Van kom-kerk naar ga-kerk (deel 4)
Vanochtend hield de derde preek in een serie die ik genoemd heb: van kom-kerk naar ga-kerk.
Deel 1 - 3: eerst luisteren en dan vertalen (samenvatting)
Vanochtend heb ik dit plaatje laten zien. Ik heb er ook een voorbeeldje bij verteld.

Vanavond een ander voorbeeld. Het mannetje linksboven is bijvoorbeeld iemand die Alpha geeft en het mannetje onderin iemand die Alpha volgt. Iemand die Alpha geeft luistert naar God. Luisteren naar God betekent luisteren naar Jezus, God die mens werd. Wat Jezus deed, wat hij zei paste in het verhaal van God met Israël. Om te begrijpen wat Jezus deed, moet je dat verhaal kennen, anders begrijp je de impact niet. Luisteren naar Jezus betekent dat je probeert te luisteren vanuit dat verhaal. Wanneer Jezus brood neemt en breekt en zegt: “Neemt, eet, dit is mijn lichaam,” denken zijn leerlingen aan Exodus. Exodus: God bevrijdt zijn volk uit de slavernij.
Het tweede wat onze Alpha leider doet is vertalen. Onze Alpha-leider is geen Jood uit de 1e eeuw, hij is een Nederlander in de 21 eeuw.
Het derde en vierde wat hij doet heeft te maken met de Alpha deelnemers. Wat betekent wat God gedaan heeft voor hen? Hoe kan ik hen Gods bevrijding laten zien? Dat betekent opnieuw luisteren. Wat houdt deze mensen bezig? Waar lopen ze op vast? Welke vragen hebben ze? Welke antwoorden hebben ze gevonden? Eigenlijk is luisteren al een deel van het antwoord. God is namelijk geen God ver weg, maar de God die luistert en liefhebt. God die interesse heeft en naar de mensen toekomt.
De kracht van het plaatje
De kracht van dit plaatje bleek voor mij, toen ik er een beetje mee ging schuiven. Kijk eens naar dit plaatje. Het lijkt heel veel op het vorige plaatje, alleen heb andere namen ingevuld.

God de Zoon vertaalt de liefde van God de Vader voor ons in het kruis. Jezus zegt: “Ik kan alleen doen wat ik mijn Vader zie doen.” Jezus zegt: “Niemand komt tot de Vader dan door mij.” Jezus is de perfecte vertaling van God. Dan is het echte plaatje net iets anders dan dit, namelijk zo.

En nog een keertje dezelfde uitspraken. God de Zoon vertaalt de liefde van God de Vader voor ons in het kruis. Het kruis, het leven en sterven van Jezus vindt in onze wereld plaats. Jezus zegt: “Ik kan alleen doen wat ik mijn Vader zie doen.” Hij is de perfecte luisteraar. Jezus zegt: “Niemand komt tot de Vader dan door mij.” Jezus is de perfecte vertaling van God.
God de Vader heeft ons zo liefgehad, dat God de Zoon naar ons heeft gezonden. Hij is mens als wij geworden. God de Zoon vertaalde zichzelf in een mens. Hij heeft ons zo liefgehad dat hij ons in onze mensenwereld heeft gered. Hij is voor ons in onze wereld gestorven om ons te redden. Johannes 1:18
Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.
Vanavond: vervolg wereldbeeld – waarom ben ik hier
Vanavond wil ik opnieuw wat vertellen over het wereldbeeld van een Israëliet in de 1e eeuw in Galilea. Dat doe ik aan de hand van een vraag die u ook wel herkent: “Waarom ben ik hier.”
Waarom ben ik hier
Waarom ben ik hier? Ik bedoel niet, hier in deze zaal, maar waarom ben ik hier, hier in deze wereld? Laten we eerst eens luisteren naar een paar antwoorden.
Ik ben hier bij toeval. Ik ben eigenlijk het product van tijd en toeval. Ik ben een schitterend ongeluk. Schitterend, daar mee geef ik wel een waardeoordeel: schitterend. Maar, ik blijf een ongeluk, toeval. Die twee samen: schitterend en ongeluk bepalen mijn leven. De keuzes die ik maak. De manier waarop ik leef. De wijze waarop ik naar anderen kijk. Op het moment dat het mij allemaal niet zo schitterend meer gaat, wordt ik een triest ongeluk. Een triest ongeluk, daar kun je beter zo snel mogelijk een einde aan maken. Ik zeg het wat snel, het gaat me nu nog goed, maar zo denk ik er over. De positieve kant is, dat ik anderen net zo’n schitterend ongeluk gun als me zelf. Ik besef, dat mijn invloed daarop niet zo groot is. Als die invloed beslissend zou zijn, zou het geen ongeluk meer zijn. Maar, ook al is mijn invloed niet zo groot, ik doe wel wat voor een ander. Ik zorg voor het milieu en ik geef. Waarom ben ik hier? Ik ben een schitterend ongeluk.
