sneeuw.
Wanneer je het boek Matteus leest, valt op dat hij telkens zegt: “Zo ging in vervulling wat geschreven is door de profeten.” Je leest zijn boek en ontdekt: “De sporen van Jezus passen perfect in zijn omgeving. Matteus wijst op allerlei sporen die perfect passen bij een Jood uit de 1e eeuw. Wat Jezus doet en zegt past in de omgeving.” Jezus is geen giraf in de sneeuw, maar een hert in de sneeuw.
>Er zijn christenen
Een laatste spoor: al snel in de 1e eeuw zijn er mensen die zeggen dat ze Jezus volgen. We weten dat uit het boek Handelingen maar ook weer uit boeken van Joden en Romeinen.
Dit klinkt misschien voor de hand liggend, maar dat is het niet. Een vossenjager zegt dat hij hertensporen heeft gezien. Jij volgt een spoor in de sneeuw, wat lijkt op een hertenspoor. Nu vind je hertenhaar aan een struik. Het zou kunnen dat iemand dat daar heeft aangeprikt. Maar het zou ook kunnen, dat er echt een hert is langsgelopen.
Hoe komen die christenen er in de 1e eeuw? Is het heel gek om te denken dat die er zijn gekomen, omdat er inderdaad zo iemand bestaan heeft als Jezus?
>Samenvatting
We hebben nu heel wat sporen op een rij. Vossenjagers hebben verteld over hertensporen. 27 afdrukken in de sneeuw, niet identiek en juist hun onderlinge afstand is weer een extra aanwijzing, een extra spoor. Wanneer je goed kijkt naar een van die sporen ontdek je: het past ook in deze omgeving. Er hoeft hier geen hert voor te komen, maar als -ie er zou zijn, paste hij perfect. Dan vind je ook nog een bosje haar aan een tak: hertenhaar.
Heeft Jezus bestaan? Met zoveel sporen vind ik de meest waarschijnlijke uitleg dat Jezus heeft bestaan. Ik vertrouw er op dat Jezus heeft bestaan.
Is Jezus gekruisigd?
Nu de tweede vraag: is Jezus gekruisigd?
Onze vossenjagers Josefus en Tacitus zeggen van wel. Die 27 boekjes zeggen dat ook. Daarnaast zijn er nog een paar boekjes uit de 1e eeuw die het ook zeggen. Het zou kunnen, dat ze elkaar allemaal napraten, of dat een het verzonnen heeft en de anderen het hebben overgeschreven. Het zou ook kunnen dat het inderdaad gebeurd is.
Nog een aanwijzing: duizenden andere Joden zijn ook gekruisigd. Jezus is niets uitzonderlijks overkomen. Oftewel: het is een spoor wat past in de omgeving.
Nog een spoor: Kruisiging was een manier om de Romeinse superioriteit te laten zien. Rome liet ermee zien: “Wij zijn de baas.” Rome kruisigde opstandelingen en rebellen. En wat stond er op het bordje aan het kruis van Jezus: Koning van de Joden. Oftewel: kijk eens wat wij met Joodse opstandelingen doen. Kijk eens hoe machtig wij zijn. En die boodschap kwam aan, want wat zeiden de Joodse leiders: “Wij zijn niet in opstand, die Jezus zei alleen dat hij koning was.” De uitleg, dat Jezus gekruisigd is, past heel goed bij dit spoor.
Als laatste: sterven aan een kruis was een vloek voor Joden, want je hing tussen hemel en aarde. Dat staat in Deuteronomium 21:23.
Nu komen op een punt, dat we goed naar de sporen moeten gaan kijken. Wanneer ik de sporen goed lees, geloof ik, dat Jezus heeft bestaan. Ik geloof ook, dat hij gestorven is aan een kruis. Niet geloven in de zin van er is geen enkel natuurkundig bewijs, maar geloven in de zin van: alle sporen op een rij vertrouw ik op deze uitleg.
Ga-kerk is samen sporen volgen en uitleggen
Maar, ik geloof, dat die gebeurtenissen een speciale betekenis hebben. Die betekenis heeft te maken met dit laatste spoor, die tekst uit Deuteronomium. Die speciale betekenis heeft ook te maken met die derde vraag: is Jezus opgestaan? Aan die vraag beginnen we vanochtend niet. Ik denk, dat wat we tot nu toe hebben voor vandaag voldoende is.
Nog wel dit: misschien ga je vanochtend naar huis en denk je: “Gelukkig God bestaat toch. Pieter heeft niet het hele verhaal verteld, maar dat kan hij vast wel. Ik ben een beetje gerustgesteld.” Dat is mooi, maar het is te weinig. Kijk even naar dit plaatje:

Ga-kerk is niet met de gids door het bos lopen die uitleg geeft, daarna naar huis gaan en weer alles vergeten.
“Bestaat God wel? Waarom is er zoveel lijden? Luistert God als ik bid? Zijn alle godsdiensten gelijk? Waarom moest Jezus sterven voor onze zonden?” Dit zijn allemaal hele goede vragen. Ik hoor ze graag. Ik weet dat ze leven. Wat ik vanochtend over het antwoord vertel is ook nog maar dit.
Maar Ga-kerk is ook leren zelf om sporen te vinden, te volgen en uit te leggen. Ga-kerk is samen sporen vinden, volgen en uitleggen. En met die sporen en uitleg de wereld ingaan. Kijk eens wie wij op het spoor zijn: “God zelf.”
Samen; natuurlijk, ieder met zijn eigen kwaliteit. De een is goed in vinden, de ander in volgen, weer een ander zorgt voor eten onderweg en een tent, nog iemand geeft leiding, iemand let op de achterblijvers, er is een EHBO-er mee. Maar wel samen sporen vinden, iedereen is betrokken. Hoe vul jij dat in?
Slot
Jezus laat Gods spoor achter in de sneeuw van Kerst. Met deze zin kan ik de preek onthouden en jij hopelijk ook: Jezus laat Gods spoor achter in de sneeuw van Kerst.
Bestaat God? Welke God? Zullen we praten over Jezus?
Bewijzen dat God bestaat? Nee, sporen vinden, volgen en uitleggen. Zoals je sporen vindt in de sneeuw. Eerst afdrukken, zouden het pootafdrukken zijn? Een hert maakt dat soort afdrukken. Het zou kunnen. Een vossenjager praat ook over hertensporen. Het geen elfenvoetjes of giraffenpoten. Je kijkt naar de afstand tussen twee afdrukken. Dan vind je haar. Je ruikt. Je ziet aangevreten bast of keutels.
En met dat verhaal kan ik bijna alles onthouden wat ik heb verteld. Ik hoop u ook.