Van kom-kerk naar ga-kerk (deel 5)
Bill Hybels (deel 1)
Er was eens een man, Hij heette Bill. Hij luisterde naar Jezus.
Hij ontdekte, dat Jezus een Jood in de 1e eeuw was, maar dat zijn dood voor hem, een Amerikaan in de 20e eeuw leven betekende. Hij ontdekte, dat het kruis bevrijding betekende voor Israël en vrede en verzoening voor alle volken.
Die boodschap wilde Bill delen. Bill begon opnieuw te luisteren. De mensen in zijn omgeving stonden anders in het leven stonden dan hij. De mensen in zijn omgeving keken anders tegen de kerk aan, dan hoe de kerk door God bedoeld was. Maar zo liepen ze ook God mis. Dus vroeg hij: “Wat weerhoudt u er van om naar een kerk te gaan? Als u naar een kerk zou gaan wat zou u daar willen zien?”
Op basis van de antwoorden vertaalde Bill de boodschap van Jezus. Dat kon hij ontzettend goed. Door zijn passie voor Jezus en zijn passie voor mensen, groeide zijn kerk enorm. <een keer klikken, poppetjes komen erbij> Willow Creek Community Church was geboren.
Bill Hybels heeft iets gehoord en gedaan waar veel kerken nog maar net aan begonnen zijn.
Bill Hybels (deel 2)
Het is nu jaren later. Bill heeft programma’s die perfect zijn toegesneden op de mensen die God hem heeft gegeven. Hij hoopt, dat mensen door mee te doen groeien in hun geloof. Dit was zijn uitgangspunt: wanneer mensen meedoen groeien ze in geloof. Groeien betekent dat je zelf leert om te luisteren en te vertalen. Bidden, bijbellezen en leven.
Maar groeiden de mensen inderdaad in geloof?

Willow Creek heeft onderzoek laten doen. En wat was de conclusie: nee. Het merendeel van de mensen groeide niet in hun geloof. Bill Hybels zegt: “We hebben ons vergist. Wat we hadden moeten doen wanneer mensen begonnen te geloven, is dat we hen hadden moeten vertellen en leren om verantwoording te nemen om zichzelf te voeden. We hadden mensen moeten leren hoe zelf bijbel te lezen buiten de diensten om, en hoe ze voor zichzelf veel indringender geestelijk bezig kunnen zijn.”
Programma’s zoals Willow Creek biedt helpen dus niet om te groeien in geloof. Maar hoe dan? Het is niet alleen het probleem van Willow Creek, want kijk naar het plaatje. Je ziet dat onze organisatie en programma’s verdacht veel lijken op die van Willow Creek. Ik ben niet zo goed in luisteren en vertalen als Bill. Maassluis is kleiner dan Chicago. Maar zo zien kerken er in Nederland toch in grote lijnen uit.
Wij lopen hetzelfde risico als Willow Creek.
Hoe organiseren we ons zodat we samen groeien in geloof?
Dit is de vraag voor vandaag: hoe kunnen wij ons zo organiseren dat we samen groeien in geloof? Blijkbaar komt groei niet automatisch. Groei komt niet door naar kerkdiensten te gaan of mee te doen aan allerlei activiteiten die een kerk organiseert.
Of het moeten activiteiten zijn die erop gericht zijn dat mensen zelf leren luisteren naar Jezus en dat vertalen naar hun eigen leven. Maar wat zijn dat dan voor activiteiten?
Mogelijk biedt de organisatie van Korinte een antwoord
Een zin die mij daarom de laatste tijd bezig houdt is een opmerking van Paulus. In 1 Kor 14:26 zegt hij:
Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan.
Wanneer zij samen kwamen had iedereen blijkbaar iets bij te dragen. Die gemeente leek meer op dit plaatje.

Dit is een plaatje van een multiculturele kerk; twee groepen mensen, jongeren en ouderen, of Grieken en Joden, of Nederlanders en Antillianen. Die groepen luisteren ieder vanuit hun eigen wereldbeeld naar de Heer en vertalen dat. Maar ze hebben ook geleerd om naar elkaar te luisteren en het goede nieuws naar elkaar toe te vertalen.
Daarom gaan we het onderzoeken
Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan.
Wat ik met jullie ga doen is deze zin onderzoeken en kijken of die inderdaad helpt een antwoord te vinden op de vraag hoe we samen kunnen groeien.
Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij
Ik zie het voor me. Het is rond het jaar 50 en we zijn in Korinte. Het is zondagavond. Het wordt donker. <zwart> Mensen kloppen aan bij het huis van Erastus. Ze kloppen op de deur van zijn domus en een bediende doet open.
Een slaaf klopt aan. Hij heet Demas. In zijn hoofd zitten de hele dag twee regels van een nieuw lied. ‘s Ochtends werd hij er mee wakker en hij wist: “Dit zijn woorden van de Geest.”
Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen.