Een hindoe zou een heel ander antwoord geven. Het feit, dat ik hier ben, toont aan dat ik nog karma heb. Ik ben hier om te ontsnappen aan mijn karma. En daarom doe ik mijn plicht, datgene waar god mij toe roept.
Waarom ben ik hier? Antwoorden op die vraag kunnen radicaal verschillen, zelfs onder christenen. Voor de ene christen is de wereld de wachtkamer en de hemel de praktijkruimte. Van deze wereld hoef je niets te verwachten, het echte leven begint straks pas in de hemel. Of: wat je hier doet, doet er niet zo toe. Of je nu de Playboy of de bijbel leest in de wachtkamer, straks komt de dokter en in de praktijkruimte daar gebeurt het echte werk. Voor de andere christen is het precies andersom: de wereld is de praktijkruimte en de hemel is de wachtkamer.
Laten we eerlijk zijn, daar over nadenken is een luxe. Veel mensen hebben niet de kans om hier bewust over na te denken. “Waarom ben ik hier? Ik ben druk bezig om te overleven.” Toch leeft iedereen, bewust of onbewust vanuit een antwoord op deze vraag. Dat antwoord krijgen mensen meestal vanaf de paplepel ingegoten door verhalen, gewoonten, taal en tradities.
Waarom ben ik hier? Het antwoord op die vraag is onderdeel van het wereldbeeld waar mensen mee leven.
Het Joodse wereldbeeld van de 1e eeuw
Nu een Joods antwoord op de vraag Waarom ben ik hier?
Eerst een samenvatting van het wereldbeeld
In een vorige preek heb ik een belangrijk deel van het Joodse wereldbeeld in de 1e eeuw als volgt samengevat:
De Schepper had Israël uitgekozen als zijn eigen volk. Hij had hen bevrijd uit Egypte. Hij had hen het land Kanaän gegeven en kwam zelf wonen in de tempel. Maar omdat Israël zondigde tegen God, had God het volk gestraft. De tempel werd verwoest. Het volk kwam in ballingschap. De koning verdween. Deze ondergang hadden de profeten voorzegd. Maar ze voorzagen ook herstel: God zou ingrijpen.
Na zeventig jaar keerden inderdaad een aantal mensen terug. Maar het was niet zo’n terugkeer als waar Jesaja over sprak, een nieuwe Exodus. De bomen in het veld hielden zich angstvallig stil, terwijl Jesaja zei dat ze zouden klappen in hun handen. In de eerste eeuw woonde de meerderheid van de Joden nog steeds niet in het land. Ze waren nog in ballingschap en het land zelf was bezet gebied. De Romeinen waren de baas.
Er kwam een nieuwe tempel, maar hoe was God daar aanwezig? Je leest nergens dat Gods heerlijkheid op die tempel neerdaalt, zoals die ooit neerdaalde op de Ark in de woestijn of op de tempel van Salomo. De tempel werd gerund door een aantal heren waarvan nog maar de vraag was hoe terecht het was, dat zij optraden als priesters.
Er kwam ook geen nieuwe koning. Het huis van David was weggezonken in de anonimiteit. Herodus en zijn nazaten probeerden zich te legitimeren door te trouwen met nazaten van de Makkabeeen.
In het wereldbeeld van Israël in de 1e eeuw, is God een God die ingrijpt. En is het verhaal tussen God en zijn volk nog niet klaar. Het oordeel en de ballingschap zijn gekomen, maar de terugkeer en het herstel nog niet. De prangende vraag was: hoe moest het verder gaan? <witte slide of uit>
Ook onderdeel van het Joods wereldbeeld in de 1e eeuw: waarom zijn wij Israël hier?
Hoe moest het verder gaan? Het antwoord op die vraag heeft ook alles te maken met het antwoord op die eerste vraag: waarom ben ik hier. Waarom had God Israël uitgekozen. Wat was zijn bedoeling met dat volk.
God heeft Israël uitgekozen, maar er zijn nog veel meer volken. Hoe zit dat nu tussen Israël en de volken? De meningen liepen uiteen.
