Is het christelijk geloof allen voor dommen en dwazen?
“Laat niemand zich alsjeblieft opleiden, laat niemand wijs zijn, niemand verstandig of zich scholen. Dat soort eigenschappen vinden wij overbodig misschien zelfs schadelijk. Wanneer iemand onwetend is, achterlijk of ongeschoold, wanneer iemand een kind is, aarzel dan niet, kom en word lid van onze gemeente.”
Volgens sommige mensen wordt het christelijk geloof zo aangeprezen. Het zou zo maar kritiek uit deze tijd kunnen zijn. Het christelijk geloof is alleen voor het achtergebleven deel van de natie, voor mensen uit Putten of Wezep. Maar niet voor mensen die hun verstand gebruiken of iets van de wereld hebben gezien. Maar de woorden waarmee ik begon zijn veel ouder. Ze zijn van Celsus, een criticaster van het christendom uit de tweede eeuw.
Heeft Celsus gelijk? Is het christelijk geloof alleen voor dommen en dwazen? Je zou het wel denken, want wat schrijft Paulus in 1 Korinte 1:26
Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaven wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren.
Opzet
Deze woorden van Paulus zijn een goede aanleiding om eens te kijken of we iets te weten kunnen komen over de gemeente van Korinte. Uit wat voor soort mensen bestond ze. Misschien kunnen we zelfs individuele gemeenteleden leren kennen.
Zo’n doorkijkje in die gemeente geeft de brief van Paulus extra kleur. Je kunt je opeens een aantal mensen voorstellen aan wie hij deze brief stuurde.
Ik gebruik vier bijbelboeken. De twee brieven die Paulus aan de gemeente schreef, 1 en 2 Korintiërs. Als derde Handelingen, in hoofdstuk 18 beschrijft Lukas hoe Paulus de gemeente heeft gesticht. Als vierde de brief die Paulus aan de Romeinen schreef. Die brief schreef hij vanuit Korinte. In hoofdstuk 16 brengt hij onder andere groeten over van mensen uit Korinte aan mensen in Rome.
We lopen deze bijbelboeken niet systematisch door, maar we gaan van de stad Korinte, naar de gemeente Korinte en eindigen bij een paar karakteristieke gemeenteleden.
Aan het eind zal blijken of het christelijk geloof inderdaad niet voor mensen is die naar maatschappelijke maatstaven wijs, machtig of van voorname afkomst zijn, of dat Paulus iets anders bedoelt. En dus kom ik op het einde nog eens op deze woorden van Paulus terug.
De stad Korinte
Eerst de stad dus.
Korinte was in de tijd van Paulus relatief jong. In 146 voor Christus was het oude Korinte verwoest. Honderd jaar later, in 44 voor Christus begon Julius Caesar aan de herbouw. In de tijd van Paulus was de stad dus nog geen honderd jaar oud.
Korinte was groot. De schattingen beginnen bij 150.000 inwoners en lopen op tot zo’n 300.000 inwoners en daarnaast nog 460.000 slaven. De stad was daarmee na Rome en Alexandrië een van de grootste steden van het Romeinse rijk.
Korinte was een havenstad tussen twee grote wateren. Korinte had een sleutelpositie. De havenwijk Kenchreeën lag in het oosten en was zo de poort naar Azië. De andere haven Lechaeum lag in het westen en was de deur naar Europa.
Omdat Korinte een jonge stad was, waren er geen oude gevestigde families, geen oude aristocratie. Korinte was dus een stad met kansen. Korinte was een stad waar mensen probeerden te stijgen op de maatschappelijke en economische ladder. Het was een stad voor individualisten, voor mensen met een ondernemende geest. Zij gaven zichzelf status door de stad gebouwen en andere zaken te schenken.
In de stad woonden daarom relatief veel vrijgekomen slaven. Vrijgelaten slaven waren mensen die door hun eigenaar waren vrijgelaten of mensen die zichzelf hadden vrijgekocht.
Nu denken wij bij slaven misschien aan mensen die onderaan de samenleving bungelen, maar dat was niet noodzakelijk in die tijd. Was je slaaf op een landgoed of een mijn, dan had je weinig hoop. Maar er waren ook hoogopgeleide slaven op belangrijke posities binnen het keizerrijk. Wanneer die mensen vrijkwamen hadden ze dus mogelijkheden. Zo weten we uit de Romeinse geschiedenis dat Felix ook een vrijgelaten slaaf was. Felix, de gouverneur waarvoor Paulus zich later moest verantwoorden, was bijvoorbeeld een vrijgekomen slaaf.
De christelijke gemeente van Korinte
In deze internationale stad vol ondernemende en vaak vrijgevochten mensen begint Paulus zijn gemeente. Ongetwijfeld weerspiegelde die gemeente iets van de stad. Voordat we naar individuele gemeenteleden kijken om te kijken of dat inderdaad zo was, kijken we naar de gemeente als geheel.
De grootte van de gemeente
Een vraag die mij al een tijdje intrigeert is deze: hoe groot waren die gemeentes die Paulus stichtte? Hoeveel christenen zullen er nu in Korinte zijn geweest? De bijbel geeft drie aanwijzingen.