Het zijn twee krachtige regels, die je eindeloos kunt herhalen. Waarschijnlijk zal Onesimus, ook een slaaf, maar vooral broer in de Heer er zo direct een melodie bij verzinnen. Vanavond gaan zij samen dit nieuwe lied zingen.
Zo druppelt het huis van Erastus langzaam vol. Er komt nog een slaaf met een lied in zijn hoofd. Een vrije Griek komt binnen met een woord van wijsheid wat hij straks zal uitspreken. Een Jood met een stuk uitleg hoe je om moet gaan met offervlees.
Met ongeveer vijftig mensen is het huis vol. En je kunt je voorstellen dat iedereen in die samenkomst iets bijdraagt. Met iedereen bedoel ik dan niet heel krampachtig iedereen hoofd voor hoofd en elke samenkomst, maar gewoon dat iedereen iets bijdraagt.
Paulus beschrijft in twee regels hoe de samenkomst er in Korinte uitzag. En wij? Wij doen het gewoon anders. Dat mag, want Paulus zegt niet dat het zo moet, maar dat het zo gaat. Of is er meer over te zeggen?
De gaven van de Geest brengen een sterk identiteitsbesef
De manier waarop het in Korinte is georganiseerd heeft gevolgen voor de mensen.
Een jaar geleden stond Febe op in de samenkomst. Ze keek Demas strak aan. Demas, een Gallische slaaf. Zijn voorouders zijn ooit, samen met anderhalf miljoen andere Galliers door Julius Caesar als slaven naar Rome gevoerd. Demas zat voorovergebogen. Kapotgeslagen rug. Kapotgeslagen geest. Slaaf van mensen. Febe keek hem strak aan en zei: “Demas, ben jij door de Heer geroepen?” Demas knikte vaag. “Demas kijk omhoog! Een slaaf die door de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer, zoals degene die als vrij man geroepen is een slaaf van Christus is. Demas, de Heer heeft jou gekocht en betaald, dus wees geen slaaf van mensen.”
En sinds die dag weet Demas: “Ik ben vrij.”
Demas heeft in zijn hele leven maar een keus zelf kunnen maken. Hij heeft zich laten dopen. En nu weet hij: “Ik ben geen slaaf meer. De Heer heeft mij vrijgekocht. Ik ben vrij.” Toen ontdekte Demas dat hij de gave van klanktaal had. Dat bevestigde hem nog eens: “Ik ben vrij en de Geest wil mij ook gebruiken.”
Goed, Demas is verzonnen, maar de uitspraak van Febe niet. Die lees je in 1 Korintiers 7. Dit is een voorbeeld, maar uit alles blijkt, dat de Heilige Geest de mensen in Korinte enorm bevestigde. En dat juist de gaven van de Geest daar een belangrijke rol in speelden. Stel je spreekt een profetie uit of ontvangt er een en je weet: “Dit is van de Heilige Geest,” dan groei je. Dan besef je meer en meer: “Ik ben geliefd door God de Vader.”
Misschien vraag jij je af: “Heb ik een gave van de Heilige Geest? En welke dan?” Dat is jammer. Want de Heilige Geest zorgt er juist voor dat wijzelf en anderen weten dat wij geliefd zijn door God.
In de samenkomsten van Korinte droeg iedereen bij en dat had grote invloed op hoe mensen in relatie tot God stonden.
De gemeenteleden van Korinte strijden tegen elkaar met hun gaven
Toch ging het niet goed in Korinte. Het duurde niet lang tot er wrijvingen ontstonden tussen al die mensen die vrijheid en liefde hadden gevonden.
Al dat zelfbewustzijn is ook lastig. Vorige week vrijdag hadden we Harriet op bezoek van Evangelie en Moslims. Zij vertelde dat sommige moslimvrouwen thuis opstandig worden wanneer ze christen worden. Het is vaak de eerste beslissing in hun leven die ze zonder hun man en zonder hun vader doen. “Ik kies voor de Heer, want hij heeft mij lief.” En hun man zal het weten ook.
Al dat zelfbewustzijn is ook lastig, ook in Korinte. Je leest de sporen ervan in hoofdstuk 1-3 van deze brief. Ze wisten zo goed wie ze waren. “Ik ben van Paulus”, “en ik van Apollos”, en “ik van Christus.” Het duurde niet lang, of de gaven van de Geest werden in gezet bij die strijd. “Misschien heb jij wel een gave, maar die van mij is beter.” Sporen van die strijd vind je terug in hoofdstuk 12-14 van de brief.
Misschien vraag jij: “Heb ik wel een gave ontvangen?” In Korinte was het net andersom: “Ik heb een gave ontvangen, maar heeft die ander dat ook?” Wij denken: “Wat kan ik bijdragen aan de samenkomst?” In Korinte was het net andersom: “Ik heb wel wat te brengen, maar of die ander dat heeft?”
In de samenkomsten van Korinte werd het behoorlijk luidruchtig. Ze hadden allemaal wat te brengen en ze staken dus allemaal van wal tegelijkertijd. Een voordeel: je hoefde niet in tongen te spreken om onverstaanbaar te zijn.