Waarom: Israël gekozen, de volken verworpen
Aan de ene kant had je groepen die zich afzijdig wilden houden van de volken. Ze zagen een duidelijke scheiding lopen.
Je hoort dat bijvoorbeeld terug in het visioen wat Petrus heeft. Na Pinksteren is Petrus in gebed en dan krijgt hij een visioen. Hij ziet een kleed uit de hemel neerdalen met daarop allerlei dieren. God zegt tegen Petrus: “Slacht en eet.” Petrus zegt: “Nee, ik heb nog nooit iets gegeten dat verwerpelijk of onrein is.” Dan antwoordt God: “Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen.” Dat gebeurt tot driemaal toe.
Petrus weet niet wat het betekent, totdat kort erna een aantal mannen hem uitnodigt om bij Cornelius, een Romeinse hoofdman op bezoek te gaan. De Heilige Geest zegt tegen hem: “Ga met ze mee.”
De volken waren als onreine beesten, natuurlijk ga je daar als Israëliet niet mee om. Wij zijn uitgekozen, de rest is verworpen. Je kunt daar nog nuances in aanbrengen, maar dit zet het wel een beetje neer: wij zijn uitgekozen, de andere volken zijn verworpen.
In het Oude Testament vind je verhalen die dit beeld zouden kunnen ondersteunen. Denk aan Jozua en de intocht in het land. De volken moeten verdwijnen terwille van Israël. Denk aan Esther, waar het volk in ballingschap korte metten maakt met haar vijanden. Denk aan de tijd van Ezra en Nehemia waar een strikte scheiding liep tussen Israël en de volken.
Je terugtrekken in je eigen zuil is een nu net niet meer eigentijdse variant op dit thema. Of christenen voor wie de wereld de wachtkamer is en de hemel het echte werk. Of past dat toch niet? Want ook in het wereldbeeld van Joden voor wie de volken verworpen zijn, gaat het wel om de wereld, om de aarde. Dat is de plaats waar het moet gebeuren.
Waarom: Israël gekozen tot licht voor de volken
Waarom is het volk van Israël hier? Jezus komt met dit antwoord: “Jullie zijn het licht van de wereld.” Oftewel: jullie zijn inderdaad gekozen, maar tot licht voor de volken.
De woorden van Jezus klonken bekend. Ze deden denken aan Jesaja 42. Daar vind je een van de zogenaamde dienstknecht profetieën. In vers 6 staat:
In gerechtigheid heb ik, de HEER, jou geroepen.
Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden,
ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen
en maak je tot een licht voor alle volken
En verderop, in hoofdstuk 49 zegt Jesaja:
Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent
om de stammen van Jakob op te richten
en de overlevenden van Israël terug te brengen,
dat is nog maar het begin.
Hoor je hier trouwens het verhaal van Israël? De profeet gaat verder:
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken,
opdat de redding die ik brengen zal
tot aan de einden der aarde reikt.’
Nu zegt Jezus in de Bergrede: “Jullie zijn het licht van de wereld.”
Jezus in continuïteit met zijn tijdgenoten
Sluit Jezus met deze woorden dus naadloos aan bij een van de antwoorden waarom God het volk Israël had gekozen? Passen zijn woorden perfect in het wereldbeeld van die tijd? Aan de ene kant dus wel.
Discontinuïteit: Jezus’ leerlingen zijn het licht
Maar, aan de andere kant... Tegen wie zegt Jezus deze woorden? Hoofdstuk 5 van Matteus begint als volgt:
Toen hij de mensenmassa zag – allemaal Israëlieten waarschijnlijk – , ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen – dan nog een klein groepje. Hij nam het woord en onderrichtte hen.
Tegen zijn leerlingen zegt Jezus: “Jullie zijn het licht van de wereld. Je kunt alleen licht van de wereld zijn, wanneer je mijn leerling bent.” Je kunt je voorstellen dat die uitspraak behoorlijk exclusief en explosief was en is.
Aan het einde van de Bergrede zegt Jezus:
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots.
Voor een Israëliet was er uiteindelijk maar een huis en een rots: het huis van God op de rots Sion. Jezus zegt:
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots.
Jezus vergelijkt zijn woorden dus met de tempel.
Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Goed, je hebt Mokum, dat is Amsterdam, maar uiteindelijk is er voor een Jood maar een stad: Jeruzalem. Dat is de stad op de berg.
Opnieuw vind de mening dat de aarde een wachtkamer is geen steun. Integendeel. Jezus zegt in diezelfde Bergrede: “Gezegend de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.”
Slot