1) Handelingen 18 – veel mensen
Als eerste Handelingen 18:8-11. Dat gedeelte schrijft over Paulus werk in deze stad. Daar staat:
Crispus, een leider van de synagoge, aanvaardde echter samen met al zijn huisgenoten het geloof in de Heer, en ook veel Korintieërs die Paulus hadden gehoord gingen over thot het geloof en lieten zich dopen. ’s Nachts zei de Heer in een visioen tegen Paulus: “Wees niet bang, maar blijf spreken en zwijg niet! Ik sta je bij en niemand zal een vinger naar je uitsteken om je kwaad te doen, want veel mensen in deze stad behoren mij toe.” Paulus bleef anderhalf jaar in Korinte en onderrichtte de inwoners over Gods Koninkrijk.
Veel mensen komen tot geloof en laten zich dopen. De Heer zegt in dat visioen: “Ik heb veel mensen in deze stad.” Dat zijn geen exacte getallen, het suggereert wel dat het er behoorlijk wat zijn. Meer bijvoorbeeld dan in Athene waar enkelen zich aansloten. Paulus blijft ook anderhalf jaar in Korinte en dan doe je meer werk dan in drie weken, de tijd die hij ongeveer in Thessalonika was.
Aan de andere kant kwam in Antiochië een menigte mensen tot geloof. Het is een beetje wegen, maar een menigte klinkt weer als meer dan veel mensen.
2) Het aantal huizen waarin ze samenkwamen
Dan de tweede aanwijzing. Christenen kwamen in die tijd in elkaars huizen bijeen. Een huis kan natuurlijk maar een maximum aantal mensen bevatten, dus wanneer je weet in hoeveel huizen de christenen in Korinte bijeen kwamen, heb je ook een indruk van de grootte van de gemeente.
Laten we huizen zoeken in onze bronnen. In Handelingen 18 vinden we er drie: het huis van Aquila en Prisca, dat van Titius Justus en dat van Crispus. In 1 Korinte 16 spreekt Paulus over het huis van Stefanas, dus dat is vier. En in Romeinen 16 over een gemeente die in Kenchreeën samenkomt bij Febe. Er zijn dus zeker vijf huizen in Korinte geweest waar christenen samenkwamen.
3) Gajus biedt gastvrijheid aan de hele gemeente
Het kunnen er meer zijn geweest, maar het is de vraag of het er echt veel meer zijn geweest. Dat heeft te maken met de derde aanwijzing. Tijdens het schrijven van zijn brief aan Rome logeerde Paulus bij Gajus in Korinte. Deze Gajus is hoogstwaarschijnlijk dezelfde als Titius Justus in Handelingen 18, daarover zo direct. Wat schrijft Paulus nu in Romeinen 16:23:
Gajus, die mijn gastheer is en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat u groeten.
Deze Gajus, schrijft Paulus, is gastheer voor de hele gemeente. Wat bedoelt hij daarmee? Hij zou kunnen bedoelen dat alle christenen die Korinte aandoen welkom zijn bij Gajus. Gajus is gastheer voor de wereldwijde kerk – maar zijn Aquila en Prisca en Febe dat dan niet? Het zou ook kunnen, dat Gajus regelmatig gastheer is voor de hele gemeente van Korinte. Oftewel, dat de hele gemeente van Korinte in zijn huis past. Als dat zo is, dan bestond de gemeente van Korinte ongeveer uit zo’n vijftig personen – het maximum aantal wat in die tijd zo’n beetje in een groot huis paste.
Conclusie: meer dan 50, hoogstens honderden christenen
Tel je deze drie aanwijzingen bij elkaar op, dan heb je geen zekerheid. Misschien kwamen duizenden christenen in honderden huizen bij elkaar in Korinte. Maar, dat lijkt niet waarschijnlijk. Ik denk, dat je eerder moet denken aan vijftig, honderd, hoogstens een paar honderd christenen. Korinte was dus een gemeente die waarschijnlijk kleiner was dan onze eigen gemeente.
Individuele gemeenteleden
Dat betekent wanneer we nu naar individuele gemeenteleden uit Korinte gaan kijken, we ook echt een indruk van die gemeente krijgen. Dit zijn ze dus, de mensen aan wie Paulus zijn brieven schrijft.
Febe
Febe is bijvoorbeeld lid van de gemeente. Febe woont in Kenchreeën. Paulus schrijft over haar in Romeinen 16:1. Paulus begint zijn lijstje met groeten met deze dame. Waarschijnlijk omdat zij degene geweest is die zijn brief vanuit Korinte naar Rome heeft gebracht. Febe staat in dienst van de gemeente in Kenchreeën. Waarschijnlijk stelde zij haar huis open voor de gemeente en ook voor Paulus.
Chloë
Nog een vrouw: Chloë. Paulus schrijft in 1 Korinte 1:11, dat Chloës huisgenoten hem hebben verteld over de verdeeldheid die in de gemeente heerst. Daarmee is het echter niet zeker, dat Chloë zelf ook lid was van de gemeente, dus we laten haar even buiten beschouwing.