Alle gaven zijn Geestesgaven en dienen tot opbouw
Hoe reageert Paulus? “De meesten van jullie kunnen maar beter zwijgen of hoogstens meezingen.” Nee. Hij zegt iets anders.
Maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen. Paulus begint zijn verhaal in hoofdstuk 12. Paulus zegt daar in vers 4 (je kunt meelezen):
Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.
Paulus zegt: in ieder van jullie is de Geest zichtbaar aan het werk. Daarmee bevestigt hij die Korintiers dus stuk voor stuk. Maar die moet je niet inzetten om tegen elkaar te strijden. Gebruik ze om het lichaam van Christus op te bouwen, om elkaar lief te hebben. Zo zijn we in hoofdstuk 13 aanbeland. Het hoofdstuk over de liefde. Hoofdstuk 12 en 13 vormen uitgangspunt voor wat Paulus in hoofdstuk 14 zegt.
Iedereen heeft echter iets bij te dragen tot opbouw
Nu gaan we weer naar ons mogelijke antwoord:
Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan.
Beschrijft Paulus hier de samenkomst van Korinte zonder daar iets mee te bedoelen? Nee. Terug naar hoofdstuk 12: “In
iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk. Dus als de gemeente samenkomt heeft
iedereen iets, en dus
mogen, nee
moeten al die gaven een voor een aan de orde komen. Niemand is minder. Niemand is meer.”
Zonder dat je het misschien hebt gemerkt zegt Paulus hier nog iets fundamenteels. De mensen in Korinte gaan niet naar de samenkomst om iets te horen wat hen aanspreekt. Het is geen publiek. Ze gaan er niet naar toe om mee te doen aan een programma. Het zijn geen deelnemers. Ze brengen zelf iets mee. Ieder brengt iets in, de een dit, de ander dat.
Dan moet ieder ook kunnen bijdragen
Zo hoort het en daarom stelt Paulus een ordening voor. Twee mensen in klanktaal, maximaal drie, maar wel met uitleg, anders stil zijn. Twee mensen met een profetie, of drie, maar wel met toetsing. Hij geeft het meer als voorbeeld waarop je kunt variëren dan een wet. Het lied waar hij het eerst over had, ontbreekt bijvoorbeeld.
Dit is het vertrekpunt van Paulus: iedereen heeft door de Heilige Geest iets te geven.
Want God is geen God van wanorde maar van vrede
De verschillende gaven strijden niet met elkaar maar bouwen samen het lichaam. Paulus wil de onderlinge competitie ombuigen in teamwerk onder leiding van de Heilige Geest.
Paulus stelt een ordening voor. Niet omdat hij bang is voor chaos. Nee, hij wil dat iedereen in de samenkomst aan bod komt. God is geen God van verdeeldheid en wanorde maar een God van vrede.
Samenvatting – Aanleiding, vraag en mogelijk antwoord
Zo komen we aan het einde van ons onderzoekje.
We begonnen met de vraag: hoe kunnen wij ons zo organiseren dat we samen groeien in geloof? Mogelijk bood de gemeente van Korinte een antwoord. Want wanneer zij samenkwamen droeg iedereen iets bij.
Wat is het resultaat van ons onderzoek?
Samenvatting - Resultaat
In Korinte kwamen ze maximaal met z’n vijftigen samen. Dan is een vorm waarbij iedereen bijdraagt eenvoudiger haalbaar, dan bij ons. Toch daar is niet alles mee gezegd.
Dit is voor Paulus de basis: de Heilige Geest werkt in iedereen ten bate van de gemeente. Wanneer je de Heilige Geest ontvangt is bijdragen normaal. Juist door de gaven van de Geest beseffen mensen dat zij Gods kinderen zijn.
De schaduwkant in Korinte hiervan was onderlinge competitie en strijd: “Wie heeft de hoogste gave.” Voor ons ligt het eerder andersom. Onze valkuil is dat we hoorders blijven of deelnemers. Veel mensen snakken naar de Geest die hen laat zeggen: “Abba, Vader.”
In zekere zin is onze situatie bijna het spiegelbeeld van die in Korinte. Maar de opdracht die Paulus geeft aan Korinte is uiteindelijk hetzelfde. Alleen met een andere aanleiding. Wij zijn geen Korinte, integendeel, juist daarom:
Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij, want bij iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk. Dus laat iedereen aan bod komen. Zo bouw je het lichaam op. God is geen God van strijd en wanorde maar van vrede.
Kerkdiensten voldoen maar gedeeltelijk aan deze opdracht. Kleine kringen kunnen hier bij helpen, als ze goed georganiseerd zijn. Misschien moeten we nog wel op zoek gaan naar andere vormen.
Als ik Paulus goed begrijp is de zoektocht een essentieel onderdeel van kerk zijn en geloven. Het gaat onze God om mensen die weten dat ze door het bloed van de Heer Jezus kind van God zijn. Hij zoekt mensen die door de kracht van de Heilige Geest als inspirerende volgelingen van Jezus de wereld in gaan.