Vrouwen speelden een belangrijke rol
Maar is ze wel lid van de gemeente geweest, dan waren er dus minimaal twee vrouwen gastvrijheid verleenden en maatschappelijke status hadden.
Is het niet zo, uit de bijbel blijkt wel dat vrouwen een belangrijke rol speelden in de gemeente van Korinte. Denk bijvoorbeeld ook aan Prisca. Daarnaast schrijft Paulus in 1 Korintiërs 11 over vrouwen die bidden en profeteren in de gemeente.
Crispus
Er waren ook Joden lid van de gemeente. Lukas schrijft in Handelingen 18 dat Crispus tot geloof komt. Paulus schrijft in 1 Korinte, dat hij zelf Crispus gedoopt heeft. Crispus was een leider van de synagoge. Hij genoot dus aanvankelijk aanzien onder zijn volksgenoten. Lukas schrijft dat Crispus samen met al zijn huisgenoten het geloof heeft aanvaard. Crispus had dus ook zijn eigen huishouden en is dus redelijk welvarend geweest.
Gajus Titius Justus
Naast Joden waren ook Romeinen lid van de gemeente.
Een van hen is Gajus, of vollediger Gajus Titius Justus. In Handelingen schrijft Lukas dat Paulus samenkomt in het huis van Titius Justus. In 1 Korinte 1:14 schrijft Paulus dat hij behalve Crispus ook Gajus heeft gedoopt. Waarschijnlijk zijn Titius Justus en Gajus een en dezelfde persoon. Het gaat in beide gevallen immers om een Romein en om een van de eerste bekeerlingen en om iemand die gastvrijheid aan de gemeente verleent. Bovendien bestaat een volledige Romeinse naam uit drie delen en is Gajus Titius Justus een volledige Romeinse naam.
Waarschijnlijk is deze Gajus Titius Justus zo’n vrijgekomen slaaf die het zakelijk had gemaakt in Korinte. Hij had het gemaakt, want hij was in staat om Paulus te huisvesten en niet alleen hem, maar de hele gemeente zoals we eerder al zagen.
Het is trouwens opvallend, dat Paulus in het begin van zijn brief twee namen noemt van mensen die hij heeft gedoopt, de naam van een Jood – Crispus en de naam van een Romein – Gajus.
Erastus
In Romeinen 16:23 schrijft Paulus:
Erastus, die de gelden van de stad beheert, laat u groeten.
Erastus is een Griekse naam. Dus naast Joden en Romeinen waren dus ook Grieken lid van de gemeente.
Erastus was verantwoordelijk voor de publieke gelden Korinte. Erastus was dus een publieke figuur in Korinte met een hoge zichtbaarheid. Denk bij ons aan een wethouder financiën. Erastus was dat en wel een stad met zeker 150.000 inwoners.
Erastus spreekt tot de verbeelding omdat tijdens opgravingen in Korinthe bestrating is gevonden uit de 1e eeuw met de inscriptie Erastus pro: aed: s: p: stravit (ERASTUS PRO AEDILITATE SUA PECUNIA STRAVIT ‘Erastus, beheerder der openbare gebouwen, heeft deze bestrating op zijn eigen kosten laten leggen’). Publieke figuren lieten in die tijd vaak publieke werken bouwen. De naam Erastus was in die tijd relatief zeldzaam in Korinte. Dat er dus twee mensen met dezelfde naam dezelfde functie hebben bekleed rond dezelfde tijd lijkt niet zo waarschijnlijk. Dus je ziet hier een foto van een stuk straat die is aangelegd op kosten van een gemeentelid van Paulus.
Samenvatting samenstelling
Is het christelijk geloof allen voor dommen en dwazen?
In Korinte waren eenvoudige slaven lid van de gemeente, mensen die hongerig naar de samenkomst kwamen. Je leest erover in 1 Korintiërs 11. Ook vrouwen, maar die waren niet noodzakelijk zonder invlode. Drie mannen: Erastus, Gajus Titius Justus en Crispus waren mensen met een prominente positie in de maatschappij.
Alles bij elkaar moet de gemeente een divers gezelschap zijn geweest; mannen en vrouwen, slaven, vrijgekomen slaven, Joden, Romeinen en Grieken, mensen met een carrière en mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Wanneer de gemeente inderdaad naar hedendaagse maatstaven niet zo groot is geweest, kun je je voorstellen dat het er behoorlijk spannend aan toe kon gaan. Dat maken de brieven die Paulus hen schrijft ook wel duidelijk.
Enkele waren wijs, machtig of voornaam
Laten we nu teruggaan naar het begin, naar onze tekst.
Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaven wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren.
Niet velen, wel enkelen, dat weten we inmiddels.
Christus stond boven alles
Boven al die verschillen stond het kruis van Jezus. Ergens anders schrijft Paulus: er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. Als er al iets op te scheppen was, dan over hem. Want het is waar: geen mens kan zich tegenover God beroemen; of je carrière nu gaat als een komeet of je IQ zo hoog is als Einstein. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door hem worden wij verlost.
Amen